Het wondere ambt. (I.)
„Het wondere ambt", daarmee betitelt men wel eens het ambt van predikant. Nu, het is ook een wonderambt, uitzonderlijker dan alle andere ambten.
Een ambt berust op een opdracht van hogere autoriteit. Het kerkelijk ambt berust op de instelling van Christus. Daarom treden de dragers in Zijn Naam met gezag op. En dit gezag is niet dwingend, zoals bv. bij de Overheid, maar steeds dienend.
Er zijn velen, ook onder ons, die de mannen van het wondere ambt voor een „wonder" aanzien, terwijl ze gewone mensen zijn, van gelijke beweging als wy. Vraag het hun maar, en zij zullen U als uit een mond hetzelfde antwoord geven.
Als men zo hier en daar eens luistert heeft men veelal vreemde gedachten over de dominé's. Er zijn er, die niet het minste begrip van hun arbeid hebben en denken, dat hun werk uit niets anders bestaat dan Zondags tweemaal preken, met door de week nóg eens een enkele keer. Preken, die men zo maar uit de mouw schudt. Maar (tussen twee haakjes) als men wat uit de mouw schudt moet men er toch altijd eerst wat instoppen!
Uw Rondkijker, heeft enige tijd geleden, door omstandigheden, enkele weken in een pastorie vertoeft en kan er dus enigszins over oordelen wat er voor een predikant zo al te doen ls. Laat die predikant een werkprogram opstellen voor iedere week, meestal valt het geheel anders uit dan gedacht. Telkens doet zich iets voor waar men niet op rekent. Bv. een sterfgeval waarbij de dominé de begrafenis moet leiden, terwijl hij om die tijd juist een belangrijke vergadering had. Of soms twee in een week, waarbij het ook weer moeilijk is om de leiding aan een ouderling over te geven, omdat de ene familie net zo graag als de ander de eigen dominé er bij vertegenwoordigd ziet. Dan weer is er een heel ernstige zieke die meer dan anderen moet bezocht, of een ongeluk met een gemeentelid, dat een extra reis naar het ziekenhuis vraagt.
De dominé immers is het middelpunt, de metropoliet van de gehele gemeente. Men verwacht van hem dat hij alles weet en in alle zaken een recht oordeel zal kunnen vellen. En dat moet soms wel eens een Salomo's-oordeel zijn.
Gezien de vele vragen, die hem worden voorgelegd zou hij wel rechtskundige moeten zijn. En soms ook dokter. Ja, dokter! „Zou ik mij nu wel laten opereren dominé? " zo hoort hij van een zieke, die er zo tegenop ziet. En dan moet hij met de nodige troostrijke onderwijzingen het daar heen sturen, dat de raad van de dokter tóch maar moet worden opgevolgd.
Er is een lid van de gemeente, die het slecht gaat in zaken, 't Draait misschien op een faillissement uit. Dat is heel erg. Kan de dominé nog bijspringen? Ik bedoel niet finantieel, maar om sommige schuldeisers te sussenderen — de dominé zou met een briefje veel kunnen doen. De familie probeert het — de dominé heeft er weer extra werk aan. Zo zouden er allerlei gevallen kunnen worden genoemd.
Raadsman is hij in velerlei opzicht. Ook wel in huwelijks aangelegenheden, 't Gaat tussen man en vrouw — of omgekeerd — in alle gezinnen niet altijd even goed, zodat dominé er aan te pas moet komen.
Nu heb ik nog niets van het eigenlijke werk genoemd: catechisaties, van 's middags af tot 's avonds laat, met nog een aparte voor de belijdenis-catechisanten; kerkeraadsvergaderingen, classis, Bijbellezing in de week en ga zo maar door. En dan nog een avond preken in vacante gemeenten. De consulentschappen tellen ook mee, daar is ook nog wel eens wat.
Copy gereed maken voor de Kerkbode zover die in de gemeenten bestaat, komt telkenmale terug. Men denkt zo vaak dat „schrijven" en „uitgeven" zo maar
van zelf gaat. Maar als een dominé uitgeeft, moet ook hij eerst in-nemen!
Men wil ook de dominé voorzitter hebben van dit of ere-voorzitter van dat — hij moet zich met de School bemoeien en zich ook eens op de J.V., op de M.V. en op de K.V. vertonen, liefst daar van tijd tot tijd eens een onderwerp behandelen. Intussen stapelt zich de correspondentie op zijn schrijftafel, die ook moet worden afgewerkt. Als U een brief schrijft aan de dominé, wilt ge toch gaarne een antwoordje hebben? Anders zou hij zeer onbeleefd zijn.
En, o ja, de dominé moet ook nog studeren. De gemeente verwacht weldoorwrochte predikaties en het waait hem — eerbiedig gezegd — toch ook zo maar niet aan!
Ik houd nu maar op, want ik zou nog veel meer kunnen noemen. Ik bewaar nog maar wat voor een volgende keer. Ik schreef dit stukje speciaal voor hen die denken dat de dominé altijd „in het gestoelte der ere zit" en voorts heel weinig te doen heeft, terwijl hij cle zorgen en lasten draagt van de gehele gemeente, zó, dat hij er wel eens onder gebukt gaat.
Voor dit keer eindig ik nu maar met hetgeen de Apostel schreef aan de Hebreen: Hebr. 13 : 17 en 18a) „Zijt uwon voorgangeren gehoorzaam en zijt hun onderdanig, want zij waken voor uwe zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is U niet nuttig. Bidt voor ons; w r ant wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, als die in alles eerlijk willen wandelen."
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1951
Daniel | 12 Pagina's