Vaderlandse Geschiedenis
Jemmingen. Alva kon nu met een rustig gemoed naar het Noorden gaan, om met Lodewijk af te rekenen. Deze liet Groningen varen en trok terug naar de Eems. Maar Alva volgde hem op de voet en viel aan. Het pleit was spoedig beslecht. In 't gezicht van de vijand sloegen Lodewijks troepen aan 't muiten en werden nagenoeg geheel vernietigd. De omtrek werd door de Spanjaarden op de hun gewone wijze „gezuiverd". Lodewijk zelf wist zwemmende te ontkomen en trok naar zijn broer, die nog altijd met het hoofdleger aan de Rijn stond.
Niemand had een hand uitgestoken om te helpen; de poorten der steden bleven gesloten voor Lodewyks troepen. De schrik voor Alva zat er blijkbaar diep in. En onderwijl kortten diens soldaten zich de tijd met op beestachtige wijze huis te houden in het Groningse land.
Ook de hulptroepen der Hugenoten, die Artois waren binnengerukt, waren totaal verslagen; hun aanvoerder was gesneuveld.
Oranje rukt op. Zo stonden de zaken, toen Oranje met het hoofdleger, eerst langs de Rijn marcherend, daarna zich naar de Maas richtte, teneinde die over te steken. De vooruitzichten war en voor hem weinig bemoedigend.
Maar Alva vatte de zaak ernstig op. Hij begreep zeer goed, dat één nederlaag van hem, onherroepelijk zijn ondergang zou zijn. Gelukkig zat Oranje over de Maas en zou wel geen kans zien deze rivier over te komen.
De Prins had te voren de gemoederen bewerkt door middel van vlugschriften. Alleen kwamen zij toen niet als bij ons in de bezettingstijd in pakken uit de lucht vallen!
Eindelijk, op 7 Oct. trok hij bij Stockhem over de Maas. Een afdeling ruiterij diende als stuw, om de stroom te breken. Daarachter waadde het voetvolk, soms tot de hals, door de rivier.
Alva kon het bericht niet geloven. De soldaten van de Prins waren toch geen ganzen? Neen, dat niet; maar toch waren zij binnen.
Nu werd het voor de ijzeren hertog zeer gevaarlijk. Oranje's doel was zijn tegenstander tot een slag te dwingen en achter diens rug oproer in de brabantse steden te verwekken.
En Alva, wij weten het, kon zich de weelde van een nederlaag niet permitteren.
Maar — hij was een doorgewinterde soldaat. Hij wist, dat Oranje een schrale beurs had, die met elke dag leger werd.
Daarom pastte hij de taktiek van het distantiëren toe, ontweek een slag, nam overal de levensmiddelen mee, liet de molens afbreken, zodat de vijand geen koren kon malen en verbrandde de dorpen.
Zo ging het ook met de tucht van Oranje's leger hard achter uit: vooral de Walen hielden vreselijk huis. De brabantse steden durfden de Prins geen hulp te bieden, bang voor de dreigementen van Alva.
Het eind was te voorzien. De Prins was genoodzaakt weer terug te trekken. Ten slotte kwam hij in Straats» burg en moest zijn leger afdanken. Omdat er nog veel achterstallige soldij te betalen viel, moest hij zijn laatste geldmiddelen aanspreken, ja zijn tafelzilver verkopen. Ook zijn broers Lodewijk en Hendrik hadden bijna alles voor onze zaak over gehad. Het Wilhelmuslied drukt het zeer juist uit: Lijf ende goet al te samen enz.
Met plm. 1200 ruiters, die hem trouw bleven, benevens zijn beide broers, trok hij naar Frankrijk om de strijdende Hugenoten bij te staan.
Toch lag het niet in 's Prinsen bedoeling ons volk aan hun lot over te laten.
„De Prins is een dood man", schreef Alva. Deze had van de paus een gewijde degen en hoed gekregen voor zijn vrome daden. Keek hij om zich heen naar de buurlanden, dan was er geen gevaar voor Spanje.
Had men de Hugenoten niet een gevoelige klap toegebracht bij Montcontour (1569)? En Engeland? Ja, de ketterse Elisabeth onderhield wel betrekkingen met de Hugenoten en Oranje, maar zij had dan toch maar Philips geluk gewenst met zijn overwinning op de rebellen!
En Oranje zat op de Dillenburg. De politieke hemel was zeer helder.
Alva's belastingpolitiek. Het zou al te dwaas geweest 2ijn, als Alva geen gebruik had gemaakt van de gunstige omstandigheden.
Allereerst gaf hij zich zelf een passend geschenk. Hij liet te Antwerpen van de veroverde kanonnen bij Jemmingen een standbeeld maken om zijn daden te verheerlijken. Het stelde Alva voor met de voet op de nek van een tweehoofdig monster: d.i. adel en volk der Nederlanden.
Nu ging hij over tot de invoering van een nieuw belastingsysteem. Die beden moesten maar eens verdwijnen. Telkens dat bijeen roepen van de Staten-Generaal, om de beden toe te staan!
Deze vonden de tot hiertoe gevolgde gang juist zeer geschikt. Zo hadden zij de koorden van de beurs in handen en konden zonodig hun eisen kracht bijzetten. Philips wilde natuurlijk zelf de touwtjes in handen zien te krijgen en houden.
Neen, vaste belastingen moesten er komen. In 1558 waren de beden toegestaan voor 9 jaar tegelijk; die waren nu om en nu kon men de zaak definitief regelen. Voor de Staten-Generaal behoefde hij geen vrees te hebben; zij moesten net eens wagen zich te roeren.
't Plan zag er als volgt uit: van alle roerende en onroerende goederen zal éénmaal 1% geheven worden (de honderdste penning); 5% bij verkoop van onroerende goederen (de twintigste penning); 10% bij iedere verkoop van roerende goederen (de tiende penning). Men lette op het woord „iedere"!
Alva rekende zijn koning voor, hoe groot de baten wel zouden zijn. Hij vergat alleen, dat hij hier niet met spaanse veeboeren te doen had.
Er kwam dan ook verzet en dat was geen wonder. De lasten zouden in Noord-Nederland alleen drukken op Holland, Zeeland, de IJselsteden in Overijsel, de Rijnsteden in Gelderland. De steden van Friesland en Groningen liepen vrij!
Het gevaar was dus niet denkbeeldig, dat de handel zich verplaatsen zou naar deze laatste gewesten, ja naar Embden en Hamburg.
Vooral de 10e penning wekte groot misnoegen. Zeker schrijver vergelijkt haar met onze omzetbelasting.
Viglius waarschuwde met kracht. Hij stond in verbinding met een aan het spaanse hof aanwezige tegenpartij van Alva en hield deze van alles op de hoogte. Deze partij drong ook op amnestie (pardon) aan.
Alva zette echter door. Volgens zijn zeggen zouden alleen de kooplieden en fabrikanten de druk ondervinden, niet de adel, geestelijkheid en plattelanders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1951
Daniel | 7 Pagina's