JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De schat in de akker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schat in de akker

9 minuten leestijd

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in de akker verborgen, welke een mens gevonden hebbende, verborg die, en van blijdschap over dezelve, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. (Matth. 13 : 44)

De Heere Jezus heeft veel door gelijkenissen gesproken.

Daarin openbaarde Hij twee dingen.

a. Zijn Goddelijke wijsheid; b. Het welbehagen Zijns Vaders dat door Zijn hand gelukkiglijk zou voortgaan. Hoe eenvoudig was de Heere Jezus in Zijn optreden en in Zijn onderwijs. Zulke heel eenvoudige beelden gebruikte Hij aan het dagelijkse leven ontleend.

Wij zijn zo weinig eenvoudig, en het woord van de Apostel wordt vervuld, dat de kennis (hoe nuttig ook) meest opgeblazen maakt, maar dat de liefde sticht.

De Heere Jezus leerde als machthebbende en niet als de Schriftgeleerde. Hij stond in de verborgen raad des Vaders, om de zondaar de veelvuldige wijsheid Gods bekend te maken tot zaligheid.

Maar hoe eenvoudig Hij ook leerde, voor velen bleef het verborgen. Hij volvoerde ook daarin het welbehagen des Vaders, dat voor de schare vanwege hun ongeloof de geheimnissen van het Verbond der Genade verborgen bleven en zij Christus ook niet begeerden. Die verborgenheden maakt Hij bekend aan degenen die Hem vrezen. (Ps. 25 : 14.) Van nature hebben wij geen oren om te horen wat Hij door Zijn Woord tot ons zegt, zodat het niet ter zaligheid is. Hoe groot is het voorrecht, dat wij leven onder de rijke nodzging van het Evangelie, maar ook groot zal de verantwoordelijkheid zijn als wij onder het aanbod van zaligheid moeten verloren gaan. De schuld zullen wij nooit op God kunnen werpen, noch op het Evangelie, maar het is door de verharding des harten, al is het, dat de Heere Zich verheerlijkt door vr\je genade.

De Heere is vrij de verborgenheden van het Koninkrijk Gods te openbaren zoals dat bij de schat in de akker vergeleken wordt.

Het is Gods rechtvaardigheid en het oordeel dat vanwege onze diepe val op ons rust, dat het de ene wel en de andere niet gegeven wordt die verborgenheden te kennen, en dat naar Zijn vrijmachtig welbehagen.

Op één zaak moeten wij nog letten, dat als de Heere door gelijkenissen sprak; wij die nooit mogen vergeestelijken, gelijk sommigen de gewoonte hebben. De Heere wil in de gelijkenissen in het volle licht stellen de souvereiniteit Gods in het zaligen van zondaren.

Daarom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, verborgen in de akker, die door een man gevonden (niet gezocht, maar gevonden) werd.

Wat is dat voor een Koninkrijk? Johannes de Doper zeide, dat het Koninkrijk des Hemels nabij gekomen was, toen de Koning van dat Koninkrijk gereed stond Zijn bediening openlijk te aanvaarden. Was het dan voor die tijd niet?

Ja, Christus is de Koning van eeuwigheid gezalfd en Hij heeft Zijn onderdanen gehad van den beginne, terstond na de val en zal die behouden tot het einde toe. Maar van het Koninkrijk der Hemelen wordt in het bijzonder gesproken onder het Nieuwe Testament, zodat die benaming inzonderheid wel wijst op de vrijmaking van Gods Kerk uit de dienstbaarheid waarin zij onder het Oude Verbond verkeerde. En hoe zouden Gods kinderen er naar moeten staan om die vrijheid door het geloof in hun harten te omhelzen, die Christus in de bediening van het Nieuwe Verbond gegeven heeft.

Het Koninkrijk waarvan de Heere Jezus spreekt is dus op aarde, het is niet van maar wel in de wereld.

Waarom wordt dit dan het Koninkrijk der Hemelen genoemd ?

Omdat het uit de hemel is en eenmaal in de hemel /Volmaakte heerlijkheid zal hebben. Hier op aarde heeft het die volle heerlijkheid nog niet. Denk maar aan de gelijkenis van de vijf dwaze en vijf wijze maagden; een akker waar tarwe en onkruid op is; een visnet met goede en kwade vissen.

In de hemel zal dat niet meer zijn. Het is dus wel duidelijk dat de Heere Jezus van het Koninkrijk der Hemelen spreekt, zoals het zich hier op aarde openbaart.

En toch, het is het „Koninkrijk der Hemelen", want het is gegrond in het welbehagen des Vaders, het heeft een fundament dat in de eeuwigheid ligt en nooit bewogen zal worden.

De vijand kan hier alle listen en geweld gebruiken tegen dat Koninkrijk en Gods volk benauwen zodat de poorten van hun hart beven, maar de poorten der hel zullen die gemeente niet overweldigen. Daarom kon Jesaja de vijanden van Gods Kerk er mee afwijzen tot troost van Gods volk; antwoordende de boden des volks, dat de Heere Sion gegrond heeft.

Dat Koninkrijk wordt gewrocht in de tijd, en zo wij reeds opmerkten, het is gekomen met de komst van Christus. Hij is de Koning (zie Ps. 2 : 6), die satans kop vertreden heeft, die overwinnaar is in de strijd en Zijn volk de zegen heeft. Hij is, zoals Daniël het zag, de steen, niet met handen afgehouwen, die al de andere Koninkrijken vermalen zal. Hoe fel bestreden ook, Gods volk is in Hem meer dan overwinnaar.

