Briefwisseling
Beste vrienden en vriendinnen.
Het grote, allesbeheersende feit van de Kribbe van Bethlehem heeft de eeuwen dooide aandacht der mensen gehad. Zelfs de wereldse lieden vieren hun Kerstfeest, waarvan zij de betekenis niet verstaan. En er zijn maar heel weinig principiële agnostici (mensen, die zeggen dal men van God niets kan weten) aan wie Kerstmis totaal voorbijgaat.
Reeds van kind-af heeft de tijd van \s Heeren geboorte en omwandeling onze aandacht gaande gehouden. Wij hebben van die tijd een voorstelling al naar ons door onderwijs is bij gebracht. Het allerbelangrijkste is of wij aan dat heilsfeit behoudenis voor onze ziel ontlenen; daarop is dan ook de prediking gericht geweest. Toch is de vraag niet af te keuren, hoe toch de Israëlietische maatschappij onder de Romeinse regeerders tegenover dc komst van Christus in het vlees gestaan heeft. Het ga er in deze brief niet over hoe de mens persoonlijk tot Christus in zijn omwandeling kwam of wel Hem verliet, want dat leren ons de Evangeliën wel. Maar welke indruk heeft het gebeurde in Bethlehem en het openbaar worden van de leer van de Heere in die tijden op de toenmalige ivereld gemaakt? )
Men tekent de tijd van Her odes en Pilatus vaak als een geestelijk zeer donkere tijd. Inderdaad, al dc wetenschap der heidenen was dwaasheid bij God. En Israël zelf ivas in een dode vormendienst vervallen. Ge moet U voorstellen dat bijna heel Jeruzalem leefde van de bedrijvigheid in de tempel. Daar werden zaken gedaan met en door de godsdienst. Het ivas daar een en al bedrijvigheid door koophandel in offervee en door bankhouders, die geld wisselden. De Heere zelf dreef hen met een gesel uit de Tempel. Maar daar God altijd Zijn volk op aarde heeft, waren er toen V.. ook die met Simeon en Anna de vertroosting Israëls verwachtten.
Geheel de wereld lag in heidendom verzonken. Na de Griekse godsdienstleer was het Romeinse Rijk opgekomen. Aanvankelijk was er Staatsgodsdienst. De overheid van rijk en stad had de taak voor de verering der goden te zorgen, maar later werd dit meer een persoonlijke verhouding. De mensen begonnen zich persoonlijk voor de goden te interesseren. De philosofie of wijsbegeerte kwam op. De philosofen begonnen in het openbaar het volk te onderwijzen, maar hadden niet anders dan het verstand, dc rede, tot hulp. De ware God kende men niet. Toch zegt Paulus tot hen, dat zij zochten of zij Hem ook vinden en lasten mochten, (Hand. 17). Ja, die Onbekende God begon Patdus nu te prediken. Er was dus ontstaan het geloof in een veelgodendom.
En nu is het juist zo opmerkelijk, dat in deze tijd, dat er niet aan één God maar aan meerdere geloofd kon worden, de volheid der tijden is en de Heere in het vlees kwam. Zijn leer werd nu door de Apostelen verbreid in zulk een wereld, ivaarin men zocht en tastte naar de icaarheid en ivaarin het voortbestaan der ziel door de geleerden steeds werd bepeinsd en ook door het volk, de heidenen dan, met belangstelling werd overdacht. Nu kon Paulus op de Aercopagus een aandachtig gehoor hebben! En hij maakt van de stand der godsdienstige meningen een kostelijk gebruik, lees maar Hand. 17. Paidus was dan ook zeer geleerd en de Heere gebruikte die kennis om het Woord der genade bij dc heidenen ingang te doen vinden. Laten ivij er toch oog voor hebben dat God middellijk werkt. Sommigen zien dat voorbij. Zeker, de Heere roept onder de meest ongeschikte omstandigheden Zijn volk tot het leven, aan Zijn onweerstaanbare Geest zij alleen de eer.
(Zie foor vervolf) pofl. 2.36) J
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1951
Daniel | 12 Pagina's