VOOR ONZE Militairen
't Was Zondagmiddag. Eenzaam en verlaten lag ons kamp te baden in de zonneschijn. Het was midden in de zomer. Het scheen wel of niemand zich nog in het kamp bevond dan de wachtcommandant en ondergetekende. Het merendeel was met verlof, maar aangezien ik op Zondag niet reisde en we 's Zondagsavonds terug moesten keren van 24 uur verlof was ik dus in het kamp gebleven. Al mijn vrienden waren weg. Dan kan het zo echt stil en rustig zgn in zo'n kamp maar dan is het ook ó zo eenzaam. Je praat dan nog wel eens even met de wachtcommandant maar dat duurt meestal niet lang.
Ik pakte een stoel, ging voor mijn barak zitten
en begon een preek te ïezen van Smijtegelt. Toen ik een poosje had zitten lezen zag ik tot mijn grote verwondering mijn commandant aan komen. Die was dus ook niet met verlof. Zou die ook niet op Zondag reizen?
Hij kwam naar mij toe en vroeg waarin ik zat te lezen. , , Och commandant, " zei ik, „die schrijver van dit boek zult u toch wel niet kennen."
„Dat weet jij niet", was z'n antwoord, want als ik het goed zie, is dat een oud boek en lijkt het mij een „Oude Schrijver". Ik dacht: „hè, een hoofdofficier die de naam „Oude Schrijvers" gebruikt is geen alledaagse ontmoeting." Dat was de eerste en de enige gedurende mijn lange diensttijd. Ik noemde hem de naam en vroeg of hij deze schrijver kende. Hij zei: „jongen, daar heb ik verschillende boeken van thuis", en hij noemde mij de titels. Was dat geen zeldzame ontmoeting? We hebben in de hogere kringen niet veel geestverwanten hoor, ten minste, ik ken er geen vijf. Jullie wel? Mijn commandant kwam bij me zitten. Ik haalde een stoel en het duurde niet lang of we zaten samen gezellig te praten. Dan vliegt de tijd om hè, maar o als je alleen, heel alleen bent.
Hij vroeg mij tot welke kerk ik behoorde en ik vroeg hem of hij deze richting kende. Hij noemde mij direct verschillende namen van onze predikanten, o.a. Ds Verhagen, Ds Vreugdenhil, Ds Fraanje, Ds Kersten enz. enz. Hij bleek dus onze gemeente wel te kennen. Vind je die vraag gek jongens? die ik hem stelde. Dat was hij toch heus niet hoor! Weet je wel dat er nog hele streken in ons land zijn waar de mensen van het bestaan van onze gemeenten geen flauw begrip hebben? Onderzoekt dat maar eens en je zult ontwaren dat er op dat gebied nog een grote onbekendheid heerst. Maar ter zake.
Hij vroeg mij of ik belijdend lid van die gemeente was, wat ik bevestigend beantwoordde. Je kunt begrijpen jongens dat mijn nieuwsgierigheid was opgewekt en ik informeerde of hij soms ook lid van die gemeente was. „Tot mijn grote spijt niet meer", kreeg ik ten antwoord en een droevige trek kwam op zijn gelaat. Daar stak meer achter, dat zag en voelde ik. Ik kreeg vrijmoedigheid om verder over deze zaak te spreken. Het werd een Zondagmiddag, jongens, die ik m'n gehele leven niet zal vergeten. Hij begon iets te vertellen van zijn leven. Dat was niet best geweest en het moge voor ons allen een waarschuwing zijn, dat we toch niet lichtvaardig de oude beproefde waarheid de rug toe keren.
