JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

6 minuten leestijd

4. Duitsland. Uit romeinse koloniën waren verscheiden aanzienlijke steden ontstaan en reeds in de 3e en 4e eeuw worden bv. Keulen, Trier, Luik, Mainz, Worms en Straatsburg gemeld. Men ziet dus, dat het christendom nog slechts aan de rand der duitse landen en wel in 't W. bestond.

Het eigenlijke zendingswerk begint met de meer gemelde Ier Columbanus, die zich in 590 met 12 monniken in de Vogezen neerzette. Reeds in 610 worden de Ieren echter verdreven. Zij waren immers anti-rooms en ergerden hof, adel en geestelijkheid zeer door hun vrijmoedige critiek.

Nu trokken zij naar Zwitserland en de Longobarden in N. Italië. In 615 stierf Columbanus en zijn leerling Gallus werd zijn opvolger.

De victorie van de pauselijke stoel in 664 te Streaneshalch was ook voor de westduitse streken van belang. Scharen van ierse, britse en schotse monniken kwamen hierheen en werden gesteund door enkele frankische zendelingen. Allen waren geestverwanten van Columbanus en dus tegenvoeters van Rome, en verscheidene kerken, kloosters en gemeenten met de vroeger geschetste oud-britse belijdenis ontstonden.

Dat hierop reactie zou volgen is gemakkelijk te begrijpen. Talrijke angelsaksische zendelingen kwamen over, die, gelijk bekend, geheel aan de zijde van Rome stonden. Een van hen was de welbekende Winfried of Bonifatius, over wie wij voorheen in de rubriek Vad. Gesch. (le jaarg. no. 16) schreven. Wij zullen ook dit niet herhalen; alleen enkele aanvullingen geven.

Hij wordt de apostel der Duitsers genoemd. Men merke echter op, dat zijn arbeid zich hoofdzakelijk tot West-Duitsland bepaalde: Hessen, Thuringen en Beieren.

Aanvankelijk met zijn vriend en medestander Willibrord onder de Friezen arbeidend, waren de westduitse landen toch het hoofdterrein. Alleen op het eind van zijn leven trok hij weer naar het frieseland, waar hij met de zijnen gevallen is op het veld van eer. (754.)

Wij willen thans alleen nog wijzen op zijn verhouding tot de pauselijke stoel en het frankische hof.

Wat het eerste betreft blijkt hij een slaafs aanhanger van Rome te zijn geweest. Van hem is het woord: „Uw ('s pausen) woord ginds, moet mijn woord hier zijn."

Hij heeft dan ook krachtig gewerkt om de frankische rijkskerk meer en meer aan Rome te binden en dit is hem voor een groot deel gelukt, althans hij heeft in dezen aanmerkelijke successen geboekt.

Dat hij op deze weg een weerstand ontmoette in de bekende germaanse vrijheids geest, laat zich alweer begrijpen. Karei Martel was dan ook van een ander

gevoelen. Niet de kerk maar de staat moest de lakens uitdelen; Niet de metropolitaan, maar hijzelf moest de leider zijn, die vrij beschikken kon over kerkelijke goederen en ambten.

Na de dood van Karei Martel in 741 kwam er enige opklaring, daar de zonen, Karloman (N.O. Frankenland) en Pippijn de Korte (Bourgondië en West-Frankenland) wel de politiek van hun vader voortzetten, maar zich toch uit berekening meer naar Rome richtten.

Opvolger van Bonifatius als aartsbisschop van Mainz was Lullus.

Abt Gregorius van Utrecht. Ook over deze man willen wij een en ander meedelen, omdat zijn ai'beid van grote betekenis is geweest voor onze landen.

