JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

De Beeldenstorm. Met recht wordt deze een storm genoemd. Rome noemt hem een revolutie en haast zich de volle schuld te leggen op de Protestanten (speciaal op de Calvinisten). Men zegt er niet bij, wat de kerk, die volgens haar zeggen niet naar bloed dorst, heeft gedaan. De onderdrukking, zegt Salomo, zou zelfs een wijze dol maken.

Natuurlijk zijn er altijd ongure elementen, die van zulke gelegenheden gebruik maken, hun plunderlust bot te vieren.

Groen spreekt van een verderfelijke baldadigheid, waaraan noch de verbonden Groten (d.i. de hoge Adel), noch de Consistoriën deel hadden. De beeldenstorm was in hun ogen een fout, geen misdrijf. Elk Gereformeerde moest afschaffing op regelmatige en wettige wijs begeren, van al wat naar beeldendienst geleek. Het begon in Juli 1566, toen gewapende benden in de omgeving van Doornik en Yperen kerken aanvielen, de beelden stuk sloegen en de kerkekassen plunderden. Reeds in September woedde de storm in Friesland en Groningen. Op 19 Aug. had de plundering van de O.L.V.K. te Antwerpen plaats.

De regering te Brussel wist geen raad. Margaretha ontbood de ridders van het Gulden Vlies en vroeg hun

steun. Egmond, Oranje en Hoorne weigerden echter tegen de woelingen op te treden, tenzij zij enigszins tegemoet kwam aan de wensen van de adel te St. Truy. (zie vorig art.) Toen heeft Margaretha op 23 Aug. met de afgevaardigden van het Compromis een overeenkomst gesloten, waarbij zij prediking toestond, mits men ongewapend ter preek kwam en geen herrie maakte. Voor het Compromis en het Verzoekschrift zouden de heren niet gestraft worden. Daartegenover moesten de edelen hulp bieden bij de onderdrukking der woelingén. Tevens drong zij aan op ontbinding van het Compromis.

Toen haalden de edelen — de tijd zou 't leren — een domme zet uit: zij ontbonden het Compromis! Van deze kant dreigde nu voor de regering geen gevaar meer; terwijl de edelen toch moesten helpen.

Oranje keerde terug naar Antwerpen en zond Brederode naar Holland. Egmond ging naar Vlaanderen, Hoorne naar Doornik, allen om de orde te herstellen.

Oranje stond te Antwerpen nu de bouw van twee kerken toe, een voor de waalse en een voor de nederduitse gemeente. Maar toch was hij uitnemend ingelicht hoe Philips over de gebeurtenissen dacht en wat de gevolgen zouden zijn.

De Koning was razend van woede en zou zich wreken op Onrooms en Rooms. Allen hadden de dood verdiend. Wat nu? Voor de hoge Adel waren er maar twee mogelijkheden: zich verzetten of toegeven. Twee hebben aan het eerste gedacht, Oranje en Hoonie. Omdat echter Egmond niet mee wilde doen, deed ook Oranje het niet. De overigen waren verdeeld: de meesten voor toegeven.

Margaretha merkte dit zeer goed en voelde zich sterker worden. Kwam er nog eens een leger uit Spanje, dan kon men toeslaan en al het beloofde van nul en gener waarde beschouwen. Kwam er geen leger, zij zou zichzelf helpen.

Reeds had de Koning grote geldsommen gezonden tot werving van troepen. De zeer toegewijde Noircarmes begaf zich naar Valenciennes een bolwerk der Calvinisten. Megen en Aremberg verzamelden troepen om de Geuzen in het Noorden te bestrijden. Was het Compromis maar niet ontbonden gew r orden. Wel werden pogingen in 't werk gesteld het weer in 't leven te roepen, maar tevergeefs. En onderwijl bleef de belofte van 23 Aug. onuitgevoerd. Daarop werden in verschillende plaatsen vergaderingen gehouden van Luthersen en Calvinisten teneinde een request op te stellen aan de stedelijke regeringen, maar deze durfden niet helpen.

