BRIEFWISSELING MET MIJN JONGE VRIENDEN EN VRIENDINNEN
Boste vrienden en vriendinnen,
Toefden wij ten vorige male met onze gedachten in de Bavokerk in Haarlem, nog eenmaal wil ik met V op reis. Ditmaal naar het vorstelijk 's-Gravenhage. Al eens daar geweest ? Wanneer ge er komt, bezoek dan vooral de Gevangenpoort, een oude gevangenis diclit bij het bekende Binnenhof, waar de, Bijksgebouwen zijn. De bezichtiging van die gevangenis is de moeite waard, zoals er zo veel in Den Haag is, waaruit de vervlogen eeuwen U toespreken. Als ik daar rondwan' del begint menig gebouw en oude behuizing tot mij te spreken van de geschiedkundige voorvallen t-an mijn vaderland.
Die gevangenis dan. Daar hebben veel belijders van de nieuwe leer gevangen gezeten en zijn er verhoord en gemarteld. Dat gebouiv heeft aan de voorzijde kelderraampjes en bij die raampjes heb ik al eens staan peinzen. Over Johan en Cornelis de. Witt die boven gevangen gezeten hebben spreek ik nu niet; ik ga verder terug, naar 1525. dus dc lijd van de kerkhervorming. Toen zaten daar in die kelders velen gevangen. Van hen zijn de namen bewaard gebleven van de monnik Hernardus; Gerardus Vormer; Willem van Utrecht: de geleerde Willem Gnapheiis en onze Johannes Pistorius van Woerden, ook bekend als Jan de Bakker. En over hem gaat , t. Gnapheiis, mèt hem gevangen, heeft ons een breedvoerig, betrouwbaar en innig schoon verhaal van de verhoren en gevangenschap van Jan de Bakker nagelaten. Het is opgenomen in het Martelaarsboek.
Met hemelse kracht aangedaan heeft Johannes Pistorius in de lange, minne en afmattende verhoren zijn Heiland beleden eri de dwaling van de Boomse leer uit de Heilige Schrift aangetoond. Maar ten langen leste moest hij de vuurdood sterven. Men trok hem zijn kerkgewaad uit en deed hem een geel spotkleed aan: „Welaan, zeide hij. dit kleed zal tot een bespotting zijn met Christus, het is zeer goed." En toen hij het toegestroomde volk zou toespreken, dreigde de beul hem met een stuk hout de mond dicht te slaan. Onder zoete aanroepingen van Christus is hij in de vlammen omgekomen.
L Maar we gaan nog even terug naar de kelderraampjes. Daar kwam de optocht voorbij. Iets verder, op het „Groene Zoodje"\ zetelen op verheven plaatsen de Boomse geestelijken om een kind Gods te zien sterven. Bij de ramen gekomen verheft de martelaar de stem tot zijn medegevangenen en roept: „Zeer lieve broeders, ik heb nu mijn voet gezel op de dorpel van mijn martelaarschap; weest goedsmoeds als kloekmoedige krijgsknechten van Christus, opgewekt door mijn voorbeeld. Beschermt de evangelische waarheid voor alle miskenning."
Er ging een algemeen gejuich op. De gevangenen hieven nu kerkelijke zangen aan, als „Heil zij de strijd der vrome martelaren"; „Een grote strijden het „Te Deum Laudamus", U o Heere loven wij.
Zij zongen in het latijn. Voor hen lag daarin een bijzondere relatie met Gods kerk van alle vroegere eeuiven. En met wie nog volgen zouden. Ook onze Wilhelmus a Brakel citeerde op zijn sterfbed het latijnse: O Jesu, mi dulcissime — o, mijn allerzoetste Jezus.
Dit geschiedde onder tandgeknars van dc vijanden. liet moet op het volk een diepe indruk gemaakt hebben denk ik; de gemartelden, de uitgeteerden, het afschrapsel en uitvaagsel prijst den Drieënigen God; zij raken hier boven de stof!
Dit Te Deum is in vertaling ongeveer aldus — wijze Ps. 89, — ik geef er twee verzen van:
Wij loven V, o God, wij prijzen Uwen Naam. U, eeuwig Vader, U verheft al 't schepsel [saam! Zingt, Serafs, Eng len, zingt, heft machten [aan en tronen; Onafgebroken rijz' Uw lied op hoge tonen. Gij, driemaal heilig zijt G, ' o God der [legerscharen. Dat aard' en hemel steeds Uw grootheid [openbaren! U, Vader, U zij lof, op een verhoogden toon! Lof Uwen eigenen. Uw eengeboor nen Zoon! Lof Uwen Geest, die ons ten Trooster is [gegeven, ten Leidsman op de weg naar 7 eeuwig [ zalig leven ! U looft Uw Kerk alom, waar Gij die ook [vergaarde; U looif wat loven kan, in hemel en op aarde!
liet is een machtig accoord geit orden, geloof dat maar. Ja, als de Koning der Kerk voor 't oog Zijner strijdende kinderen verschijnt, dan wordt de hoop weer levendig. Worde er U en mij enige kennis van ge-
schonken! Wèl gegroet!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1950
Daniel | 12 Pagina's