JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van het Zendingsveld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van het Zendingsveld

5 minuten leestijd

(57.)

John Williams. Zending per schip.

Williams zag in, dat een vaartuig onontbeerlijk was, om de vele eilanden in de Stille Oceaan te bezoeken. O, als hij eens een eigen schip had! Dan behoefde hij niet telkens te wachten tot er vandaag of morgen eens een vaartuigje naar dit of dat eiland moest. Dan was hij zijn eigen baas.

Maar waar moest hij een bruikbaar schip vandaan halen? Zelf bouwen, ging het door zijn gedachten. En die gedachten lieten hem niet meer los. Er moest een schip komen en zelf zou hij het! vervaardigen. Het moest!

Er kwamen echter veel leeuwen op de weg. Waar moest hij ijzer, touw en zeildoek vandaan halen? En hoe kwam hij aan gereedschap? Verschillende moeilijkheden stapelden zich op, maar moeilijkheden zijn er om overwonnen te worden. Williams zette de inboorlingen van Rarotonga aan het werk. Gelukkig was hij vroeger bij een smid in de leer geweest. Een voornaam ding is bij de smid een blaasbalg. Een blaasbalg moest er zeker zijn. Aan het werk dus! Voor een blaasbalg had je dierenvellen nodig. Hiervoor werden drie geiten geslacht. Nog één geit bleef over op het hele eiland. De vellen werden bereid en na veel moeite was de blaasbalg klaar. Dat was al een voornaam ding.

Hoe verschrikkelijk was echter de ontnuchtering op de volgende dag! Van de splinternieuwe blaasblag was hoegenaamd niets meer over dan het geraamte. De huiden der geiten waren opgevreten door de ratten, waarvan het op het eiland wemelde. Als de zendeling neerknielde, liepen die ongure beesten over zijn benen. Overal zaten die knaagdieren in. Kisten en kasten werden kapot geknaagd. Tot in de beddien liep dat gedierte. Dagelijks werden honderden ratten geconsumeerd door de inboorlingen, maar je zag geen vermindering in het aantal komen. Foei, wat ergerde Williams zich er aan, dat de bewoners die vieze beesten aten! Daar moest een eind aan komen, maar eerst de boot klaar.

Na lang piekeren werd een blaasbalg gemaakt zonder leer. Bomen werden geveld om aan planken en balken te komen. Spijkers waren er niet, zodat houten pinnen moesten gebruikt. Stukken katoen en kokosnotenbast moesten dienen om de naden te stoppen. Van de hibiscusbast werden touwen gevlochten, terwijl matten werden gebezigd als zeilen.

Binnen vier maanden was het schip klaar. Het was een vaartuig van 60 voet lang en J8 voet breed. We moeten ons wel verbazen over zulk een prestatie, in zo'n korte tijd verricht, met zulke eenvoudige middelen. De zendeling had eer van zijn werk. Daar lag nu zijn eigen schip, dat hij de naam „Vredebode" gaf.

En waar was nu de eerste reis heen? 't Werd helemaal geen missiereis. Zendelingen moeten soms wonderlijke opdrachten uitvoeren. Zo ook hier. De Vredebode koerste naar een naburig" eilandje en kwam terug met varkens en katten aan boord. De katten moesten dienen om de ratten op te ruimen en de varkens moestten geslacht en onder de bevolking verdeeld worden. Op het menu stond voortaan geen ratten-maar varkensvlees. Geen slechte verandering!

Nu konden pas de officiële zendingsreizen per Vredebode een aanvang nemen. Verscheidene eilanden werden bezocht. Het schip, dat primitief was gebouwd, liep nu en dan gevaar te vergaan. Op vele eilanden kon het schip niet dicht genoeg bij de kust komen, zodat overgestapt moest worden in kleine boten. Meermalen gebeurde het, dat de kleine bootjes omsloegen, maar gelukkig ontsnapte de zendeling aan de verdrinkingsdood. Onvermoeid hield Williams vol.

In 1832 zette hij koers naar de Samoa-eilanden. Op één der eilanden van die groep zouden ze landen. De bruine inboorlingen waren in groten getale op de oever saam gekomen. Eer de boot een haventje zou binnenvaren, knielde Wililams met zijn helpers op het dek om God te smeken om Zijn bijstand.

Maar wat gebeurde tijdens het bidden? Het opperhoofd der inlanders sprong in 't water, zwom naar de boot en hees zich er in.

„Wilt ge aan land komen bij ons? " vroeg hij. De zendeling antwoordde: „Ik heb gehoord, dat ge zeer wild zijt. Zult ge ons geen kwaad doen, als we aan land komen ? '*

„Neen, " was het antwoord, „we zgn Christenen; we zijn geen wilden meer."

Verbaasd vroeg Williams: „Waar hebt ge van Christus gehoord? "

En toen vertelde het opperhoofd het volgende:

„Twiting maanden geleden kwam een opperhoofd uit het land van de blanke man Williams op Sawaü. Daar liet hij godsdienstarbeiders achter, en nu zijn enige van onze mannen daar geweest en die hebben hier hun vrienden onderwezen. Er zijn nu velen zonen des Woords „geworden."

„Maar man", sprak de ontroerde zendeling, „ik heb die godsdienstarbeiders naar Sawaü gebracht. Ik ben Williams zelf!"

Nu was het opperhoofd een en al verbazing. Hij gaf een teken, en onmiddellijk sprong een aantal bruintjes te water. In een ommezien stonden nu de zendeling en zijn helpers op het eiland.

Allen gingen nu naar een gebouw, dat als kerk dienst deed.

„Wie preekt hier? " vroeg Williams.

„Dat doe ik", sprak het opperhoofd. „Ik ga met mgn kano naar Sawaü, om bij de onderwijzers een stuk godsdienst te halen. Dat stuk bewaar ik dan goed en dan deel ik het aan de mensen uit. Wanneer ik het heb weggegeven, dan ga ik weer nieuw halen. Maar nu zijt gij gekomen en nu zult U ons wel een man geven, die vervuld is van godsdienst. Dan behoef ik het zóver niet meer te halen, meestal met gevaar van mijn leven."

Hoe kinderlijk-eenvoudig sprak die man over een stuk godsdienst* dat rnet groot gevaar werd gehaald. Hoe bemoedigend waren die woorden voor Williams, en hoe beschamend zijn ze voor ons, die rustig kunnen neerzitten onder de klanken, van Gods Woord en die de ganse Bijbel kunnen onderzoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1951

Daniel | 12 Pagina's

Van het Zendingsveld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1951

Daniel | 12 Pagina's