JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

grepen uit de Letterkunde

4 minuten leestijd

(37.)

Jacob Cats. „Spieghel van den ouden en den nieuwen tijd."

In 1632 liet Cats verschijnen „Spieghel van den ouden en den nieuwen tijd", bestaande uit drie delen, In het eerste deel behandelt hij de opvoeding van kinderen door middel van spreekwoorden, zinnespreuken, gedichten en platen. Er wordt geschreven over jongelingen en hun bedrijf, te water en te land; over de jacht met paarden en honden; over verkering, met daaraan vastgeknoopt: lessen voor overspelers, slechte vrouwen, enz.

Het tweede deel gaat meer over gehuwden in hun huiselijke zaken, terwijl het derde deel spreekt ovei staten, ambten en plichten voor hooggeplaatste personen.

Een proeve uit het eerste deel volgt hier: Als opschrift staat te lezen het bekende „Eén rotte appel in de mande Maakt ook het gave fruit te schande."

Cats schrijft dan: „Daar mag geen rotte peer in onze manden wezen, En wat er niet en deugt dat dient er uitgelezen; Want is er iets geblutst, of anderzins besmet, 't Is zeker dat het kwaad zich vaardig overzet. Is 't niet een zeldzaam ding! veel honderd gave [peren En kunnen nooit het rot uit éne appel weren; Maar is er slechts een vrucht in enig deel geschend. Die trekt tot haar bederf al wat er is omtrent. Een druif die vunstig is, die kan een tros bederven, Een schaap dat vierig is, dat doet een kudde [sterven, Een brandaar in de schoof besmet het ganse zaad; Zo vruchtbaar, waarde maagd, zo vruchtbaar is [het kwaad. Wel, zijt gij dan geneigd om niets als goed te leren, Wilt boos en dartel volk van uw gezelschap keren; Want hoe dat schoon gewas is van een zachter [aard, Hoe dat er lichter smet, en nauwer dient bewaard."

In deze „Spieghel" staan ook een heleboel berijmde spreekwoorden te lezen en uitdrukkingen, die nu nog worden gebruikt. Ze zijn voor het grootste gedeelte opgekomen in het brein van de oud-raadpensionaris op „Sorghvliet."

Enkele van deze „Catsiaanse" uitdrukkingen, die zo'n taai leven hebben, volgen hier.

Indien de jonkheid niet en deugt, En geeft de schuld niet aan de jeugd, De vader zelf verdient de straf, Die haar geen beter les en gaf.

God vrezen is een goed begin, De grond der wijsheid schuilt er in.

Vriend, zijt gij wijs, Buigt jeugdig rijs, Want d' oude stam Is al te stram.

Wie zwijnen wil strelen en met kinders mallen, die doet ze bei in de modder vallen.

Die wel bemint kastijdt zijn kind.

Het is van oude tijd bevonden: Van zachte meesters vuile wonden.

't Is wel (naar mijn begrijp) in oude tijd gezeid: 't Is beter dat het kind, als dat de moeder schreit.

Wie op geen ouders raad en past, Die stelt zijn gangen naar de bast (d.i. strop.)

In gramschap niemand ooit kastijdt; En loont niet als gij blijde zijt: Want als de geest niet stil en staat Geschiedt het beide zonder maat.

Wie in zijn land geen koren zaait, 't Is zeker dat hij distels maait.

i Ledigheid is hongers moeder, En van dieverij een broeder.

Bij een krepel leert men hinken, Bij de vuilen leert men stinken, Jonge lieden, wie gij zijt, Kwaad gezelschap dient gemijd.

Bij wolven en uilen, Daar leert men huilen. Van het pek Blijft een vlek.

Laat geen kind vuile rede horen, Want kleine potten hebben oren.

Zoals we wel hebben bemerkt, ging dit alles over de opvoeding. Uit Zinspreuken van het eerste deel nemen we het volgende:

Het puntje van een gauwe pen Is 't felste wapen dat ik ken.

Kwam na lijden geen verblijden, Zo waar lijden groot verdriet, Maar na lijden komt verblijden, Acht daarom het lijden niet.

Geen spies en maakt zo diepe wonden. Als achterklap en boze monden.

Dient God vier uren alle dagen, Drie uren voedt u met behagen, Slaapt zeven uur, of kun je, min, Acht uren let op uw gewin. Twee uren moogt ge u vermaken, Of bezig zijn met lichter zaken; Wilt dus uw dagen leren sparen, Zo zult gij ziel en tijd bewaren.

Indién gij vrek en gierig zijt, Zo weest het dan van uwe tijd.

Hebt gij met spreken u vergist, 't Wordt met geen sponsje uitgewist .

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1951

Daniel | 12 Pagina's

grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1951

Daniel | 12 Pagina's