Ik wil jullie ter waarschuwing iets van zijn verhaal en van onze later zeer intieme omgang meedelen. Heb ik ooit een voorbeeld gehad van iemand die met een open consciëntie de waarheid tegen beter weten in verlaten had, dan is het wel geweest van deze man. Zie hier zijn verhaal. Hij begon met van zijn jeugd te vertellen. Hij had een bekeerde vader gehad en daar kon hij nog wel van vertellen. Met deze had hij vele gezelschappen van Gods volk bezocht en vele gesprekken aldaar gevoerd, kon hij nog verhalen. Ik kon merken dat dit alles een grote indruk op hem had gemaakt, doch dat is niet genoeg. Zijn vader was vroeg gestorven en als jongen van 18 jaar had hij de voetstappen van zijn vader verlaten. Hij ging volop de wereld dienen en de gevolgen bleven niet uit. Hij kreeg kennis aan een Rooms meisje en huwde haar en bleef het daarbij ? Weineen jongens, hij werd zelf ook Rooms. De tranen stonden hem in de ogen maar het was te laat. O, dat te laat. Hij was Rooms en kon niet terug. Drie kinderen had hij en die waren ook Rooms. Wat een spijt en een berouw had die man over deze zaak, maar hij miste de moed om met de Roomse kerk te breken. Hij stond tussen zijn vrouw, kinderen en de Roomse kerk. Hij bleef Rooms te boek staan. Hij kwam als Roomse zijn plichten niet meer na. Kwam nooit meer in de Roomse kerk en begaf zich in alle stilte onder de oude waarheid. Hij vertelde mij dat hij nog onder het gehoor was geweest van Ds Vreugdenhil toen deze 25 jaar predikant was. Zijn studeerkamer thuis stond vol oude schrijvers en hij nodigde mij uit eens te komen kijken. Deze man had een zeer onrustig leven. Er knaagde wat van binnen en dit alles probeerde hij soms met een borrel er onder te krijgen, maar jongens dat ging niet. Zijn geweten liet hem niet met rust. Hij verfoeide de leer van de Roomse kerk maar... hij bleef in 't boek staan. Kun je daar nu inkomen, wat een leven die man had?
Voor de wereld Rooms en in z'n hart Gereformeerde Gemeente. Als we samen over de waarheid spraken wat hij graag mocht doen, — trachtte hij hiermee zijn consciëntie te sussen — dan sprak hij altijd over onze dominee's en dat hoor je bij ons niet en zo iets hoort bij ons niet thuis enz. enz., maar iedere keer wees ik hem erop dat hij met dat praten niets bereikte. Ik bracht hem onder 't oog dat hij op twee gedachten hinkte. Dan werd hij stil en voerde een zware tweestrijd.
Eens op een avond moest ik bij hem op z'n bureau komen. Hij vroeg mij, of ik er al eens over had nagebracht hem onder 't oog dat hij op twee gedachten eens dood op bed lag. Ik zei van neen. Hij zei: „dan krijg ik een Roomse begrafenis en dat vind ik vreselijk." Ik antwoordde hem, dat hij daar maar niet te veel over moest piekeren, het betrof hier maar het lichaam, maar belangrijker was onze ziel. Veel heb ik met die commandant meegemaakt.
Wanneer er weer een nieuwe ploeg soldaten naar Engeland werd gezonden, sprak hij de jongens toe op een wijze zo ik het in m'n diensttijd nooit had gehoord. Hij greep zo'n gelegenheid aan om z'n hart eens te luchten. Hij werd door velen niet begrepen.
Het gebeurde eens op een Zondag dat de legerpredikant niet kwam. Hij zou zelf de kerkdienst leiden. Dat doen niet veel commandanten hè! Ik zat er erg over in en was benieuwd - hoe hij dat zou maken. Jongens dat is best afgelopen. Hij las een preek van Ds v. Reenen die had hij van mij ter lezing. Hij ging voor in 't gebed, las de wet, kortom ik had een kerkgang bij de Geref. Gemeente. De aanwezige officieren hadden van die preek niets begrepen maar de manschappen wel. Jongens ik ga eindigen want ik zou er nog veel meer van kunnen vertellen.
Enkele maanden geleden kreeg ik plotseling zijn jongste zoon bij mij thuis. Wat was het doel van z'n komst? We waren in jaren niet meer met elkaar in contact geweest. Was hij door zijn vader gestuurd? Hij kwam een Rooms bidprentje van zijn vader brengen. Zijn vader was dood en Rooms begraven. Kun je voorstellen jongens wat er in mij omging toen ik dit alles vernam. Hoe hij is gestorven weet ik niet, daar blijf ik dus af. Ik heb jullie dit alles meegedeeld om je te waarschuwen. Verzet de oude palen niet, maar blijf bij de oude, beproefde en bevindelijke waarheid. Deze toch alleen leert ons de weg der zaligheid. Zul je dit voorbeeld — jongens — goed onthouden en de Heere beware ons voor afval of verval.
Vele hartelijke groeten van
„KRIJGSMAN".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1950
Daniel | 12 Pagina's