Rondkijk
1 Van het oude in het nieuwe
Zo is het dan weer voor de laatste maal, in dit bijna vervlogen jaar, dat uw rondkijker zijn artikeltje voor „Daniël" schrijft. Hoe snel gaan onze dagen voorbij, en hoe waar is het woord van de Psalmdichter „wij vliegen daarhenen!" Nauwelijks is het jaar begonnen, of het is al weer ten einde. Als we er voor staan lijkt het heel wat, maar als het voorbij is, dan vragen we ons af. wat is het eigenlijk geweest? Een schaduw, die ras verdwijnt.
Als we voor de laatste maal in dit jaar onze rondblik nog eens laten gaan over ons land en over de internationale toestand in het algemeen, dan moeten we er van zeggen, dat het er bij het afsluiten van 1950 niet rooskleurig uit ziet. De toestand tussen de grote wereldmachten spitst zich zodanig toe, dat men ronduit spreekt van een derde wereldoorlog, die men buiten God om, door allerlei pacten en conferenties zoekt te verhinderen. En intussen wapent men zich tot en met, met atoom, en waterstofbommen en het allermodernste oorlogsmateriaal. Ons kleine land leeft daar tussen in, doodarm, als een vazalstaat van de grote mogendheden. Indië zijn we kwijt en men doet verder felle pogingen om het resterende van onze overzeese bezittingen van ons los te maken. Wat is er van ons weleer zo roemruchte kleine Nederland overgebleven? We hebben God verlaten en nationaal zijn wij van het heilspoor afgegaan, vandaar, dat ons dit alles overkomt. Wie merkt er nog op, en ziet het?
Van recente datum is thans de Brusselse conferentie met het Noord-atlantische pact. Er zal nu een verbonden leger worden samengesteld om in Europa sterk te staan tegen de communistische vloed. Wij willen van de noodzakelijkheid daarvan niets af doen, maar hoeveel ouders zitten weer in spanning, dat straks hun zonen daaraan zullen moeten deelnemen?
En hoe staat het met de Kerk in ons Vaderland in het algemeen? Verdeeldheid is schier overal. Schreven we de vorige keer over de droeve toestand met de Kerk des Heeren in Engeland, wie zal zeggen wat ons hier te wachten staat. Maar de Heere regeert. Hij zal voor Zijn Kerk instaan tot aan het eind der eeuwen.
Het is niet onze bedoeling om allerlei waarheid op te sommen, wij mochten leren staan naar klaarheid. Klaarheid in die zin, dat we God in Christus tot ons deel mochten hebben, want daarmede kunnen we alles doorstaan. Gelukkig volk, dat daar deel aan heeft. Die weten, waar ze met hun moeiten heen moeten. Bij alles wat hen wedervaart in dit Mesech der ellende, is dat hun troost in druk hun toegezegd.
De gedaante dezer wereld gaat voorbij. Daar worden we met Oudejaar wel in het bijzonder bij bepaald. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont, is op komst. Het ganse wereldgebeuren voert daarheen. Daar mag Gods volk bij tijden en ogenblikken wel eens naar uitzien. De heerlijkheid, die hen dan zal worden geopenbaard, zal verre overtref-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1950
Daniel | 7 Pagina's