JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jacobus Trigland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jacobus Trigland

4 minuten leestijd

(VII.)

Van de 32 werken, die Trigland geschreven heeft, is wel het meest bekend zijn: „Kerckelijke Geschiedenissen." Reeds lang had men de wens gekoesterd, dat er een geschiedenis der kerk in het licht zou komen. Op de Synode van Wezel (1568) had men Marnix van St. Aldegonde opgedragen zulk een geschiedenis te schrijven. De staatsman Marnix had evenwel zoveel andere bezigheden, dat er van zijn opdracht niets terecht kwam. In 1619 kregen Ds Latius en Prof. Thysius opdracht een kerkgeschiedenis te schrijven. Het werk vlotte niet, zodat men in 1622 opdracht gaf aan Latius en Hommius. Latius onttrok zich, dus kwam Festus Hommius nu alleen voor het werk te staan. Alle classes, waar onenigheden hadden plaats gehad, werden aangeschreven, de stukken, die daarop betrekking hadden, aan Festus Hommius toe te zenden. Hommius had een zo'n uitgebreide werkkring, dat het werk niet vlotte, zodat men in 1632 besloot, de stukken weer aan de respectieve classes terug te zenden en de historie te laten rusten.

In 1646 werd de gehele Gereformeerde wereld in rep en roer gebracht door de verschijning van een werk van Uitenbogaert, getiteld: „De kerckelicke Historie." Direct zette Trigland zich aan het werk om dit geschrift te weerleggen. In 1650 was hij met zy'n arbeid gereed.

De volledige titel van het werk is: „Kerckelijcke Ge-

schiedenissen begrijpende de swaere en bekommerlijcke Geschillen, in de vereenigde Nederlanden voorgevallen, met derselver beslissingen en de aanmerkingen op de Kerckelicke Historie van Uitenbogaert."

Uitenbogaert had in zijn werk getracht te bewijzen, dat de leer van Arminius volstrekt niet nieuw was en de Remonstranten het recht geheel aan hun zijde hadden. Trigland staat in zijn werk hier lijnrecht tegenover en volgt zijn tegenstander daartoe op de voet.

In deel I behandelt hij het standpunt van de Gereformeerden en de Remonstranten. In deel II de Hervorming en haar voorlopers. In deel III toont hij aan, dat de Hervorming steeds hetzelfde karakter heeft gedragen. In deel IV behandelt hij de twisten tijdens het bestand. In deel V bespreekt hij de Nationale Synode en de beslechting van de strijd door de veroordeling van de Remonstranten.

De overheid was met Trigland's werk niet ingenomen. De Staten van Holland weigerden dan ook de opdracht er van te aanvaarden. 8 Maart 1650 verscheen Trigland, gekleed in zrjn professorale toga en vergezeld van zijn zoon, die enkele exemplaren van het boek droeg, in de vergadering der Staten. Vriendelijk verzocht hij de Staten, dat zij de opdracht van dit werk zouden aanvaarden. De Amsterdamse afgevaardigde Bicker waarschuwde de vergadering, dat er nu in dat boek, „niet alleen veele abusen, maer ook verscheydene moetwillige leugenen waren." De vergadering gaf Trigland de boeken terug en liet hem onverrichterzake naar huis gaan. Trigland is deze vernedering zeer zwaar gevallen. Vaak is Trigland er van beschuldigd, dat hij in zijn geschiedbeschrijving niet eerlijk zou geweest zijn. Dr Rogge en Dr Rutgers hebben de verdediging van Trigland op zich genomen en duidelijk aangetoond, dat zijn tegenstanders zich aan onnauwkeurigheid hebben schuldig gemaakt. Zeer duidelijk komt zijn eerlijkheid aan het licht, wanneer hij het werk van Uitenbogaert behandelt. Integendeel, wanneer hij Uitenbogaert van onnauwkeurigheid beschuldigt, heeft Trigland het recht aan zijn zijde.

Bovendien is Trigland in zijn werk ook wetenschappelijk. In zijn gehele werk, ruim 1100 bladzijden groot, noemt hij, op een enkele uitzondering na, steeds zijn zegsman. In dit werk komt duidelijk zijn grote geleerdheid uit. De citaten van kerkvaders en hervormers had hij verwerkt, vóórdat hij ze neerschreef en vooral daardoor is zijn boek een geharnast strijdschrift geworden. Zijn „Kerckelijcke Geschiedenissen" verdienen grote waardering, omdat zij de vrucht zijn van een omvangrijk onderzoek, grondige studie, grote geleerdheid en rusteloze ijver. Vooral door dit werk is Trigland's naam blijven voortleven als die van een Gereformeerd leraar bij uitnemendheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1950

Daniel | 7 Pagina's

Jacobus Trigland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1950

Daniel | 7 Pagina's