Zijner handen werk
(18.)
als bomen in het afgaan van de herfst
Zoals reeds eerder werd opgemerkt, is er van een eigenlijk jaargetijde iierfst in Palestina geen sprake, zoals in ons land. De herfst is daar evenals de lente de tijd van de „kentering", zodat hij deels tot de zomer en deels tot de winter behoort. Dat zal ook de oorzaak wel zijn, dat het woord „herfst" in de Bijbel maar één keer voorkomt en wel in de tekst, waaruit wij een gedeelte als motto boven dit artikel plaatsten: De brief van Judas, vers 12, waarin de schrijver heftig toornt tegen de goddelozen en valse leraars. „Deze zijn vlekken in uwe liefdemaaltijden, en als zij met u ter maaltijd zijn, weiden zij zichzelven zonder vreze; zij zijn waterloze wolken, die van de winden omgedreven worden; zij zijn als bomen in het afgaan van de herfst, onvruchtbaar, tweemaal vertorven en ontworteld." Tweemaal verstorven wil hier zeggen: niet alleen bladerloos en kaal, maar innerlijk werkelijk dood. Zoals zo dikwijls in de ganse Bijbel en door ons herhaaldelijk aangetoond, neemt ook Judas hier een beeld aan de natuur ontleend.
Al moge dan de herfst in Kanaan geen „belangrijk" jaargetijde zijn, toch zijn er in de Bijbelboeken wel typische trekken van het najaar geschetst, zoals uit het vervolg wel blijken zal.
Wanneer de herfst zijn intrede gedaan heeft, worden de dagen korter. In November is het in Palestina om zes uur 's avonds volslagen nacht, daar de zon om vijf uur is ondergegaan.
Bovendien daalt de temperatuur aanmerkelijk. Volgens de Talmoed werd na begin Augustus voor het altaar geen hout meer gekapt, omdat de zon geen voldoende kracht meer had om het te drogen. De tempe-
ratuur daalt gemiddeld 8° C. Nu moet men niet denken, dat het zo weinig is, want die 8° geeft een gemiddelde waarde aan. In sommige streken zal het veel meer zijn, zoals in de bergen, maar in andere gebieden daarentegen is de daling belangrijk minder, zoals in het Jordaandal. Dit wordt ons nog duidelijker, wanneer we in de geschriften van Flavius Josephus lezen, dat de hutten, die met het Loofhuttenfeest werden opgericht, dienden als bescherming tegen de koude, terwijl we daarentegen in de Talmoed kunnen lezen, dat er een gebod werd gegeven aan de mensen om tijdens het Loofhuttenfeest de loofhutten niet te verlaten, omdat het er in zo warm was en men liever ter afwisseling eens wat verkoeling zocht in een stenen huis („Das Klima Palastinas" door Dr Klein.) Het ligt er dus helemaal maar aan in welke streek van het land we ons bevinden.
Men gaat in de herfst niet meer buiten slapen, dus niet meer op het dak. De nachten zijn daarvoor te koel en te vochtig. Het is vast niet in de herfst geweest, toen Jakob vluchtte voor Ezau en zijn moede hoofd neerlegde op de steen naast de weg. De herders, die in de zomernachten tussen hun schapen hebben geslapen in de open lucht, zoeken nu de holen en de spelonken op, want in de herfstnachten dauwt het sterk. Dit is de dauw, die evenals bij ons ontstaat door condensatie, niet te verwarren dus met de zomerdauw, waarover in een vorig artikel is geschreven. De herfstdauw zouden we „druppeldauw" kunnen noemen. Aan deze druppeldauw denkt Husai, als hij zegt: Dan zullen wij tot hem komen, in een der plaatsen, waar hij gevonden wordt, en hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op de aardbodem valt (2 Sam. 17 : 12.) Bovendien wijst deze dauw er nog op, dat de vroege regen in aantocht is en daar wordt na de hete zomer verlangend naar uitgezien. Die regenverwachting vinden we ook terug bij de viering van het Loofhuttenfeest (October.) 's Nachts werd dan een gouden kruik met een inhoud van iy2 1 gevuld met water uit de Siloavijver. Na zonsopgang droeg de priester deze kruik met opgeheven hand naar het brandofferaltaar en goot hem dan leeg in een schenkbekken. In de Talmoed staat: Schenk water op het Loofhuttenfeest, opdat de regen voor u gezegend worde." Bij deze gelegenheid heeft de Heere Jezus uitgeroepen: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke." (Joh. 7 : 37.)
Wanneer dan de regen valt, is de herfst voorbij en begint de winter.
Toch heeft ook de Palestijnse herfst zijn bekoring, die we dan zoeken moeten in de kleuren „Wat in het bergland tijdens de vroege herfst vooral de aandacht trekt, zijn de wijngaarden: als geelgroene matten plekken zij zich in het verdorrende plantenkleed; de vergeelde bladeren van de wijnstok bedekken de bodem en beschutten de druiven. Als stapeltjes bouwstenen uit een blokkendoos liggen de kubusvormige huizen der dorpen; uit de verte moeilijk te zien en zich eerst scherper aftekenend, als het zonlicht valt op de gewitte muren, welke dan een sterke tegenstelling vormen met de slagschaduwen der huizen. Grauwwit schemeren de rotsen; levendig glanzend bruin zijn de plekken der omgeploegde akkers; grijsgrauw de nog niet bewerkte vale stoppelvelden. Geelgrauw en bruin zijn de tinten van het landschap, waarin de bomen als donkere plekken gestippeld zijn. Die bomen worden kaal, want de bladeren vallen af." („Palestina, het land van de Bijbel" door Dr v. Deursen.)
Jeremia denkt aan de herfst, als hij zegt: Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de Heere; er zijn geen druiven aan de wijnstok en geen vijgen aan de vijgeboom; ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij" (Jer. 8 : 13.) (Als Jesaja het in het 34ste hoofdstuk heeft over het eindgericht, gebruikt hij ook een beeld, dat ontleend is aan de herfst: En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van de wijnstok afvalt en gelijk een vijg afvalt van de vrjgeboom." (Jes. 34 : 4.)
Volledigheidshalve vermelden we tenslotte nog, dat we over de regen, alsmede over de wind in de herfst reeds uitvoerig in vorige artikelen geschreven hebben, zodat we daarnaar verwijzen.
W. VAN DIJK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1951
Daniel | 12 Pagina's