JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondkijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondkijk

4 minuten leestijd

Het wondere ambt (II.)

Het woord „dominé" betekent „heer". Het komt af van het Latijnse woord dominus; het was vroeger de naam, waarmee men een aanzienlijk man aansprak. Later werd deze naam alleen voor predikanten gebruikelijk, hoewel het eigenlijk niet de meest wenselijke naam is. De meest bijbelse naam is: ienaar des Woords. (Lat.: .D.M., Verbi Divini Minister, Dienaar van het Goddelijke Woord, Lucas 1 : 2) en daarom de meest geschikte naam voor een ambtsdrager, die arbeidende is in het Woord en in de leer. 1 Tim. 5 : 17. De dienaar des Woords heeft niet alleen op de kansel, maar ook op catechisatie en bij huis-en ziekenbezoek het Woord te bedienen. Hij moet overal en altijd Dienaar des Woords zijn. Zijn werk is zo veelzijdig als men van geen ander ambt uitdenken kan. 's Morgens bv. een begrafenis, spreken op het sterfhuis en op de begraafplaats, 's middags een huwelijk bevestigen en 's avonds een kerkeraads-of een gemeentelid gelukwensen, die 40 of 50 jaar gehuwd is. Met soms nog wel eens iets anders er tussendoor. Overal weer moet hij Dienaar des Woords zijn.

Die veelzijdigheid is te groter, naar gelang de gemeente groot is. In een stad zoals bv. Rotterdam, komt de dominé méér tegen dan een predikant op een dorpje op de Veluwe.

En dan de predikants-vrouw ? Die maakt het ambtelijk leven niet alleen van zeer nabij mee, maar heeft er zeer veel mee te maken. Zij moet, of zij het nu druk heeft in haar huishoudelijke bezigheden, öf met de kinderen, altijd maar weer vriendelijk zijn tegen de gemeenteleden die met dit of dat aan de deur komen of een boodschap voor de dominé hebben. Zij moet, evenals de dominé zelf, de kwaden kunnen verdragen. En ook moet zij aanvoelen of de boodschap die gebracht wordt dringend is, of, dat het nog wel enig uitstel kan leiden. Want de dominé is weinig thuis, altijd in de gemeente en 's avonds preken of naar een vergadering. Zij draagt de ambtelijke lasten mee, want al is dominé weg, de bel gaat geregeld en de telefoon spreekt ook een woordje mee.

Zit dominé te studeren, moet zij het weten of het beslist noodzakelijk is dat haar man zijn studeervertrek verlaat. Want het kan ook wel zijn, dat men hem voor een bagatel lastig valt. Visite is goed, alles op zijn tijd, en het is ook groot, als het volk Gods in de pastorie komt. Maar de verstandige zal tijd en wijze weten. Want de diominé is er niet voor de enkeling, maar voor de gehele gemeente.

Er is veel critiek op dominé's en ook veel misverstand. Ook onder onze jongeren. Daarom heb ik dit punt eens aangesneden, al kan ik in twee van die korte artikeltjes niet volledig zijn. Want er wordt wat af ge-doniineerd. Het past wel met om wat van de dominé's te zeggen, maar het gebeurt toch maar vaak. Ze zijn nog al eens het onderwerp van het gesprek. Ze worden zelfs gedeeld in klassen, in de stellende, vergrotende en overtreffende trap: oed, beter en best! Ik raad dezulken Romeinen 12 : 1—8 en 1 Kor. 12 eens met aandacht te lezen! Naar de gave, die de Heere hen naar de mate des geloofs toebedeeld heeft, alzo prediken zij het Woord en alzo zijn zij de Kerk van Christus nuttig en dienstbaar.

Het zal er nu maar op aan komen of wij van die prediking het onderwerp worden gemaakt. Want God zendt Zijn knechten niet tevergeefs, hetzij ons ten oordcel, hetzij ons tot een eeuwig voordeel.

Ds v. d. Berg schreef in een van de laatste Saambinders een stukje, waarin hij de critici onder de loupe nam. Die menen dogmatisch en taalkundig zó onderlegd te zijn, dat ze het iedere predikant zouden kunnen verbeteren. Wanneer men zulken echter eens spreekt, dan blijkt hun kennis nog op een laag peil te staan ook. Inderdaad zijn dit zeer beklagenswaardige lieden.

Indien het Woord van God waarlijk vat op onze ziel heeft, laten we de critiek wel varen. Dan is er wat anders, dat de hoogste plaats in ons hart inneemt, nl. hoe kom ik nog ooit met God verzoend! Ik hoop, dat het laatste bij veel van onze jonge mensen het geval mag zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1951

Daniel | 7 Pagina's

Rondkijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1951

Daniel | 7 Pagina's