Ds L. G. C. Ledeboer
(III)
Lambertus Gerardus Conielis Ledeboer werd op de 30ste September 1808 te Rotterdam geboren. Hij was de zesde zoon van Bernardus Ledeboer en Anna Christina van den Ende. Bernardus Ledeboer heeft een boekje nagelaten: „Aan mijn kinderen en kindskinderen." In dit boekje schrijft hij: „Wij hebben het genoegen uit aantekeningen te kunnen bewijzen, dat het geslacht Ledeboer behoort onder de oudste adellijke geslachten van Westfalen." In de stamboom, die hij vervolgens geeft, gaat hij terug tot het jaar 1417. «De gehele stamboom zal ik hier niet weergeven, doch daaruit blijkt wel, dat verscheidene personen uit het geslacht Ledeboer predikant geweest zijn. Hij schrijft: „Tot dusverre waren onze voorouders dus allen Evangeliedienaren en deze gedachte zal ons meer waard zijn dan de verloren adeldom."
Aan het eind van het boekje zegt hrj iets van zijn kinderen en eindigt dan: „Mocht ik dat ook zeggen van mijn zoon Lambertus Gerardus Cornelis. Nadat hij met lof gestudeerd had, werd hij tot predikant te Benthuizen beroepen, maar verliet deze gemeente en " Hier houdt hij plotseling op.
Bovengenoemd boekje van B. Ledeboer is niet in de handel, doch Ds Landwehr ontving het ter inzage van een bloedverwant van Ds Ledeboer en heeft er iets uit overgenomen in zijn werk over Ds Ledeboer.
Bernardus Ledeboer was koopman te Rotterdam. Jaren lang is hij secretaris geweest van het Nederlandse Zendeling-genootschap. Ledeboer's moeder was een dochter van Pieter van den Ende en Wilhelmina Brouwer, die behoorden tot de deftige burgerstand te Delft en handel dreven in lijnwaden.
Voor zijn vader had Ledeboer veel achting. Hij noemt hem „een wijze vader in de opvoeding, die mij veel liet leren, daar ik een slecht gebruik van maakte."
Over zijn moeder schrijft hij weinig. Bij haar sterven drukt hij zich in een gedicht aldus uit:
Haar hoop was niet op eigen doen, Maar op des Heeren Jezus' zoen, Bij kennis van ellende! Zij diende God al in haar jeugd, En zocht in Zijnen dienst haar vreugd, Dat deed zij tot aan 't ende.
Van zijn schooljaren zegt Ledeboer: „Op de school doorgaans de laagste door mijn onachtzaamheid, deed ik niet, wat ik doen moest en wat, ik niet doen moest, deed ik; wat zich van mijzelve ontwikkelde of liever, waar de Heere mij van achteren bezien, bij bepaalde en meer dadelijk in verband stond met mijn volgende loopbaan, ging het beste. Gedwongen arbeid viel mij zwaar en zuur, maar vrijwillige (gelijk men het noemt) ging beter." ('s Heeren wegen blz 7).
Reeds als kind had hij diepe en levende indrukken van de grootheid en heiligheid Gods en werd door natuurlijke dingen terstond opgeleid tot de geestelijke zaken. Teder van consciëntie, was hij steeds diep onder de indruk, wanneer hij vermaand werd. Wat zijn karakter betreft, was hij lichtgeraakt, ja zelfs driftig. Zijn vader schreef van hem: „Hij is niet sterk en driftig."
Toen Ledeboer de lagere school had afgelopen ging hij naar het Erasmiaanse Gymnasium te Rotterdam.
„Predikant te worden lag vroeg in mijn ziel, schoon door mijn ouders er mede toe bestemd, hadden zij daarmede geen moeite met mij, ook zouden zij dit anders niet gedrongen hebben." ('s Heeren wegen blz. 7).
Voor de kosten der studie was geen enkel bezwaar, daar zijn ouders zeer bemiddeld waren.
Op het Gymnasium deed Ledeboer goed zijn best, zodat zijn leraars zeer tevreden over hem waren. Vooral in de Latijnse taal was hij knap, want bij het eindexamen hield hij een rede in het Latijn, waarvoor hij met een prijs werd (vereerd. Hij was nu achttien jaar geworden en in September 1826 ging hij naar Leiden, om daar aan de Universiteit zijn studie voort te zetten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1951
Daniel | 12 Pagina's