Zijner handen werk
(12.)
WINTERKOUDE (vervolg)
1. IJs
2. Sneeuw
3. Hagel
1. IJs: e zijn zo licht geneigd om te denken, dat Palestina een bij uitstek warm land is. Wie het vorige artikel aandachtig gelezen heeft, zal tot andere gedachten gekomen zijn, al is het waar, dat de temperaturen lang niet zo laag worden als iii onze omgeving. Voor eigenlijke winterkoude moeten we dan ook in de bergen zgn. Daar kan sneeuw en ijs voorkomen, zoals al blijkt uit Ps. 147 : 16 en 17: Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit de rijm als as. Hij werpt Zijn ijs heen als stukken; wie zou bestaan voor Zijn koude? " In Job 6 : 16 lezen we: Die (— de beken) verdonkerd zijn van het rjs, en in dewelke de sneeuw zich verbergt." Op nog enkele plaatsen wordt in de Bijbel gesproken over ijs, maar toch niet dikwijls, omdat het ijs geen grote rol speelt in het leven daar. Een vorstperiode komt nooit voor, het blijft altijd beperkt tot nachtvorst. Vandaar dat het ijs nooit lang blijft liggen, nooit sterk wordt, en „ijsvermaak" iets onbekends is in Kanaan. De schade die de veldgewassen oplopen tengevolge van vorst, is dan ook uiterst gering.
2. Sneeuw: Voor de sneeuwval, die van meer betekenis is dan het ijs, zijn moeilijke getallen op te geven, omdat die in verschillende jaren zeer verschillend kunnen zijn. Soms sneeuwt het drie dagen per jaar, dan weer helemaal niet, soms zoals in 1874, sneeuwt het twaalf dagen; in 1879 viel er echter 43 cm sneeuw. Geen wonder, dat door de lichte huizenbouw, de woningen zo'n sneeuwvracht niet kunnen dragen en instorten. In 1874 in Bethlehem 13 stuks, terwijl er in datzelfde jaar in Gaza, de oude stad der Filistijnen, een wonderlijke geschiedenis plaats greep:
Door de stilte van de winternacht spoedde zich behoedzaam iemand door de witte straatjes voort, glurend naar de huizen, waar hij langs kwam. Eindelijk scheen hij gevonden te hebben wat hij zocht. Na zich overtuigd te hebben, dat de bewoners in diepe rust waren, verschafte hij zich toegang tot dat huis en begon voorzichtig in de huiskamer bijeen te pakken, wat van zijn gading was. Nadat de dief hiermede klaar was, trad hij voorzichtig de slaapkamer binnen om ook daar te gaan stelen. De heer en de vrouw des huizes en hun enig kind sliepen rustig voort. Dat kind in de wieg kon een gevaar voor hem worden. Daarom nam hij het wiegje voorzichtig op en droeg het naar buiten, om vervolgens zijn werk der duisternis weer voort te zetten. Het kindje is door het nachtelijk vervoer echter ontwaakt en begint buiten luidkeels te schreeuwen, waardoor moeder wakker wordt. Wie schetst haar verbazing, toen ze bemerkte dat de wieg niet meer op de slaapkamer stond. Vader, die inmiddels ook wakker geworden is, merkt terstond dat de wieg buiten staat. Haastig begeven ze zich daarheen, terwijl de dief zich in de woonkamer in het donkerste hoekje terugtrekt. Nauwelijks zijn de bewoners buiten, of met oorverdovend lawaai stort hun huis achter hen in elkaar, onder de zware sneeuwvracht op het platte dak. Later vond men de dief onder puin en balken verpletterd, zijn zakken reeds gevuld met gestolen goed. God had gesproken. Door Zijn bijzondere leiding was de dief de redder der familie geweest, maar was hijzelf in de zonde omgekomen.
Heilig zijn, o God, Uw wegen!
Op de noordelijke, grote bergen ligt meer sneeuw; op de Libanon zelfs „eeuwige" sneeuw.
Dalman vertelt nog het volgende over zware sneeuwval in 1920: „Alles in de laatste kwarteeuw werd overtroffen door de sneeuwstorm van 9 — 12 Febr. 1920. Tot een meter hoog lag de sneeuw, zodat doden niet begraven konden worden en de boeren de stad niet konden bereiken. Daken van huizen stortten in en begroeven mensen en dieren. Op vele plaatsen werd de helft van de olijfbomen door de sneeuw vernield. Nog in 1921 kon ik de aangerichte schade waarnemen."
Uit deze nieuwere gegevens, vergeleken met wat de Bijbel ons meedeelt over sneeuw, blijkt dat er geen klimaatsveranderingen in Kanaan hebben plaats gegrepen, b.v. sneeuw op de berg Zalmon (Ps 68 : 15) en Benaja doodde een leeuw, die in de sneeuwtijd in een kuil was gevallen (2 Sam. 23 : 20)
Talrijk zijn de beelden en vergelijkingen met de sneeuw in de Bijbel, zoals bij de melaatsheid, bij het reinigen der zonden, de witte klederen als sneeuw.
Een eigenaardige tekst vinden we nog in Spr. 25 : 13 „Een trouw gezant is dengenen, die hem zenden als de koude der sneeuw ten dage des oogstes enz." Hoe kan er sneeuw zijn in de zomer? De kanttekenaars zeggen ons hierbij, dat de sneeuw van de winter in diepe kelders onder de grond bewaard wordt om daar 's zomers de dranken te koelen.
3. Hagel: it komt in de winter meestal voor als begeleidend verschijnsel bij storm en onweer. Al heel wat schade heeft de hagel veroorzaakt. Daarom is het ook altijd weer een bijzondere openbaring Gods, b.v. bij de plagen in Egypte, tijdens de verovering van Kanaan (Joz. 10 : 11) „Het geschiedde nu, toen zij voor het aangezicht van Israël vluchtten, zijnde in de afgang van Beth-horon, zo wierp de Heere grote stenen op hen van de hemel" enz.; „Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen zult vallen, " enz. (Ezech. 13 : 11). „Ik sloeg ulieden met brandkoren, met honingdauw en met hagel" (Hagg. 2 : 18) „En een grote hagel, elk als een talentspond zwaar, viel neder uit de hemel op de mensen; en de mensen lasterden God vanwege de plage des hagels; want deszelfs plage was zeer groot" (Openb. 16 : 21.) In al deze Bijbelplaatsen blijkt de hagel te zijn een beeld van Gods toorn en straf.
Trekken wij nu na de behandeling van de winterkoude een conclusie, dan blijkt, dat de Palestijnse winter veel weg heeft van het begin van onze lente. Dagen van regen en storm, onweer, koude en sneeuw worden afgewisseld met dagen van droogte en heldere zonneschijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 februari 1951
Daniel | 12 Pagina's