JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

Op 5 April 1566 had de aanbieding van het Smeekschrift plaats. Hendrik van Brederode en Lodewijk van Nassau liepen gearmd aan het eind van de stoet.

De Landvoogdes was eerst wat zenuwachtig; maar dit was spoedig over. Zeker door de bemoedigende woorden van Berlaymont: Comment Madame! peur de ces gueux!

En het antwoord ? De heren hadden gevraagd een gezant naar Spanje te zenden, teneinde verzachting der plakkaten te vragen. Goed, 't zou gebeuren.

En enige „moderatie" (matiging) zou al vast plaats hebben. Wat minder fraai was. dit antwoord stond als kanttekening op hun Smeekschrift!

Geen wonder, dat zij teleurgesteld waren en 2 dagen later om een uitvoeriger antwoord vroegen.

Enfin, het werd een hevig gekijf wederzijds en het onderling wantrouwen groeide bij de dag.

De een vertelde: de edelen willen een opstand beginnen. De ander: de regering laat troepen werven.

Oranje, ook zeer teleurgesteld, moet van plan geweest zijn, uit te wijken naar de Dillenburg. Er liepen toch altijd maar geruchten, dat de Koning hem de schuld van alles gaf en dat hij soldaten wierf.

De nederlandse edelen Bergen en Montigny zouden dan als afgezanten naar Spanje gaan. Zij hebben hun land nooit meer teruggezien.

Bergen werd spoedig ziek en stierf. Het vertrek van Montigny werd telkens uitgesteld en toen 't volgend jaar Egmond en Hoorne werden gevangen genomen, werd ook hij ingekerkerd. Hij zat er nog toen E. en H. al vermoord waren, onbekend met het droevig lot dezer mannen en van zijn vaderland.

Op zekere nacht hoorde hij een „minstreel" voor zijn gevangenis spelen en zingen, die hem zo de lotgevallen van ons arme land meedeelde.

Tenslotte is hij op bevel van Philips in 1570 in de gevangenis van Simoncas geworgd. Telkens ging een priester naar het gebouw om de schijn naar buiten te geven, dat de ongelukkige dodelijk ziek was.

-Geuzen. In deze tijd ontstond de naam Geuzen. De heren van het Compromis hielden natuurlijk hun gastmalen, waar flink gefuifd werd en het niet alijd ep/en net toeging.

Bij een van die gelegenheden schijnt Brederode het scheldwoord van Berlaymont overgenomen en de scheldnaam tot een erenaam gemaakt te hebben. Zelfs aan het uiterlijk kon men de medestanders kennen. Zij droegen een grijs kleed, met aan de gordel een bedelnap; verder om de hals een zilveren of gouden penning, waarop aan de ene zijde de beeldenaar des konings; aan de andere zijde twee ineengeslagen handen en een bedelzak. Het randschrift luidde: Getrouw aan de koning tot de bedelzak toe.

Wie het niet betalen kon hechtte een eikeldop de muts. aan

De voorlopig toegezegde „moderatie" bleek niet zo mooi te zijn, als men wel verwachten kon. Predikers, die gesnapt worden, gingen naar de galeien; zo ook degenen, die hen herbergden.

Geen wonder, dat het volk van „moorderatie" sprak. Het antwoord van de koning, dat na lang v/achten binnenkwam was geheel a la Philips. Er zou een plan van matiging ontworpen worden. De edelen werd vergiffenis beloofd, maar dan moesten alle samenspanningen ophouden.

En — nu komt het fraaiste — tegelijkertijd liet Philips in 't geheim door een notaris een acte opstellen, waarin hij al deze beloften van geen waarde beschouwde, want zij waren hem door de nood afgeperst!

Margaretha kreeg in 't geheim de last onveranderd voor te gaan.

Andere organisaties. In dezelfde tijd ontstond het Verbond der kooplieden en het Verbond der consistoriën.

Beide ontstonden in Antwerpen.

Het eerste sprak zich aldus uit: „Wij zweren voor God niet te zullen dulden, dat ons enig geweld worde aangedaan om onze religie." Zij moeten Philips 3 millioen gulden aangeboden hebben, mits hij aan de niet-Roomsen vrijheid van godsdienst gaf.

Het Verbond der consistoriën bestond uit Kerkeraden (ouderlingen en diakenen) die zich krachtig zouden roeren.

Hagepreken. De Gereformeerden waren niet van plan zich langer stil te houden, maar wilden de openbare prediking.

Het lag voor de hand, dat deze prediking in het open veld moest geschieden, want kerken waren er voor hen niet. Het begon in Vlaanderen.

Beslissend was het woord van de antwerpse synode onder leiding van Marnix, Le Clercq e.a.: gemeenten organiseren onder leiding van kerkeraden en overal

prediken. Aldus geschiedde. Een groot aantal predikanten toog met kracht aan de arbeid. Ballingen keerden terug. Wij geven de volgende namen: Guy de Bray, Pérégrin de la Grange, Jean Taffin, Frangois, du Jon, Caspar van der Heyden, Hermanus Moded, Petrus Dathenus, enz. enz.

De vergaderingen begonnen in Juni; zelfs vlak bij Brussel werd gepreekt.

Maar zo had de Landvoogdes het niet bedoeld. Er kwam dan ook in Juli een plakkaat, waarbij die hagepreken kort en goed verboden werden.

Dat werkte als olie in het vuur. Men ging nu gewapend ter preek; een hagepreek, zegt Groen, scheen een krijgsbedrijf. Er zaten onder de deelnemers heel wat ongure elementen, die het helemaal niet om de preek, maar om een frisse kloppartij te doen was: muitziek volk, dat een gevaar opleverde voor de rust des lands en de richtige voortgang van de goede zaak.

Reeds op 2 Juli had het Compromis te Lier vergaderd met afgevaardigden der antwerpse Synode en aangedrongen, dat zij trachten moesten die gewapende bijeenkomsten te doen ophouden. De Koning zou boos worden, het volk oproerig en de adel zou in verdenking komen.

Maar de synodale afgevaardigden zeiden, daartoe met over te kunnen gaan; het zou dan nog erger worden en geestelijken en vermogenden in gevaar brengen. Zelfs /voor de dreigementen van het Compromis gingen de heren niet op zij.

Op 14 Juli had weer een bijeenkomst plaats, nu te St. Truyen in het Luikse. De afgevaardigden der Synode eisten kort en goed bescherming van de zijde van de adel en deze werd hun beloofd.

Ook benoemde men een deputatie van 12 edelen, die een tweede verzoekschrift aan de Landvoogdes zouden aanbieden. De inhoud kwam o.m. hierop neer:

le verzoek om godsdienstvrijheid, 2e. aan Oranje, Egmond en Hoorne de macht verlenen om in de veiligheid en rust te voorzien.

De Landvoogdes was hevig boos. Zo zouden genoemde heren feitelijk de meesters van het land worden en „de koning tot de rang van Doga van Venetië afdalen." Het resultaat was nihil.

Ook de antwerpse Synode had nog een plan, nl. om eind Augustus door 1200 a 1400 Calvinisten een verzoekschrift te Brussel te doen indienen. De eis zou luiden: inruiming van enige kerkgebouwen in de steden voor de Calvinisten. Zover is het niet gekomen.

P-J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's