Van het Zendingsveld
(51.)
Judson. Gevangenschap.
't Is Zondagmorgen 23 Mei 1824. In het nieuwe huis van Dr Price heeft Judson juist zijn preek beëindigü. Er wordt nog wat na gepraat. Plotseling snelt een man binnen met het ontstellende nieuws: „De Engelsen zijn in Rangoon geland en vechten tegen de Birmanen!"
Verschillende gedachten gaan door Judsons hoofd, terwijl hij naar huis gaat. Een half uur later zitten Judson en zijn vrouw te eten. De deur wordt geopend en met grote stappen komt iemand binnen, 't Is een beambte van de koning. Bij de tafel blijft hij staan en met barse stem zegt hij:
ter-Vreemde leraar, de koning roept u, en u moet stond meegaan."
Nauwelijks heeft hij die woorden uitgesproken, of verschillende mannen zijn de beambte in huis gevolgd. Ze grijpen de zendeling beet. Eén van de woestelingen, de beul, bindt de armen van Judson met een touw vast en de gebondene heeft nu maar te volgen.
Ann is hevig ontsteld. Ze pakt de beul bij zijn arm en met trilling in haar stem roept ze:
„Als u hem loslaat, zal ik u geld geven."
„Schreeuw zo niet. Anders neem ik u ook mee, " is het antwoord.
„Laat mijn vrouw met rust", zegt Adoniram met kalme stem. „Ik zal u veel zilverstukken geven."
De beambte lacht honend. De zendeling moet mee. Onder gekrijs en gebrul wordt Judson door de straten voortgeleid naar de vreselijke gevangenis. Als de deur open gaat, slaat de verpestende stank je tegen. De kleren worden Judson van het lichaam gerukt. De enkels en polsen worden gebonden met kettingen, die over een katrol lopen. De kettingen, die aan de enkels vast zitten worden opgetrokken en zodoende hangt Judson met zijn benen in de hoogte. Alleen zijn hoofd en schouders rusten op de smerige vloer.
Maar 't is niet alleen Judson, die dit vreselijk gemartel moet ondergaan. Er zijn nog drie Engelsen, die hetzelfde lot beschoren is. Alle vreemden worden als vijanden van de Birmanen beschouwd, nu de oorlog met Engeland is ontbrand.
De nacht wordt voor de arme mensen een kwelling. Aan slapen valt niet te denken. Een stikkend gevoel is in hun keel, en de kettingen klemmen hard in hun vlees. Met moeite kunnen ze praten. Dit is het enigste wat nog afleiding kan geven in het donkere, stinkende hol. En wat staat nog meer te komen?
's Morgens wordt de deur geopend. De benen worden door middel van de katrol naar beneden gebracht en een ogenblik mogen de arme mensen in de frisse lucht. Wat een verademing. Wat een zegen is het, vrij te mogen in-en uitademen in de frisse lucht. Daar komen die mensen nu wel achter. Maar ach... het verblijf in de buitenlucht is van zo'n korte duur. De onverbiddelijke cipier brengt de mannen naar binnen en hetzelfde walgelijke gedoe volgt weer. Daar hangen ze en nu snijden nog des te meer de boeien en nu stinkt het kerkerhol nog erger.
De dag kruipt langzaam voort. Een volgende dag komt en 't is of de tijd stil staat. Ach, dat het morgen was; ach, dat het avond werd! De derde dag is begonnen, maar er schijnt geen eind aan te komen. Maar... 's middgs wordt de deur geopend, 't Is om Judson te doen. De cipier maakt de kettingen los en de zendelingmag op zijn voeten staan en met de gevangenbewaarder naar de uitgang lopen. a
„Dat is mijn ^ a tste gang, " denkt de arme man. „Nu zal ik gedood worden."
Als hij buiten komt, doet het licht pijn aan zijn ogen, maar toch ziet hij terstond wie daar staat, 't Is haast niet te geloven. Daar staat zijn geliefde vrouw.
„Ga weg van deze plaats, " schreeuwt hij haar Zij luistert niet, maar snikkend vraagt ze: toe.
„Wat hebben ze je gedaan? Hier heb je wat eten en drinken. Alles zal ik voor je doen wat ik kan."
„Je tijd is om. Naar binnen!" klinkt even later snerpende stem van de cipier. de
De deur wordt weer voor Judson geopend en hij kan naar binnen, naar het martelhol.
„De vooruitzichten .van uw zending zijn wel schitterend, nietwaar, vreemd dier? " bijt de cipier Judson toe.
„Net zo schitterend als de beloften van God, mijn vriend", luidt het gelovige antwoord van de zendeling.
Door toedoen van Ann, de moedige vrouw, werd de gevangenschap van Adoniram wel enigszins verlicht. Door haar vriendelijkheid en door de zilveren geldstukken werd de cipier wel wat menselijker. Voortaan mocht Adoniram bij het „luchten" naar een schuur op de binnenplaats. Daar waren frisse lucht en water in overvloed.
Op zekere dag, toen Ann weer met eten en drinken kwam, vroeg haar man:
ver-„Waar is de bundel papieren met de Birmaanse taling van het Nieuwe Testament? "
„Maak je maar geen zorg. Ik heb alles begraven onder het huis."
„Dat is dom; daar zoeken ze eerst."
„Ja, dat is zo, " sprak Ann, na enig nadenken.
„Maar ik weet al een andere opolssing. Ik zal al de papieren in een kussen naaien en dan maak ik dat kussen zo hard, dat niemand het zal begeren. Dan heb je de vertaling-altijd bij je."
„Wat ben je lief en wat ben je slim, " klonk het dankbaar van Adonirams lippen.
Een dag later was het kussen met de kostbare inhoud al in de gevangenis. Wat was Judson blij! Niemand zou zulk een hard kussen begeren als zijn eigen-
dom. De Birmaanse vertaling, een stuk van zijn leven, was onder zijn bereik.
Hoe ging het ondertussen met de krijgsverrichtingen ? In de gevangenis kwam je niet veel te weten. Ook Ann kon weinig over de oorlog meedelen. Dit wisten allen in Ava: elke dag werd met een geweer geschoten. Klonk er één schot, dan was dit een teken, dat de Birmanen de slag hadden verloren; werden er twee schoten gelost, dan waren de Engelsen verslagen. Mochten er drie schoten gehoord worden, dan zouden de Engelsen in zee zijn gedreven.
Hoe secuur luisterden de gevangenen elke dag naar het signaal! Meestal klonk er één schot, een teken dat het voor Birma niet gunstig was. En dan bekroop hun de angst, dat de Birmanen kwaad zouden worden en de nederlagen zouden wreken op de blanke gevangenen.
Alles bg elkaar genomen, was de gevangenschap een geduchte kwelling.
M. NIJSSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1950
Daniel | 12 Pagina's