Vaderlandse Geschiedenis
2. Willem van Oranje. Als wij het leven van deze man en zijn huis beschouwen, komt wel duidelijk uit, hoe Gods voorzienigheid niet alleen over de enkelen gaat, maar ook over landen en volken en vorstenhuizen; dat Hij soms een lotsverbondenheid legt, die de eeuwen verduurt.
Bijzonder in onze geschiedenis wordt de leer gelogenstraft, alsof het vorstenhuis een voorwerp van vrije volkskeus is, die desgewenst ten allen tijde kan geannuleerd worden.
Het is Gods wil geweest, die beiden, de Nederlanden en het Oranjehuis samen te brengen en samen doet zijn tot op deze dag.
Ja, wanneer ons volk die band trachtte te verbreken werd het met harde middelen teruggebracht.
Anderzijds moge ons doorluchtig Huis bedenken, dat het deze landen bij de gratie Gods verkregen heeft en daarom rekening dient te houden met zijn Oppersouverein. Moge ons geliefd Vorstenhuis de wapenspreuk gestand doen: Ik zal handhaven, nl. de ordinantiën des Heeren. Dan zal vervuld worden: Die Mij eren zal Ik eren.
Maar bij tegenstelling: Die Mij versmaden zullen licht geacht worden.
Wij mogen Willem van Oranje niet idealiseren. Ook hij was mens. Er zijn dingen in zijn leven gebeurd, die wij niet kunnen, niet mogen goed keuren. Hooggeplaatst, stond hij meer dan iemand voor deze euvelen bloot.
Uit alles blijkt, dat twee lijnen door zijn betrekkelijk korte leven lopen: een dalende van wereldse schittering en zingenot; een klimmende, waarlangs hij mag voortgaan en in geloofsvertrouwen te midden van bittere strijd, de zaak dezer landen behartigen tot de laatste snik toe.
God heeft hem ons volk gegeven en waar blijft het woord van Groen: „Gelijk Mozes, heeft hij de tot de dood de onderdrukte Hervormden, uit het huis der slavernij geleid."
Het huis Nassau was van Duitsen bloed. In de 14e eeuw huwde graaf Otto II met de erfdochter van Vianden (in Luxemburg). Hier is het eerste contact met de Nederlanden. Zijn kleinzoon Engelbrecht I trouwt de erfdochter van Polanen en komt in bezit van de heerlijkheden Polanen, de Lek, Geertruidenberg en de baronie van Breda.
Van deze was een kleinzoon Engelbrecht II, dienaar van Karei de Stoute en Maximiliaan. trouw
Bij diens versterf (hij was kinderloos) erft zijn broer Johan de bezittingen.
Deze had twee zonen: Hendrik en Willem. Toen hij stierf kreeg Hendrik de nederlandse en Willem de duitse bezittingen. Deze laatste is de bekende W. de Rijke, gehuwd met Juliana van Stolberg.
Zij hadden 12 kinderen, van welke 5 zonen. Onze Willem van Oranje was de oudste.
Juliana van Stolberg — welk Nederlander kan die edele, godvruchtige vrouwe vergeten.
Vier harer zonen gaven hun leven voor onze zaak. Haar zoon Jan offert zijn bezittingen voor ons op, lijdt armoe en wordt — o schande — gemaand als hij bakker en slager niet meer betalen kan, zodat hij naar de Dillenburg moet terugkeren.
Juliana heeft meegestreden in de gebeden, meegeleden, haar zonen aangemoedigd, vermaand, l.e.w. bijgedragen tot onze vrijheden.
Het contact met de Nederlanden werd op de volgende wijze opnieuw gelegd.
Opgemelde graaf Hendrik was gehuwd met Claudia van Chalons, de zuster van Philibert van Oranje, een prinsdom in 't Zuiden van Frankrijk.
Hendriks zoon, Réné, erfde dit prinsdom van zijn oom Philibert. Maar reeds op 22-jarige leeftijd sneuvelde Réné. Hij had zijn prinsdom aan zijn neefje Willem vermaakt.
Merkwaardig is nu het volgende. Zoals bekend is in de zinspreuk van ons wapen: Je maintiendrai, Ik zal handhaven. Wie voorts het wapen der Oranjes bekijkt, ziet er een posthoorn (cornet) en een ster met 16 stralen in staan.
Deze zijn er aldus ingekomen. In het prinsdom Oranje hadden vóór het huis Nassau reeds drie vorstenhuizen geregeerd, nl. Oranje, Baux en Chalons. Van het eerste was de stamvader Guillaume van Cornet, een der ridders (paladijnen) van Karei de Grote.
Het huis Baux is volgens de overlevering afkomstig van één der Wijzen van het Oosten (vandaar die ster). En de wapenspreuk van het huis Chalons was: Je maintiendrai Chalons. Réné had deze overgenomen.
Willem mocht deze erfenis echter alleen aanvaarden met toestemming van Karei V en deze stelde als voorwaarden, dat de jonge prins zich te Brussel zou vestigen en opgevoed worden in het rooms geloof.
Zijn vader, hoewel Luthers, heeft — onbegrijpelijk — aan deze voorwaarden voldaan. Dit is nooit goed te keuren. Het heeft dan ook niet aan Willem gelegen, dat hij later de kampvechter voor de vrijheid van ons volk en de zuivere religie geworden is, maar aan de genadige leiding des Heeren.
Naar de wereld scheen zijn leven bergopwaarts te gaan.
Reeds op 18-jarige leeftijd huwt hij de rijke van Egmond, gravin van Buren. Anna
De wereldsgezindheid viert hoogtij in zijn leven. Hij smeet met geld. Zijn hof te Brussel was het rijkste. Hij had een vriendelijk, innemend karakter; zelfs zijn dienaren behandelde hij met de grootste heusheid.
Dat allerlei posten voor hem openstonden, laat zich begrijpen.
Nog maar 21 jaar was hij al opperbevelhebber van het leger. In 1555, bij de regeringsafstand, leunde Karel op zijn schouder. Hij mocht de krooninsignes aan Ferdinan, de nieuwe keizer, overbrengen. Het kostte hem wel een millioentje, maar zo nauw keek hij niet!
In 1559 droeg Filips hem de geheime onderhandelingen op, die moesten leiden tot de vrede van Cateau-Cambrésis.
Bij Karei stond hij in blakende gunst; hij was diens vertrouweling. Terecht zag Karei in hem niet alleen een uitstekend veldheer, maar ook een geslepen staatsman. Er lag schijnbaar een schitterende toekomst voor hem open.
Maar in Gods raad was het anders besloten.
Minder mooi echter was zijn optreden tegen de ketters in zijn gebied, die hij vreselijk vervolgde.
Zoals reeds bekend, kwam hij in 1559, tijdens zijn verblijf aan 't franse hof achter het moordplan. Dit vervulde hem met afgrijzen en diep medelijden met de \'ele brave mannen en vrouwen, die ter slachtbank zouden worden gevoerd.
Maar een ketter was hij toen nog niet. Hij was echter geen dweper, eer verdraagzaam. Het laatste zou hem later in conflict brengen met zijn meer geavanceerde geloofsgenoten.
Als hij zich opmaakt tot de strijd is het allereerst een strijd voor de politieke vrijheden des volks.
P. J. LAMORé.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1950
Daniel | 12 Pagina's