Meer en meer bleek, dat bij de natinoale partij geen leiding was. Oranje en Egmond hadden die kunnen geven. Egmond dacht er niet over en dan deed Oranje, zoals wij zagen, ook niet mee. Verder had laatstgenoemde de volgende bezwaren. De beweging moest van de Groten, niet van het volk uitgaan. Later heeft hij daarop een andere kijk gehad. Hij moest in die tijd feitelijk niets van de Calvinisten hebben. Zij waren hem te democratisch, wilden niet samen werken met de Luthersen, in alle geval niet de Augsburgse Confessie als grondslag van hun kerken beschouwen.

Egmond wilde koningsgetrouw blijven.

Goed, zeiden de Calvinisten, dan zullen wij ons zelf helpen. Zij hadden te voren reeds geld ingezameld en zouden nu hiervoor duitse huurtroepen werven.

Oranje zou aanvoerder kunnen worden, maar dan moest hij beloven de gereformeerde religie te zullen beschermen. Weigerde hij, dan zou Hoorne of Brederode de leiding opgedragen worden.

Het eind van alles was, dat Brederode de leidingkreeg. Succes heeft hij niet gehad en moest tenslotte uitwijken naar Duitsland, waar hij een jaar later stierf. Wij zouden te uitvoerig worden, als wij alles verhaalden, wat in deze maanden plaats had. Margaretha won meer en meer terrein en stoorde zich aan het accoord van 23 Aug. in 't geheel niet.

Telkens leden de calvinistische legertjes de nederlaag. Het laatst bij Oosterweel, vlak bij Antwerpen, waar Jan van Marnix, heer van Tholouze het bevel voerde.

Reeds had deze getracht een aanslag op Walcheren te doen, om zo contact met Engeland te leggen. Ook verwachtte men daar de aankomst van spaanse troepen. 't Was mislukt. Op 13 Maart kwamen de regeringstroepen opdagen. Met 3000 man versloegen deze de veel sterkere troepen van Tholouze. De Calvinisten in Antwerpen hadden hun kameraden nog ter hulp willen snellen. Maar Oranje belette hun dit nog wel met goedkeuring van de Lutheranen. Tholouze sneuvelde.

Neen, de Prins was nog niet de geloofsheld van later. En om alles nog erger te maken, Noircarmes vermeesterde Valenciennes, waarom hij in Dec. het beleg had geslagen. Een vreselijk bloedbad werd aangericht. Ook de leraren Guyde de Brés (Braye) en Pérégrin de la Grange, leiders der Calvinisten, verloren als martelaar het leven. Juichend schreden zij ten dood.

Veel steden kregen garnizoen. En om alles nog erger te maken kwam op 24 Mei 1567 het berüchte plakkaat tegen de ketters, waarin zij bedreigd werden met galg en rad en geseling. Scherp zou het toezicht wezen op geestelijken, schoolmeesters en drukpers.

Weer weken duizenden Calvinisten en Luthersen uit naar Engeland, Oost-Friesland en de streken aan de Rijn. Zelfs Roomsen vertrokken, allen beducht voor de naderende wraak. Ook Oranje is heengegan; hij wist precies wat op komst was. Tevergeefs had hij getracht ook Egmond mee te krijgen. Dwaas die hij was, menend geen kwaad behoeven te duchten, wijl hij toch altijd een trouw dienaar des konings was geweest.

De laatste wederzijdse afscheidswoorden moeten naar men zegt geweest zijn: Adieu, prince sans terre (Vaarwel, prins zonder land) en Adieu, comte sans tête (Vaarwel, graaf zonder hoofd.)

Inderdaad. Het was een „adieu", d.w.z. een vaarwel voor altijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 februari 1951

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 februari 1951

Daniel | 12 Pagina's