Een Goddelijke voorzegging
Ziet, ik heb het U voorzegd! (Matth. 24 : 25)
Zo sprak de Heere tot Zijn discipelen en zo spreekt Hij ook tot ons.
Wat is eigenlijk voorzegd? Alles wat geschieden zal tot het einde van de tyd.
Niet één steen van de schone tempel zal op de andere gelaten worden. Stad en tempel zullen verwoest worden.
Zij zullen horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk.
aardbevin-Er zullen hongersnoden, pestilentiën en gen zijn.
Zijzelf zullen worden overgeleverd in verdrukking en van alle volken gehaat worden om Zijns Naams wille.
Velen zullen geërgerd worden. Vele profeten zullen opstaan en velen worden verleid.
En eindelijk zal dan in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen.
Dan zullen al de geslachten der aarde wenen en zien de Zoon des mensen, komende op de wolken des hemels.
Dit alles heb ik U voorzegd, wil de Heere zeggen.
Het zullen geen vreemde zaken zijn voor degenen die dit gelovig verwachten.
Helaas! het zal velen overvallen en dat onverzcend met God, buiten Christus. Maar in de gelijkenis van de maagden, die ons in het volgende hoofdstuk woi'dt beschreven blijkt dat ook de kerk, die toch zeker moest waken, zo dikwijls slaapt.
En al vertoeft dan ook de Bruidegom, Hij zal haastelijk komen, midden in de nacht van afval.
Mocht de Kerke Gods maar veel letten op wat door haar Hoofd is voorzegd.
Hoeveel is daarvan al niet geschied en hoeveel zal daarvan nog haastelijk geschieden. En het zal toch niet altijd zijn: „en nog is het einde niet."
Neen, de voleinding, het grote oordeel, de dag des gerichts zal niet uitblijven. Welhaast zal het ogenblik daar zijn, dat de luister van Christus' heerlijke verschijning zal gezien worden.
„Hij komt om d' aard te richten."
Maar tot welk een wereld zal die roepstem komen. Wat slaapt toch alles, op een enkele van Gods lievelingen na.
In welk een toestand zal de wereld zich bevinden, als het einde daar is?
Vreselijk zal het zijn, als wij buiten Christus, onvernieuwd en als vijanden het vonnis moeten horen zoals dat over de bokken is uitgesproken.
Wij hebben ons geheel vrijwillig in ons Verbondshoofd Adam van God losgemaakt en van nature verwerpen wij het bloed van Christus.
Wij zijn onmachtig, onwillig en uit ons zelf zonder schuldbesef en droefheid.
En nu is Hij, Die het in ons tekstwoord uitdrukt: „Ziet, Ik heb het U voorzegd", van alle eeuwen reeds als Borg gekomen voor al Zijn volk in de raad des Vredes.
Dat komt openbaar in de Moederbelofte, openbaar in Zijn komst in het vlees, maar ook, door Zijn komst in de harten van Gods Volk en dat blijft Hij doen tot de laatste verordineerde ten eeuwigen leven zal toegebracht zijn.
Hij komt straks op de wolken en o! wat zijn ze gelukkig, die in Hem hun hoogst geluk beschouwen, die in Hem door een oprecht geloof zijn ingeplant, die door de bediening van Woord en Geest, van Wet en Evangelie al de weldaden des Verbonds geleerd hebben in een weg van waarachtige bekering.
En dan ziende des Heeren woord: „Ziet ik heb het U voorzegd". O! wat beleven wij dan toch ontzaglijke tijden. Gods heilige gerichten zijn op de aarde en de inwoners der wereld leren geen gerechtigheid.^»*
De volkeren wapenen zich tot de tandeisf*'tCM? / Dodelijke wapenen liggen gereed. De derde wereldoorlog is er in beginsel al met al zijn verwoesting."'
De antichrist komt in volle glorie op, dofch ... opdat Christus hem zal verdoen met de adem Zijns monds.
Het is te vrezen, dat de ganse kerk met alle afwijkingen, dwalingen en verdeeldheid in grote verdrukking en vervolging zal komen. En wie zal leven, als God dat doen zal? Dat we toch allen diepschuldig tot God mochten roepen, als een arme tollenaar en als een verloren zoon mochten wederkeren tot de God der Vaderen.
Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natie.
De zonde in ons persoonlijk leven, in ons gezins-en ook kerkelijk leven roepen tot de Heere om vergelding.
Bange vrees moge onze harten vervullen vanwege de wereldverwoestende gerichten Gods, die nog komen zullen.
Arm Vorstenhuis, Overheid — Volk en Kerk.
Een schuldig, diep schuldig volk bewoont het erfdeel der vaderen, dat God eenmaal bevrijdde van Spanje en Rome.
De Heere gedenke onze militairen in en buiten ons Vaderland en geve het ons allen veel voor hen te zuchten. Duizenden staan opgeroepen te worden en hoe lang zullen wij nog blijven buiten een algemene mobilisering ?
O, dat Gods Koninkrijk werd uitgebreid door de dienst des Goddelijken Woords.
Ziet, ik heb het U voorzegd! Gelukkig volk van God! geen nood, Uw Bruidegom heeft het U voorzegd: Als gij dan deze dingen ziet gebeuren zo heft Uw hoofden omhoog, want de dag Uwer verlossing is nabij.
Maar het is grote genade, als de Heere Zijn volk daartoe in de oefeningen des geloofs zet. Hij, Die komt, zegt: Zonder mij kunt gij niets doen.
Ziet! — zegt Uwe Heere, Die zit aan de rechterhand der Majesteit Gods, tot Uwe vertroosting; ziet! Ik heb het U voorzegd.
En Hij, Die de overwinningen Israëls is, liegt niet.
B. ROEST.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1951
Daniel | 12 Pagina's