JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde

4 minuten leestijd

(32.)

Nog eens: Tollens.

Ja, die Tollens, waarover we het onlangs hadden! De wereld wil bedrogen zijn! Stel je voor: in 1860 werd er te Rotterdam een standbeeld voor hem opgericht. Van hem zijn niet minder dan 19 portretten bekend. Toen hij zeventig werd, kwam zijn benoeming tot commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Een buste werd geplaatst in 't museum Boymans. Bovendien kwam de stichting van het Tollensfonds tot stand. Een maand na het overlijden van de dichter (1856), werd een „Tollensavond" gegeven, bij welke gelegenheid op de kruin van Tollens' borstbeeld een gouden lauwerkrans werd geplaatst.

Eensdeels is dit te begrijpen. Tollens had de tijd doorleefd van Nederlands diepste vernedering; was getuige geweest van de Franse overheersing. Van die overheersing was Helmers, Tollens' leermeester, bijna het slachtoffer geworden. Toen de politie kwam om Helmers in hechtenis te nemen (1813), kon Helmers' zwager slechts het lijk van de dichter tonen. En nu was er in de letterkunde een richting gekomen, die teruggreep naar het verleden, naar de roemruchtige tijd van Nederlands bloei. In die richting domineren de fantasie en het gevoel boven de werkelijkheid. Het gevolg is: overdrevenheid en opgeschroefde taal. De titels van zijn gedichten spreken voor zichzelf: Het turfschip van Breda, Kenau Hasselaar, Het Slot Loevestein, De overwintering op Nova-Zembla, enz.

Tollens schreef in begrijpelijke taal: de mensen kon den hem begrijpen. De regels liepen als gelijkmatiggaande golven, en het rijmde zo mooi! En dat is voor de doorsnee-lezer al heel wat! Er werden geschiedkundige onderwerpen berijmd, waarvan de lezers al meer hadden gehoord. Het nationale bewustzijn werd door Tollens wakker gemaakt en gehouden.

Het gevolg is, dat we bij Tollens banale woorden en zinnen aantreffen. Tollens legde er graag een schepje op. Hoor maar wat hij zegt in de Aanblik op de Noordzee:

„Thans blijft het schuim der baren wit."

Vroeger, zo volgt daaruit, was de Noordzee haast altijd rood van het bloed. Merken we wel, hoe overdreven en onwezenlijk? Hij ziet slechts in de zee gedenktekens van oorlogswoede, wanneer hij zegt:

„Vloei af, en laat uw waatren zakken En toon uw boöm, bezaaid met wrakken, Tot Neerlands zoen vernield, doornagelt!, in uw

[schoot; Vloei af, en spoel, met schrik en schaamte, Der vaadren overplast geraamte Voor de ogen van hun kindren bloot."

Hoor hem Nieuwpoort: in de Zegezang na de overwinning bij

„Ontzaglijk schudt de leeuw zijn manen En daagt wie nog hem aangrimt uit; De wapentrots der Kastiljanen Omvat zijn klauw als zegebuit. We ontscheurden dien als 's vijands benden; Wij boorden in hun ijzren lenden En grepen hen in 't wrokkend hart. Wij voelden daar hun woede branden, En 't bloed, dat droop van onze handen, Zag giftig en van gruwien zwart."

Nu zijn er mensen (en in Tollens' tijd heel veel) die dit bloederige, overdreven gedicht nog mooi vinden ook. Prins Maurits sprak andere taal na het gevecht bij Nieuwpoort, Hij steeg van het paard, en dankte God, en riep met wenende ogen uit. „O Heere, wat zijn wij arme zondige mensen, dat Gij ons heden, tot eer en glorie van Uw Naam, zodanig geluk mededeelt; U zij de roem en de dank tot in eeuwigheid!"

Volgens Beets is Tollens de lust en de liefde der Nederlandse natie geweest, die in populariteit Cats naar de kroon stak.

Het burgerlijke karakter van Tollens' wezen verklaart zijn tijdelijk succes. Tijdelijk, want nu glimlachen vooral de meer ontwikkelden meewarig, als ze de naam „Tollens" horen, noemen. Zo zien we dat „het kan verkeren, " volgens Bredero.

Zuivere kunst zal zijn waarde blijven houden. Onechte, opgezwollen taal raakt, ten spijt van standbeelden en loftuitingen, in het vergeetboek.

Ten slotte nog een kleine opmerking over de vorm. In het bekende gedicht „Jan van Schaffelaar" (vroeger op de scholen in geuren en kleuren verteld, alsof het een zeer belangrijk feit uit Nederlands historie was!) zegt Tollens:

„Hij wringt zich door het kijkgat heen En ploft van d' omloop neer. „Daar hebt gij Jan van Schaffelaar!" Weergalmt hij in zijn val: „Verbrast en deelt hem met elkaar, En lest uw hete gal. Steekt op de klingen, fors en zwaar, Blust bussen en musket: Daar hebt gij Jan van Schaffelaar... Mijn makkers zijn gered!"

Als we nagaan hoeveel woorden de arme man kan zeggen in zijn val, dan moeten we toch wel tot de conclusie komen, dat de toren van Barneveld wel heel hoog moet geweest zijn. En we weten dat er toen geen parachute werd gebruikt.

Ik hoop enigszins aangespoord te hebben tot critisch lezen en tot nuchter aanhoren van wat anderen ons te zeggen hebben.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's