Kerkgeschiedenis
De kruistochten. Op het eind der 11e eeuw beginnen de officiële kruistochten.
Reeds pater Hildebrand had voor dezen het plan gehad zulk een tocht te organiseren, om Byzantium te hulp te komen en Jeruzalem te bevrijden van de macht der Turken.
De drijfveer voor de paus was echter imperialisme, d.w.z. het streven naar uitbreiding zijner kerkelijke macht, met als eindstation de kerkelijke wereldheerschappij.
Toch weer niet enkel imperialisme. In die tijd waren de ascetische neigingen sterk en deze kwamen vooral tot uiting in het maken van bedevaarten. Ook de boetepraktijk dier dagen sprak een woordje mee, kortom hij wilde de weerstanden wegnemen om de ascetische neiging te versterken en zijn imperialistisch doel beter te bereiken. Maar hij kon niet, zoals hij gaarne wilde.
Deze bedevaarten hadden vaak al iets weg van de latere officiële kruistochten. Men ging menigmaal gewapend ter beevaart en de deelnemers gedroegen zich dikwijls zo onstichtelijk, dat zij overal, waar zij doortrokken, begrijpelijkerwijs veel verzet uitlokten.
In de eerste helft dezer eeuw waren er tussen Christendom en Islam in het kalifaat van Bagdad (men zie een historische atlas) geen botsingen. Integendeel. De verhouding tussen beide was zelfs goed. De Christenen werden niet onderdrukt, hun kerken niet verwoest, ja de mohammedaanse rijkjes waren geheel georganiseerd volgens het model van Byzantium. Natuurlijk waren de Christenen in het veroverde gebied onderworpen en schatplichtig.
In 1071 kwam in deze gunstige omstandigheden een totale ommekeer. Ten Zuiden van de Kaspische Zee woonden de Turken, verdeeld in verschillende stammen. Een van deze, de Seldsjukken, was zeer oorlogszuchtig, halve nomaden, zoder enige beschaving. Zij drongen meer en meer op en kregen feitelijk de leiding in het kalifaat in handen.
Palestina, Syrië, bijna geheel klein-Azië overheerden zij. De keizer van Byzantium, die opgerukt was, om hen te keren, werd verslagen en zelfs gevangen genomen. Al de „heilige plaatsen" kwamen in hun bezit en de bedevaartgangers kregen het kwaad.
Nu begrijpen we, waarom reeds pater Hildebrand een tocht wilde organiseren.
In 1081 kwam echter in Byzantium een krachtig keizer aan de regering, Alexios Komnenos, en deze besloot het immer dreigende Turkengevaar af te wenden. Vooral toen hij in zijn Italisch gebied de handen vrij kreeg, zag hij zijn kans schoon.
Nu werd er in 1094 te Piacenza (Italië), onder leiding van de toenmalige paus, Urbanus II, een synode gehouden. Daar verschenen ook afgezanten van de keizer, om hulp te vragen. Immers, ook de westerse kerk had belang bij de zaak.
De paus voelde veel voor hulpverlening en; bleek w'eldra een uitstekend propagandist. Hij zag trouwens heel goed de voordelen: aan de ene kant aankweking en versterking van de ascetische vroomheid, aan de andere kant verwerkelijking van de kerkelijk-imperialistische gedachte.
In 1095 werd er te Clermont een synode gehouden, waar pater Urbanus ook weer aanwezig was. Let wel, deze synode was niet speciaal tot de zaken van een kruistocht samengeroepen, maar wel koppelde de paus deze er handig aan vast.
Een ontzaglijk grote menigte hoorde hem aan, toen hij de bekende gloedvolle rede hield en aanspoorde tot het houden van een tocht, teneinde Jeruzalem: en de heilige plaatsen te herwinnen, de ongelovigen te verdrijven. Een ongekende geestdrift maakte zich van de gemoederen meester, zich uitend in het: „God wil het!" „God wil het!" De mensen waren als betoverd. De paus garandeerde aan de deelnemers diverse voordelen, als: aflaat, aards gewin, handhaving van de Godsvrede d.w.z. er mocht geen onderlinge strijd zijn, behoud van eigendom enz. kortom het zag er appetijtelijk uit.
Talrijke kruistochtpredikers trokken nu de landen door. Zo de bekende Peter van Amiens, die een bedevaart naar het Heilige Land had willen doen, maar onderweg was blijven steken en maar teruggekeerd.
Velen gaven aan de oproep gehcor, vooral uit Frankrijk. Men bedenke echter wel, dat niet bij allen devote beweegredenen de doorslag gaven. O, neen. Sommigen meenden, dat zij de aflaat zeer nodig hadden! 't Was voor anderen een fijn avontuur. Er waren er ook, die in minder aangename financiële of andere omstandigheden waren geraakt, enz. enz.
En de paus: dat weten wij al. Dr Berkhof zegt hier: Het alles leek een heilige oorlog, maar was in werkelijkheid een stuk expansie-politiek. Inderdaad. Hij voegt er nog bij, dat het in onze moderne tijd niet mogelijk zou zijn, zoveel duizenden voor een geestelijk ideaal in beweging te zetten. Maar Hitier!
Reeds begin 1096 trokken enkele benden op eigen gelegenheid naar Palestina. Het was een wanordelijk zootje, dat zich schuldig maakte aan Jodenmoord en plundering. In Constantinopel gekomen, haastte de keizer zich, dat zaakje maar gauw de Bosporus over te zetten, waarna de Turken er grondig mee afrekenden.
In de loop van het jaar vertrok dan het eigenlijke kruisleger onder diverse leiders. Een van deze was de welbekende Godfried van Bouillon. Een pauselijk legaat (gezant) zou men de algemene leider kunnen noemen.
Het ging weer via Constantinopel. Maar nu wilde de keizer niet meewerken, tenzij men hem de eed van trouw deed; hetgeen geschiedde. Drie jaar heeft het geduurd, eer men Jeruzalem bereikte. Het leger was toen deerlijk gehavend onder de hevige aanvallen der Seldsjukken en door de besmettelijke ziekten.
Het enthousiasme daalde wel eens beneden peil, maar laaide weer op, als men onder weg allerlei „heilige" voorwerpen vond: zo bij Antiochië de heilige lans, waarmee de zijde van Christus was doorboord!
De inname van Jeruzalem is een vreselijk bloedblad een gruwel voor de christenheid, geworden.
Na afloop trok het leger, psalmzingende naar het heilige graf om God te danken voor de behaalde overwinning.
Veel kruisvaarders gingen nu huistoe. Wat achterbleef stond onder leiding van Godfried van Bouillon, die de titel ontving van „Beschermer van het H. Graf." De koningstitel wilde hij niet aanvaarden, (w.v.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1951
Daniel | 12 Pagina's