Vaderlandse Geschiedenis
De hoge Adel. Hoe zou het nu gaan, nu de kardinaal vertrokken was? Wel keerden de leiders van de oppositie, Oranje en Egmond, op 's Konings wens, terug in de Raad van State, maar het regeerstelsel bleef hetzelfde. Het systeem van de kardinaal bleek funeste gevolgen te hebben en het was uiterst moeilijk het roer recht te houden. De kardinaal en zijn aanhangers hadden veel pret over de gang van zaken en Philips had al berouw Granvelle heengezonden te hebben. Deze had dan ook bij herhaling de Koning voor de hoge Adel gewaarschuwd.
Hoofdbezwaarpunt waren de ketter-vervolgingen. Het Calvinisme met zijn grote activiteit nam hand over hand toe; alle regeringsmaatregelen er tegen bleken ijdel; de kettervervolgingen wekten afschuw bij het volk en de overheid was niet erg gewillig de beruchte besluiten van het Conc. v. Trente (1545—-'63) dienaangaande uit te voeren.
Op Oudejaarsdag 1564 kwam dan de Raad van State bijeen om over de diverse bezwaren te spreken en zo mogelijk maatregelen vast te stellen.
Bij deze gelegenheid hield Oranje zo'n krachtige rede, dat Viglius zich naar schrok en de volgende dag een beroerte kreeg!
Viglius had nl. een zoetsappige brief laten opstellen, die door Egmond naar de koning zou gebracht worden, waarin verzocht werd persoonlijk naar de Nederlanden te komen.
Oranje, dat wist Viglius, was van een ander gevoelen. Hij had al voorgesteld: grotere macht voor de Raad van State, samenvoeging van de Staten Generaal en matiging van de plakkaten te verzoeken.
Op een dag, dat Oranje afwezig was, kwam de bewuste brief in behandeling en viel zelfs bij de oppositie in goede aarde. Maar de zoeven genoemde rede deed alles omkeren en de oppositie ging met Oranje mee.
Hij sprak o.m. het volgende: Men moet de Koning aantonen, dat de besluiten van het Conc. v. Trente hier niet aangenomen kunnen worden: deze gewesten grenzen aan Duitsland, welks protestantse, zowel als katholieke vorsten het Concilie om ernstige reden zullen afwijzen; men moet de Koning aantonen, dat de landvoogdes de uitvoering dier besluiten moet uitstellen. Men moet dit vooral doen om zo te bewerken, dat de Koning zijn strengheid tegenover de ketterij laat varen. „Ik ben katholiek en wil van die godsdienst niet afwijken; maar toch kan ik niet goedkeuren de gewoonte der koningen, om het geloof en de godsdienst der mensen naar hun wil binnen willekeurige grenzen te beperken." (Blok.)
Inderdaad een pleidooi voor gewetensvrijheid, lijnrecht ingaande tegen de inzichten van Philips.
Geen wonder, dat Viglius schrok. Hij begreep zeer goed, dat deze woorden weerklank zouden vinden bij het nederlandse volk; dat ze een strijdprogram vormden. Egmond gaat in Jan. 1565 op reis. Hij was echter voor een dergelijk karweitje helemaal niet de geschikte persoon. Hij was te ijdel. De Koning noemde hem achter zijn rug een „opgeprikte goudsbloem"!
De landvoogdes had de koning geadviseerd Egmond en zijn vrienden een extra pluim te geven voor de behartiging van de landszaken. De man werd dan ook overladen met feesten en beloften.
Maar toen hij op zekere dag 's Konings Raad bijwoonde en deze zich plotseling voor een aanwezig kruisbeeld neerwierp, zwerende, dat hij nooit over ketters wilde regeren, kon Egmond toch wel begrijpen, dat zgn zending mislukt was.
Over het komende antwoord behoefde hij zich geen illussie's te maken. Bij zijn terugkeer in April gaf de onnozele man hoog op van de vriendelijkheid des Konings; maar Oranje was vreselijk boos.
Het officieel antwoord kwam pas binnen in het najaar van 1565 in de beruchte brieven van Segovia.
Alles moest bij het oude big ven en de plakkaten in alle gestrengheid gehandhaafd worden. De belofte van overkomst naar de Nederlanden moest zeker een pleister op de wonde zijn.
De indruk was verschrikkelijk. Oranje drong aan op publicering van het antwoord. Oranje, Egmond, Hoorne en veel andere stadhouders meldden direct aan Margaretha, dat zij niet zouden meewerken aan de uitvoering!
Weer bleven Oranje en zijn beide vrienden weg uit de vergaderingen van de Raad van State.
Viglius zag de zaak donker in. De landvoogdes raadde de Koning ernstig, toch zelf over te komen en de Staten-Generaal samen te roepen. Hg bleef hardnekkig weigeren.
De lage Adel. Door al deze gebeurtenissen kwam nu ook de lagere adel opzetten. Onder hen vinden wg vogels van diverse pluimage. Lodewijk van Nassau was Lutheraan, Hendrik van Brederode was Katholiek. Voorts veel Calvinisten als de beide Marnixen, Nicolaas de Hames, wapenheraut van het Gulden Vlies Gilles de Clerq een burger uit Doornik.
Zij besloten samen een Verbond of Compromis te sluiten met als doel - n.b. - verzachting (dus niet afschaffing) der plakkaten.
Dit Verbond kwam, na voorbereid te zijn te Spa, te Brussel tot stand, tijdens de huwelijksplechtigheid van Margaretha's zoon, de welbekende Parma.
De hoge Adel hield zich wel afzijdig, maar door Lodewgk bleef Oranje toch met alles op de hoogte.
Men stelde nu een program op en verzamelde handtekeningen. Zelfs dacht men aan gewapend verzet met franse, duitse en engelse hulp. Dit laatste moest Oranje sterk ontraden, als zijnde vergeefse moeite.
Wel stelde hij zich direct in verbinding met de hoge Adel en adviseerde deze, zich aan het hoofd van de beweging te stellen; misschien dat de Koning aan hun wensen zou voldoen.
Bergan, Montigny, Hoorne en Hoogstraten gingen er direct mee accoord, maar Egmond, Megan en Mansfeld weigerden. Egmond wilde loyaal blijven niet anti-katholiek schijnen. De weigering van Egmond was een zware slag voor het Compromis. Toen heeft Oranje geadviseerd een Request (of smeekschrift) aan te bieden. Later kon men verder zien. Hij zelf corrigeerde het, opdat de leden niet van majesteitsschennis konden beschuldigd worden.
De aanbieding zou plaats hebben op 5 April 1566. Zoals het meer gaat in dergelijke gevallen, er werd hevig gefantaseerd. Het gerucht verspreidde zich, dat 35000 man troepen ter beschikking van het Verbond stonden.
De landvoogdes was radeloos en zij smeekte Oranje en zijn vrienden weer in de Raad van State te komen. Zij dacht er zelfs over, Brussel te verlaten en de wijk te nemen naar Bergen. Men stelde haar gerust.
De edelen zouden dan, mits ongewapend, het smeekschrift mogen aanbieden; voorts wilde zij enige matiging in de vervolging geven; natuurlijk onder nadere goedkeuring en vaststelling des Konings.
(Wordt vervolgd)
P. J. LAMORé.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1950
Daniel | 7 Pagina's