JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

3e. Verzet. Zeker schrijver noemt de regering dezer landen in deze tijd niet ongepast een regering uit de verte.

En Oranje achtte het terecht gevaarlijk uit Spanje naar spaanse raad geregeerd te worden. (Groen.)

Verzet bleef dan ook niet uit.

Philips had er reeds een voorproefje van gehad, toen hij nog in deze landen was. Men denke o.m. aan het protest tegen de aanwezigheid der 3000 man spaanse troepen.

Nieuwe buien kwamen opzetten, toen de „consulta" was opgericht en deze de begeving der ambten en de beslissing van gewichtige zaken aan zich trok.

Daardoor werd de Raad van State feitelijk uitgeschakeld en de invloed van de adel beknot.

Maar vooral wekte misnoegen de nieuwe kerkelijke indeling, die na overleg met de curie (= het pauselijke hof), in 1561 werd afgekondigd.

De bestaande regeling dateerde uit de dagen van olim en was nu niet bepaald schitterend.

Groningen en Luik behoorden tot het aartsbisdom Keulen, de overige noord-nederlandse gewesten tot het bisdom Utrecht; Vlaanderen, Artois en Henegouwen tot het aartsbisdom Reims.

be-Dat wilde dus zeggen, dat vreemdelingen zich moeiden met de nederlandse kerkelijke zaken.

Ook waren de bisdommen veel te uitgestrekt. Het bisschop Utrecht bevatte alleen 1100 kerken.

Voorts waren de hogere geestelijken, zoals bisschoppen, abten, proosten (meestal van adel) niet wat men noemt. De meesten onbestudeerd ver van onberispelijk van zeden, waren zij door gunst tot genoemde ambten geraakt. De lagere geestelijken waren best tevreden met deze toestand en hadden weinig of geen last van scherp toezicht.

Philips vond deze toestand ontoelaatbaar. Hij wilde mannen hebben, of ze dan niet van adel waren gaf niet, die geleerd, ijverig en onberispelijk van wandel waren.

Reeds Karei V had in deze richting willen sturen. Bij hem sprak echter meer de politicus: hij wilde ook op kerkelijk terrein de Nederlanden tot een eenheid maken.

Toen was de paus er tegen geweest: de staat moest zich niet te veel gaan bemoeien met de kerk.

Philips bereikte echter zijn doel; te beter, omdat het Calvinisme een steeds dreigender macht werd. In Frankrijk genoten de Hugenoten de steun van de voornaamste edelen.

In Engeland had de protestantse koningin Elisabeth de troon bestegen. In de Nederlanden kwamen franse predikers. Eén hunner Guy (Guido) de Bray (Brés) vervaardigde het prachtige vaandel, de ned. geloofsbelijdenis (1561.) Er moest raad geschaft worden.

Philips deed voorstellen en de pausen Paulus IV en Pius IV gingen er mee accoord.

De regeling werd nu als volgt. Er zouden 3 aartsbisdommen zijn, nl. Mechelen (de zetel van de primaat

der nederlandse kerk), Utrecht en Kamerijk. Deze aartsbisdommen werden weer onderverdeeld in 18 bisdommen. Het bisdom Luik bleef echter onder Keulen ressorteren.

De bisschoppen benoeming-zou niet meer geschieden door de geestelijken van het betrokken bisdom maar door de paus uit een voordracht, opgemaakt door de koning.

De candidaten moesten theologisch doctor zijn.

Primaat van onze kerk werd bisschop Granveile, die nu de titel van kardinaal ontving.

De nieuwe regeling ondervond grote tegenstand.

Allereerst bij de Adel. Hun zonen hadden tot hiertoe allerlei lucratieve posten op het kerkelijk erf bekleed — zonder theologische opleiding. Dat was nu uit.

Ook de geestelijkheid was ver van tevreden. De aartsbisschoppen van Keulen en Reims zagen hun gebied verkleind; evenzo de bisschoppen.

De lagere geestelijkheid was bang voor scherper toezicht. Het volk dacht, dat de spaanse inquisitie zou ing-evoerd worden. Philips lachte om dit laatste; 't was volgens hem helemaal niet nodig!

De bisdommen ten N. van de Maas zijn echter door de toeneming der Hervorming spoedig weer verdwenen. In 1580 stierf de laatste aartsbisschop van Utrecht, Schenk. In zijn plaats kwam een zgn. apostolisch vicaris, die de belangen der katholieken in onze ketterse gewesten moest behartigen.

Onder hen was Sasbout Vosmeer een hard werker voor de roomse kerk .

De grondwet van 1848 schreef voor, dat elk kerkgenootschap bevoegd was zijn eigen inrichting-te regelen. De roomse kerk maakte er handig gebruik van om op 4 Maart 1853 het episcopaat in de Nederlanden te herstellen.

Dank zij ook de grote laksheid van veel protestanten ontwikkelt Rome activiteit op allerlei levensterrein.

Gelukkig gaan de ogen er wat meer voor open.

De man, die van de invoering de schuld kreeg, Granveile. was

Ten onrechte. Hij was er eer tegen. Hij voorzag-- het verloop heeft hem in 't gelijk gesteld — grote narigheden. Ook de grote ketter-vervolgingen hadden zijn goedkeuring niet. Verder had hij sterk aangedrongen op de verwijdering der spaanse troepen, omdat hij oproer vreesde. Overigens ging hij natuurlijk geheel met de koning accoord!

Het verzet was reeds op gang. Oranje en Egmond zonden in 1561 een schrijven aan de koning, waarin zij klaagden over de ondraaglijke alleenheerschappij van de kardinaal.

Slechts zaken van minder belang kwamen in de Raad van State, waarin zij zitting hadden, ter tafel. Daarom achtten zij 't beter niet meer ter vergadering te verschijnen, begeerden hun ontslag, tenzij de regeringskoers veranderd werd.

Inderdaad was deze critiek op Granveile een critiek op de koning. Het antwoord, per graaf van Hoorne over gebracht, was geheel „è. la Philips." Deze beloofde verbetering, maar berichtte in 't geheim aan de Landvoogdes, dat de voornaamste zaken niet in de Raad van State moesten gebracht worden!

Oranje en Granveile waren van al deze zaken echter uitstekend op de hoogte. Ieder van hen had aan 't spaanse hof zijn geheim agent (secretarissen des konings), die hen van alles op de hoogte hielden.

Oranje, Egmond en Hoorne bleven nu weg. Allerlei beledigingen, vooral van de zijde van Egmond. werden de kardinaal aangedaan.

Ook Margaretha was ontevreden. Granveile Irad naar haar zin te veel macht Bovendien meende zij ten onrechte, dat hij haar huis tegenwerkte.

Kortom, zij verzocht de koning de kardinaal terug te roepen, wat hij deed.

Granveile vertrok naar Franche-Comté, werd daarop enderkoning van Napels en later lid van de Raad des könings in Madrid. Hier heeft hg veel kwaad gesticht.

veel kwaad gesticht. P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1950

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1950

Daniel | 12 Pagina's