JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ds L. G. C. Ledeboer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds L. G. C. Ledeboer

4 minuten leestijd

< vn.)

't Is te begrijpen, dat ds Ledeboer op den duur in conflict moest komen met de kerkelijke besturen. Hij was rechtzinnig op de kansel, doch deinsde ook niet terug voor de daad. Hij was oprecht voor God en de mensen. De eerste maal, dat hij met de besturen in conflict kwam, was naar aanleiding van een verkiezing van ambtsdragers. Tot de gemeente Benthuizen behoorden ook de buurtschappen Hoogeveen en Benthorn. Nu hestoncl reeds lang de gewoonte om bij de verkiezingvan kerkeraadsleden ook rekening, te houden met deze buurtschappen. Of er geschikte personen woonden werd niet gevraagd. Terwille van plaatselijke toestanden benoemde men altijd personen uit die gehuchten. Vanzelfsprekend kwam Ds Ledeboer hiertegen op.

't Was hem te doen om mannen, die naar den woorde Gods in het ambt zouden, kunnen dienen. Of zij nu woonden in Benthuizen, Hoogeveen of Benthorn was voor hem bijzaak. Bij de verkiezing in 1819 worden alleen ouderlingen en diakenen uit Benthuizen verkozen. Enkele leden, die te Hoogeveen en Benthorn woonden, waren daarover zeer ontevreden en klaagden de kerkeraad aan bij het classicaal bestuur.

De voorman in deze strijd was zekere Reve. Later heeft deze Reve de kansel gesloten voor ds Ledeboer. Naar het woord van ds Ledeboer is deze man later door het ongedierte gegeten geworden. De classis stelde •de kerkeraad in het ongelijk en schreef, dat de oude gewoonte als wet diende aangemerkt te worden. Hierop zond de kerkeraad een bezwaarschrift in bij de classis en wendde zich tenslotte tot het provinciaal kerkbestuur.

Inmiddels kreeg Ds Ledeboer steeds meer bezwaren tegen het gebruik der gezangen. In huis gebruikte hij ze nooit meer. De grieven, die hij tegen de gezangen had, waren: le de geest is niet gereformeerd; 2e de invoering is wederrechtelijk; 3e de doorzetting en drijving ze te moeten zingen of anders de kerk uit is van de duivel.

, , Er zijn", zo schrijft hij, „leugens Woord." ('s Heeren wegen, blz. 69.) in tegen Gods

Ds Ledeboer kreeg het steeds benauwder in het hervormd genootschap. Hij schrijft: „Zie wat er geleerd wordt in scholen, catechisatiën, predikstoelen, accademiën, in schriften en woorden. Hoe er een leugengeest uitgegaan is. Hoe is er geprotesteerd geworden, jarenlang tegen goddeloze, wederrechtelijke handelingen! Hoe is er niets onbeproefd gelaten geworden. De grondslag weggenomen, geloofsartikelen met voeten getrapt, ondermijnd, grendels en sloten opgebroken, de kerk van de staat afgescheiden en nochtans onder heidense wetten en bestuur gesteld geworden, want de paus van de kerk was de Koning! gelijk in Engeland." .('s Heeren wegen, bldz. 74.)

Daarbij kwamen nog andere zaken. Ds Ledeboer liet een predikant voor zich optreden, die niet rechtzinnig was. Hij zegt: „Ik liet een wolf op de preekstoel. Hoe ver kan het gaan." Onder de dienst had hij het zeer benauwd. Zijn ziel kromp ineen „als een ale." Zulke leraars kon hij geen ambtsbroeders noemen. De benauwdheid werd steeds groter en toch bleef hij tegen scheiding gekant. „Hij schreef, sprak, bad, woelde er tegen in; maar wie kon tegen God stryden en bidden en vrede hebben in zijn hart en gemoed? " ('s Heeren wegen; bldz. 76.)

Dagen en nachten bracht hij vaak wakende door. „Ik zag het was de weg Gods niet langer met mij zo door te gaan, zo als ik tot nog toe was doorgegaan onder zijn toelating." ('s Heeren wegen, bldz. 77.) Biddend gaat hij nu de brieven van Paulus aan Timotheus bestuderen. Alles wordt hem steeds helderder en toch zoekt hy de uitgang niet, ja, hij is er zelfs tegen.

Liefelijk kwam de Heere hem in deze tgd ondersteunen. De Heere liet hem zien, dat zijn weg hoger zou zijn dan die van een arend. Dit bracht hem niet tot zelfverheffing, maar in de diepte. Op zekere dag kwam de Heere hem voor, dat hij het huis van de burgemeester moest kopen. Dat huis stond toen leeg. „Heere, ais het van U is, geef mij dan twee tekenen, " zo vraagt Ledeboer. Het eerste teken noemt hij niet, maar het tweede was, dat het huis diezelfde dag nog zijn eigendom zou worden. Alzo geschiedde en toch had Ledeboer nog niet de gedachte, om in dit huis de gemeente te vergaderen. Hij wilde het bestemmen voor een school.

Eindelijk werd de Heere hem te sterk. In 't' bijzondeiwerd hij bepaald bij de ongoddelijkheid der reglementen. Nauwkeurig ging hij nu de reglementen onderzoeken. De Heere deed hem het licht opgaan. Mocht hij nu nog langer voortgaan op deze weg? Neen, dat kon niet. Plechtig zwoer hij de inzettingen der mensen af. „De vreugde, die ik in God gevoelde bij die stap en die keuze was groot! Het pak, daar ik negen maanden mee. gelopen had ontviel mij. Ik was opnieuw geboren in dezen; want ik had er barensweeën over uitgestaan." ('s Heeren wegen, bldz. 80.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1951

Daniel | 12 Pagina's

Ds L. G. C. Ledeboer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1951

Daniel | 12 Pagina's