JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

5 minuten leestijd

De karolingische tijd.

Meer en meer bleek, dat het Frankenrijk het bolwerk van het Westen zou worden. Wat eenmaal het westromeinse rijk was geweest, ging over op dat rijk. De loop der gebeurtenissen werkte daartoe mee.

Het jaar 732, we wezen er te voren reeds op, was niet alleen een politiek feit van betekenis, maar ook voor de westerse kerk beslissend, nl. of de Halve Maan, of het Kruis in Europa heersen zou.

Het was niet de enige dreiging. De verhouding van de oosterse tot de westerse kerk werd steeds slechter en voorts waren daar de Longobarden. Het ligt voor de hand, dat Rome steun zocht en deze vond in het genoemde Frankenrijk, zetel van een Katholieke rijkskerk.

De merovingische koningen waren afgedaald van hun hoge plaats tot „rois fainants", niets doende koningen en het werk werd in feite verricht door de energieke karolingische hofmeiers, beheerders der koninklijke goederen.

Het is gemakkelijk te begrijpen, dat deze hofmeiers niet alleen de daad maar ook de naam wilden hebben. En daartoe heeft de paus uit welbegrepen eigenbelang meegewerkt. Met zijn toestemming werd de laatste Merovinger opgeborgen in een klooster en de Karolingers ontvingen, zij het in de weg van revolutie, het erfelijk koningschap. In ruil hiervoor werden zij beschermers (patricius) van de pauselijke stoel.

De volgende pausen zijn bij dit punt niet blijven staan. In deze gebeurtenis heeft feitelijk de toekomstige strijd tussen paus en keizer haar beginpunt.

Als paus Leo in 800 koning Karei tot keizer uitroept, is dat niet louter een beloning voor bewezen steun, maar een eerste stap in de richting van de pauselijke hegemonie.

Wij komen later op deze gebeurtenis terug.

Pepijn de korte, de eerste karolingische koning, snelde door paus Stephanus II te hulp geroepen tegen de Longobarden, toe, versloeg hen, dwong hen in 756 al de gemaakte veroveringen terug te geven en schonk deze aan de paus.

Zo ontstond de Kerkelijke Staat. De paus was nu niet alleen geestelijk opperhoofd der westerse kerk, maar werd nu ook wereldlijk vorst.

't Was alleen maar jammer, dat hij dit cadeautje door middel van een Frankenvorst ontvangen had. Doch ook hierin werd raad geschaft.

Enige tijd later werd een vals geschrift vervaardigd, de zg. „schenking van Constantijn", waarin te lezen stond, dat indertijd koning Constantijn na zijn doop een grote schenking aan de toenmalige paus had gedaan en deze met grote wereldlijke macht had begiftigd.

De frankische koningen moesten dus niet menen, dat zij de eerste schenkers waren. O, neen, zij gaven maar terug, wat de paus al eeuwen behoorde!

Onze lezers zullen nu zeer zeker de bedoeling van dit vals geschrift begrijpen.

Vlak voor de Hervorming heeft de Humanist Laurentius Valla aangetoond, dat deze „schenking van Constantijn" een verlicht stuk was. Een duits Humanist kweet zich met groot genoegen van de taak dit geschrift van Laurentius in Duitsland te publiceren!

Karei de Grote. (768—814.) De reuzenfiguur van deze tijd is de grote Karei en hij draagt die naam met recht.

Allereerst is hij groot geweest in zijn veroveringen, waarbij hij echter niet erg zachtzinnig te werk ging.

Met de onderwerping en kerstening van Noord-Friesland had hij betrekkelijk weinig moeite. Anders was dit met de heidense Saksen ten W. van de Elbe.

Zij boden hardnekkig tegenstand, hielden even hardnekkig vast aan hun heidendom en zagen in het Frankenrijk de grote vijand van vrijheid en religie.

De grote tegenstander van Karei was de Saks Widukind. Herhaaldelijk hadden opstanden plaats, die telkens bloedig onderdrukt werden. Berucht is geworden het bloedbad van Verden, waarbij 4000 Saksers werden vermoord.

Ook gebruikte Karei het middel van deportatie (verbanning), natuurlijk om het stamverband te breken. In 785 gaf Widukind het op, onderwierp zich en liet zich dopen.

Direct voerde Karei in het onderworpen gebied de kerkelijke organisatie in door het stichten van bisdommen.

Het heidendom werd op straffe des doods verboden; overigens wel een eigenaardige manier tot uitbreiding van het Christendom!

In het Oosten, in de buurt van de Donau, onderwierp hij verschillende slavische stammen.

De Moren wierp hij terug tot over de Ebro. Tussen deze rivier en de Pyreneën was nu de spaanse mark.

Ook deze gebieden werden direct kerkelijk georganiseerd.

In 774 riep de toenmalige paus Adriaan I de koning als patricius te hulp tegen de opnieuw binnenvallende Longobarden.

Hun rijk bezweek en Karei herhaalde de door zijn vader Pepijn in 756 gedane belofte. eenmaal

Maar beloven en zijn belofte vervullen zijn twee.

Het eind van de zaak was, dat het wereldlijk gebied van de paus verkleind werd (784). Alleen zijn geestelijke macht mocht hij in het veroverd gebied natuurlijk blijven uitoefenen.

Ook in de bijzantische Beeldenstrijd heeft Karei een rol gespeeld.

In de oosterse kerk bestond al lang de beelden verering.

De monniken waren daar wel voor; er een broodje mee. zij verdienden

Maar de vroegere genoemde keizer Leo II, de Isauriër, de overwinnaar van de Muzelmannen, moest niets van die beelden verering hebben en verbood ze.

De een steunde hem, de ander bestreed hem.

Zelfs pausen van Rome als Gregorius II en III waren voorstanders van de verering.

Deze strijd zou ter sprake komen op het VII de oec. concilie van Nicea (787.)

Keizerin Irene maakte een zwaai en was nu voor beelden verering: wel was het geen aanbidding, maar alleen verering. Ook de opgemelde paus Adriaan I had aan het besluit meegewerkt.

Maar toen kwamen Karei en zijn hoftheologen los.

In 794 hield de koning de rijkssynode van Frankfort en deed daar 't besluit nemen, dat de beelden verering veroordeelde. En dit besluit werd genomen — n.b. —• „op gezag van de paus (dus p. Adriaan) en op bevel des konings."

Voor de paus geen prettig geval.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's