Dat Koningschap komt geestelijk in de harten van Gods volk, want de ware onderdanen zijn degenen die uit God geboren zijn. Het laat geen twijfel oveu Vele mensen mag dan de leer bekoren, dat het natuurlijk zaad van Abraham in het verbond is en recht op de zaligheid heeft, de Heere Jezus zegt wat anders in Joh. 3: „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien." Door wedergeboorte wordt men onderdaan van dat Koninkrijk.

Het Koninkrijk heeft geestelijke wetten, die alleen in het geloof betracht worden. God richtte niet een werkverbond op na de val, aan de mens eisen en condities stellende. Hij heeft geen nieuwe wetten gegeven, die wij in eigen kracht maar te vervullen hebben.

De belofte van de Koning is dat Hij Zijn wet in hun harten zal inschrijven, en zal maken dat zij in Zijn inzettingen zullen wandelen. Die wetten krijgen zij lief, het wordt hun vermaak en betrachting de ganse dag.

Dat Koninkrijk heeft nog meer, en het zou te veel worden om dit alles te beschrijven en uit te wijden, nl. privelegieën, gerechtigheid, heiligheid, vrede en blijdschap.

schap. Die er iets van krijgt te aanschouwen, zal in verwondering wegzinken en uitroepen met de dichter in Ps. 48 : 1: De Heere is groot; elk zing' Zijn lof!"

Maar nu zegt de Heere Jezus dat het Koninkrijk is als een schat verborgen in de akker.

Zo is het; van nature zijn wij er blind voor, maar ook vijandig tegen dat Koninkrijk, dan zoeken wij het in de dingen van de tijd. Daarom moeten onze ogen er voor worden geopend, door de krachtdadige bediening des Heiligen Geestes, opdat die schat in de akker aan ons ontdekt worde. Want de Heere zal hun geven schatten die in de duisternis zijn, en verborgen rijkdommen, opdat zij mogen weten, dat Ik de Heere ben, die U bij uwen naam roept, de God Israëls. (Jes. 45 : 3.)

Toen Mozes de schat van het Koninkrijk der Hemelen zag, heeft hij geheel de rijkdom van Egypte er aan gegeven, wensende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden dan voor een tijd de genietingen der wereld te hebben omdat hij zag op de vergelding des loons.

Welk een voorrecht als wij door de Heere vinders gemaakt worden door genade. zulke

Dan werkt Hij bij de aanvang en in de gedurige voortgang een behoefte en hun bede is; ontdek mijn ogen opdat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

O dat vinden, onverwacht en ongedacht. Wie weet hoeveel malen die man op die plaats geweest was om zijn akker te bewerken. Maar de tijd is bij God bepaald, voor de oprechten van harte dat zij zullen vinden, en zij moeten zeggen: nooit naar gevraagd, niet naar gezocht, maar toch gevonden. Gelijk Andreas zegt: wij hebben gevonden de Messias, hetwelk is overgezet zijnde de Christus.

Dan wordt zalig worden ruim, hoe onmogelijk aan hun zijde, zo mogelijk wordt het aan Gods zijde.

Dan roepen zij het uit: „Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk." En van blijdschap kunnen zij het niet op. Wat doet nu die man? Hij verbergt hem en gaat heen, verkoopt alles wat hij heeft en koopt die akker.

Er zijn wel eens ogenblikken in het leven van Gods kinderen, als zij Hem mogen aanschouwen, dat ze het heel de wereld wel willen toeroepen, dat er een middel is en een mogelijkheid om de welverdiende straf te ontgaan en weder tot genade te komen. Maar wanneer de noodzakelijkheid aangebonden wordt om Hem deelachtig te worden als hun eigendom, dan lopen ze er niet mede te koop. Dan gaat het om in Hem gevonden en met Hem verenigd te worden.

Dan wordt het een kopen uit vrije genade, als alle kooppenningen op zijn, en zij moeten komen in hun armoede op de markt van vrije genade. Dat kopen gaat gepaard met het verlies van ons leven. Alles moet er aan om deze schat van waarde te bezitten. Reken er op dat de man veel had waar zijn hart op stond, maar hij was zo verrukt en verwonderd geworden door die schat, dat hij al zijn eigen schatten niets achtte bij deze schat. Hij verkocht alles. Dat mag ook wel eens door genade het geval zijn bij Gods volk. Zij zeggen dan: „weg met alles."

Weg wereld, weg schatten Gij kunt niet bevatten Hoe rijk ik wel ben. 'k Heb alles verloren Maar Jezus verkoren Wiens eigen ik ben.

Zo leidt de Heere Zijn volk door de diepte en het onmogelijke tot de vervulling ter ere Zijns Naams.

Wat kennen wij daarvan, jongelingen en jonge dochters, kinderen en ouden van dagen, ja rijk of arm, wie wij ook zijn ? Zijn wij nog vreemdeling van die genade ?

De Heere verheerlijke ze in uw harten, eer de tijd der genade voorbij en de dag der zaligheid ten einde is. Nog leeft ge. De Heere geve U te worden ware bidders en bedelaars aan de troon Zijner Genade, opdat gij Hem leert kennen, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is.

En Gods volk, als ware onderdanen van het Koninkrijk des Hemels, vervulle de Heere met Zijn vreze, en de taal van hun hart zij met de dichter:

Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen!

Ds M. Heerschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's

De schat in de akker

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's