JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zijner handen werk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijner handen werk

6 minuten leestijd

(14.)

Winterkoude.

„De koning nu zat in het winterhuis, in de negende maand; (— Nov.—Dec.) en er was een vuur vcor zijn aangezicht op de haard aangestoken." (Jer. 36 : 22.) De koning Jojakim wist dus, wat koude was. Petrus zocht ook zijn toevlucht tot het kolenvuur, dat „de dienstknechten en de dienaars" op de binnenplaats gemaakt hadden. Zelfs wordt er over ijs gespreken: Hij werpt Zijn ijs heen als stukken; wie zou bestaan ivoor Zijn koude? " (Ps. 147 : 17.) Hieruit blijkt dus ook, dat er in Bijbelse tijden 's winters koude heerste.

Tegenwoordig is de gemiddelde temperatuur in December te Jeruzalem 9.9° C, in Januari 7.5° C en in Februari 8.7° C. De laagst gemeten temperatuur is —4° C (1895 en 1897.) Bij de Dode Zee en ten noorden daarvan heeft het nog nooit gevroren. Dalman heeft voor zijn studie over Palestina een hele tijd in Kanaan doorgebracht. In één van zijn werken schrijft hij: „Men neemt gewoonlijk aan, dat Palestina een warm land is. Ik moet zeggen, dat ik gedurende mijn leven nooit zoveel koude heb geleden, als in de eerste winter (1902— 1903) van mijn Palestijnse tijd, hoewel de temperatuursverhoudingen normaal waren." *

Trekken we uit het bovenstaande een voorzichtige conclusie, dan kunnen we alvast wel zeggen, dat een betrekkelijk geringe temperatuursdaling een grote invloed heeft op het volksleven in Palestina. Uit de algemene inleiding zal dat nog niet voldoende duidelijk zijn, zodat we deze stelling nader zullen verklaren. We zullen dit doen aan de hand van het volgende schema:

len dit doen aan de hand van het volgende schema:1. De invloed van de plaats waar we ons bevinden.

2. De invloed van de regen.

3. De gevolgen van de wijze van huizenbouw.

4. De kleding, die gedragen wordt.

5. De algemene constellatie van het lichaam.

1. De plaats.

Wanneer we Kanaan dwars doortrekken van het Westen naar het. Oosten, dan kunnen we duidelijk 3 zones onderscheiden a. de kuststreek

b. het bergland

c. het Jordaandal.

a de kuststreek: Dat is het gebied langs de Middellandse zee. 't Kenmerkende is: hete zomers en milde winters, dus geen winterkoude. Gemiddelde jaartemperatuur 19° C.

b het bergland: hier is het 's zomers heet en 's winters koud, waardoor er in de winter sneeuw voorkomt en vorst en ijs en hagel. Gemiddelde jaartemperatuur 17° C.

c lret Jordaandal ligt zeer diep, op sommige plaatsen 400 m beneden de zeespiegel. Hierin hebben we een tropisch klimaat, nog heter dan aan de kust. Gemiddelde jaartemperatuur 24° C. Flavius Josephus schrijft: „In de zomer wordt het dal als het ware verzengd, de zomerhitte is bij Jericho zo geweldig, dat niemand zonder noodzaak zijn huis verlaat. In de winter is het klimaat zo zacht, dat de bewoners in linnen klederen gekleed gaan terzelfder tijd, dat het in het overige Judea sneeuwt." Dat het er tropisch is, blijkt wel uit de vele palmen die er groeien (tropische planten.) Wordt Jericho niet vaak Palmstad genoemd?

2. De regen:

Wanneer wij in de regen hebben gelopen, gaan we ons koud en onbehagelijk gevoelen. We krijgen dan de indruk, dat de temperatuur veel lager is dan de thermometer aanwijst. En daar het 's winters juist de regentijd in Kanaan is, dus als de zonnestanden al veel lager zijn dan in de zomer, gaat dit physiologische verschijnsel dubbel zwaar wegen.