Gregorius, geb. 702, was een Frank en verwant het merovingisch koningshuis. aan

Op een merkwaardige wijze kwam hij in 722 met Bonifatius in aanraking. Deze reisde in dat jaar van Utrecht naar Thuringen en vertoefde onderweg enige dagen in het klooster Pfalzel aan de Moezel bij Trier, waar Gregorius' grootmoeder (zij was een dochter van koning Dagobert II) abdis was. Gregorius was toen nog leek en vervulde in het klooster het ambt van voorlezer van stichtelijke lectuur bij de maaltijden (lector). Hij las bijzonder goed. Bonifatius voelde zich direct tot de jongeling aangetrokken en voegde hem toe: „Gij leest goed zo gij ook verstaat wat gij leest." Juist dit laatste ontbrak en nu ging Bonifatius tot verklaring over.

Kortom, Gregorius werd de trouwe metgezel van de apostel, met wie hy, vaak onder moeilijke omstandigheden, heel wat missiereizen heeft gemaakt.

Op de 3e reis van Bonifatius naar Rome ging ook Gregorius mee en wist beslag te leggen op een kostbare boekenschat, benevens twee angelsaksische jongelui vrij te kopen, die hij wilde opleiden tot dienst deikerk.

Eindelijk vinden wij Gregorius als priester en abt te Utrecht. Het tijdstip van zijn komst daar is niet juist bekend; misschien vlak voor 753.

Bij de abts aanvaarding ontving hij van bovengenoemde Lullus een prachtige brief, welke ons tevens een kijk geeft op het leven der kerkedienaren in die tijd.

Lullus vermaande hem te bedenken de woorden: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Heb de wereld niet lief, noch wat in dezelve is. Sta niet naar het bezit van kostelijke klederen, sterk gevoederde paarden, volken en haviken met kromme klauwen, bassende honden, uitgezochte maaltijden en een glansrijk hofpersoneel. Blijf trouw aan uw voornemen: zielen te winnen en God te meer te dienen.

Gregorius heeft deze raadgevingen opgevolgd.

Hij muntte uit door grote eenvoudigheid. De vermeerderde inkomsten gebruikte hij ten bate van kerk en armen.

Hij was zeer matig in spijs en drank; ging met de monniken om als zijn gelijken. Buitengewoon was zijn vergevingsgezindheid. Wie hem becritiseerden noemde hij zijn vrienden, want, zo zei hij; zij bevorderen mijn zelfkennis!

Na Bonifatius' dood werd hij door de paus belast met de voortzetting van het zendingswerk onder de Friezen.

„Herder der Utrechtse kerk", was zijn nederige titel, want tot bisschop is hij nooit geordend, hoewel hij meer en vruchtdragender heeft gearbeid dan menig bisschop na hem.

Zat de Keulse collega daar achter?

Maar het meest is hij bekend geworden door de stichting van een school te Utrecht, ten doel hebbend de opleiding tot de kerkediensten en het zendingswerk.

Deze arbeid is waarlijk buitengewoon geweest. alle zijden stroomden de leerlingen toe. Van

Gregorius was een geboren docent, eminent voorbeeld voor zijn discipelen, die met grote liefde aan hem hingen.

Zelf gaf hij tot het laatstr ogenblik onderwijs, ook toen hij door een verlamming getroffen werd.

Op 25 Aug. 775 stonden de vrienden om zijn leger en spraken de hoop uit, dat hij gespaard mocht blijven.

Maar hij schudde het hoofd en voegde hen kernachtig toe: „Heden wil ik met vacantie gaan."

Men bracht hem op zijn verzoek naar de St. Salvatorkerk en daar is hij gestorven en bijgezet.

Dit alles meldt ons zijn leerling Ludger in een piëteitvolle biografie.

Ook over deze Ludger, onze eerste nederlandse zendeling, schreven wij in de le jaargang Vad. Gesch.

Een andere leerling was de Angelsaks Lebunius, stich ter van de kerk van Deventer en prediker in de IJselstreken.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1950

Daniel | 12 Pagina's

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1950

Daniel | 12 Pagina's