JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

In Sleeswijk gekomen stichtte Ansgar een vormschool voor leraren. Maar de omstandigheden warer. hem niet gunstig. Reeds een goed jaar later werd koning Harald weer verdreven en hij besloot nu naar Zweden over te steken. Op de reis daarheen werd hij door zeerovers overvallen en beroofd. Toch gaf hij de moed niet op en wist toestemming tot prediking te verkrijgen.

Lodewijk de Vrome volgde met belangstelling de gang van zaken in het Noorden en liet het aartsbisdom Hamburg oprichten, teneinde van daar uit de zending in de Scandinavische landen te activeren. Doch reeds in 840 werd de stad door de noordse piraten veiwoest en de gemeente aldaar uit elkaar geslagen.

Na het verdrag van Verdun werden door Karei de Kale zelfs de inkomsten aan het aartsbisdom onttrokken. Toen hebben paus Nicolaas I en Lodewijk de Duitser ingegrepen en de aartsbisdommen Bremen en Hamburg verenigd.

Groot waren dus de moeilijkheden; maar onvermoeid volhardde de zendeling. Bijzonder zorgde hij voor de opleiding van inlandse missionarissen, die overal het land ingingen om het evangelie te prediken.

In 865 stierf hij. Gaarne was hij als martelaar gestorven, maar dit was niet voor hem weggelegd.

De Moraviërs kwamen in deze tijd in vriendschappelijke verhouding tot het byzantijnse rijk. Op verzoek van hun vorst zond de griekse kerk er twee zendelingen heen, nl. Cyrillus en Methodius. Zij gebruikten voor hun diensten een eigen taal het zgn. Kerkslavisch. Om onbekende redenen zochten zij echter contact met Rome. Cyrillus bleef daar, maar Methodius keerde weer terug naar Moravië.

Daar hij door de naburige duitse bisschoppen hevig beconcurreerd werd, keerde hij terug tot de griekse kerk. Ook onder andere volken had vestiging en uitbreiding van het christendom plaats.

In Engeland maakte de kerk door de invallen der Scandinaviërs vreselijke tijden door. Het is vooral de beroemde Alfred de Grote (871—899) geweest, die aan deze invallen een einde maakte.

De 10e eeuw.

Wij zijn thans genaderd tot de 10e eeuw: een vreselijke tijd voor de kerk, niet ten onrechte het saeculum obscurum (de duistere eeuw) genoemd. Het is de tijd der pornocratie (regering van zedeloze vrouwen), de tijd der grootste schande en verlaging van het pausdom.

Berucht zijn geworden Theodora met haar zedeloze dochters Theodora en Marozia.

De romeinse adel voerde onderling een hevige strijd, ook om het wereldlijk gebied van de paus 1 plus de pauselijke zetel en Theodora deed krachtig mee.

Zij plaatste op de stoel van Petrus nietswaardigen, zedelozen, schandalen.

Zo werd Octavianus, kleinzoon van Marozia op 17-jarige leeftijd paus. Hij verving zijn naam door een pausennaam, nl. Johannes XII.

De aanvallen van zijn tegenstanders dwongen hem hulp te zoeken bij de duitse koning Otto I (936—973.) In 961 trok deze naar Rome en bevestigde de paus in zijn ambt. Als tegenprestatie kroonde deze hem nu tot keizer, doch onder voorwaarde, dat de paus het wereldlijk gezag over Rome zou hebben. Verder werd opnieuw vastgesteld, dat de pauskeuze afhankelijk zou zijn van de goedkeuring des keizers.

Omdat de paus echter tegelijkertijd met Otto's vij-

anden onderhandelingen aanknoopte, greep de keizer weer in en deed de paus op de synode van Rome afzetten.

Men verklaarde hem schuldig aan bloedschande, meineed, godslastering en moord!

Het zou ons te ver voeren al de schandalen te vermelden. Eens was er een paus van 12 jaar, volleerd in de slechtheid. Dat er in de jaren 882—963 24 pausen zijn geweest, zegt genoeg.

In 1046 maakte keizer Hendrik er een einde aan. Hij zette op de synode van Sutri 3 pausen tegelijk af wegens simonie. Genoemde Otto I was een energiek vorst, zijn bijnaam „de Grote" waardig.

In zijn rijk waren het vooral de stamhertogen, die een grote macht uitoefenden; die niet alleen elkaar bestreden, maar ook de koninklijke macht belaagden. Om hieraan een einde te maken, verlaagde de keizer de stamhertogen tot ambtenaren en legde de regeermacht in handen van de bisschoppen en de abten. Ook deed hij hen allerlei schenkingen, zodat er een verhouding ontstond van leenheer en leenmannen. Zo werden zij geestelijke vorsten en heren, onafhankelijk van de hertogen en de heren.

Als blijk _van deze verhouding werden hun door de keizer, dus door een leek, bij de aanvaarding van hun ambt de bisschopsstaf en de ring, de tekenen van hun geestelijke waardigheid gegeven.

Men noemde dit de investituur (=: de inkleding.)

Men zal begrijpen, dat de kerk deze toestand op de duur niet dulden zou. Zo werd zij feitelijk de vazal van de wereldlijke macht. Otto benoemde de bisschoppen op zulk een wijze, dat de politiek er een grote rol in speelde.

Twee ambten tegelijk was voor de kerk funest. Verder streefde Otto naar een krachtig pausdom. Hoe de toestand was, weten we reeds. En de volgende tijden zouden een bittere strijd doen zien tussen de kerkelijke en de wereldlijke macht.

De cluniacensische reformatie. Reeds in deze eeuw openbaarde zich, begrijpelijkerwijs, een streven naar reformatie der kerk. Deze is begonnen als kloosterreformatie. In 910 stichtte hertog Willem van Aquitanië te Cluny in Bourgondië, een abdij, die noch met de bisschoppelijke, noch met de wereldlijke macht iets te maken had, maar rechtstreeks onder de macht van de paus stond.

De Cluniacensers volgden de regel van Benedictus, maar waren zo onafhankelijk in htm bestuur, dat de besturende abt zijn opvolger aanwees.

Weldra breidde zich het aantal kloosters van deze orde zeer uit, vooral in Frankrijk en Italië. Alle stonden onder het gezag van de abt van het moederklooster Cluny. Doel naar binnen was herstel der tucht, die in de bestaande kloosters zeer bedorven was, bevordering van de ascese en de practische vroomheid.

De tucht was dan ook zeer streng: vasten, zwijgen, zelf-kastijding. Hun doel naar buiten was: imponeren, indruk maken, om de kerk in de schatting der gelovigen te doen rijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1951

Daniel | 12 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1951

Daniel | 12 Pagina's