3. De huizenbouw:

De huizen zijn meer ingericht op de zomer, zoals ons ook al gebleken is bij de beschrij/ving van de regenperiode. Vensters komen bijna niet voor en alle openingen worden 's winters zorgvuldig dichtgestopt. Daardoor ka n er nooit geen zonnestraaltje in binnendringen, 's Zomers mag dat heerlijk koel zijn, reeds vroeg in het najaar wordt het kil in de Oosterse huizen. Dat geeft een onaangenaam gevoel, temeer daar er van een behoorlijke verwarming weinig sprake is.

4. De kleding:

Door de grote hitte in de zomer, kunnen we verwachten, dat er van zorg voor de winterkleding niet voldoende sprake is. Psychologisch is dat wel te verklaren, 's Winters slaat men een eenvoudige wollen doek om hoofd en hals, terwijl er van een schaapsvel een soort lange kiel gemaakt wordt. Voor het gewone volk was dat echter te duur. Bij de veelal armelijke omstandigheden moest er hard gewerkt worden, om de winterkleding voor elkaar te krijgen. Vooral de capaciteiten van de vrouw speelden dan een grote rol. Van de wakkere huisvrouw lezen we in Spreuken 31 : 21: Zij vreest voor haar huis niet van wege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed."

5. Het lichaam:

Dit gaat zich instellen op een bepaalde temperatuur. Een Javaan heeft minder last van de warmte dan wij, een Eskimo voelt de koude niet zo intens als wij, wanneer wij in hun omstandigheden komen te verkeren. Wanneer nu in Kanaan de winterperiode begint, zijn de mensen daar gewend aan een langdurige zomertijd, de grote hitte en de onafgebroken droogte. Het lichaam is dus ingesteld op warmte. De overgang naar de koude gaat dan moeilijker dan in onze streken, waardoor in en even na deze overgangstijd nogal ziekten voorkomen. Een bewijs daarvan is het Arabische gezegde: „De oorsprong van elke ziekte is de koude."

Verwarming:

Voor de rijken en aanzienlijken leverde dat geen grote bezwaren. Ze hadden zomerverblijven, maar ook winterpaleizen, zoals bv. koning Achab in Samaria en Jizreël. Ook waren zomer-en winterverblijf wel onder hetzelfde dak. Zo'n winterverblijf was er dan op ingericht, dat het gemakkelijk en afdoende verwarmd kon worden. „En Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan; en de elpenbenen huizen zullen vergaan, en de grote huizen een einde nemen, spreekt de Heere." (Amos 3 : 15.)

Het gewone volk en de armen konden zich de weelde van zomer-en winterverblijf niet veroorloven. Men was al lang blij, wanneer één vertrek enigszins verwarmd werd. Behaaglijk was het haast nooit. Brandstof was houtskool. Kachels waren onbekend. Men gebruikte dan ook een metalen bekken of een vuurpan, die midden in het te verwarmen vertrek in een gat in de lemen vloer werd gezet. Bij gebrek aan een bekken stookte men de houtskool ook wel zo in een gat in de vloer, met de gevaren daaraan verbonden. Men nam dan maar zo dicht mogelijk om het vuur plaats. Zoals we al vermeld hebben, waren al de openingen zorgvuldig dichtgestopt, zodat de rook niet kon ontwijken, omdat schoorstenen onbekend waren. Gevolgen waren hoofdpijn en betraande ogen. „Beter rook, die blind maakt, dan koude die ziek maakt." Dat heeft men er allemaal voor over, als men maar warm wordt. „Hei! ik ben warm geworden, ik heb vuur gezien." (Jes. 44 : 16) Nog ondraaglijker werd het voor de armen, die inplaats van houtskool takken moesten stoken.

Een volgende koor hopen we D.V. dit artikel te vervolgen met een bespreking over sneeuw, ijs enz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1951

Daniel | 12 Pagina's

Zijner handen werk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1951

Daniel | 12 Pagina's