DE KERK en de verlichting
(IV.)
Toen het in 1813 Oranje boven werd, werd het er vooral niet beter op. Hersteld Nederland keerde niet weer tot de God der Vaderen, tot de Heere en Zijn dienst. De geest der Verlichting bleef vaardig over de Kerk.
Koning Willem I was een man van zijn tijd, een verlicht despoot.
Zijn financiele maatregelen ten opzichte van de kerk (de achterstallige tractementen der predikanten werden o.a. uitbetaald) bezorgden hem de naam van Vader Willem. Toen greep hij in, waar hij niet in had mogen grijpen. Niet Christus door Zijn woord zou de kerk regeren als haar enig Hoofd, maar de aardse vorst zou naar zijn inzichten de zaken van de kerk regelen. Bij geheim besluit van 28 Mei 1815 werd een commissie benoemd, die de Dortse Kerkenordening opzij zette en een algemeen reglement van het Hervormd Kerkgenootschap samenstelde. Op 6 Febr. 1816 werd dit reglement bij Koninklijk Besluit aan de Kerk als grondwet opgelegd. We kregen nu een Synode van boven af d.w.z. door de koning benoemd. Natuurlijk waren alle leden mannen van de Verlichting.
De aanslag op de Kerk was gelukt.
De liberale verlichtingsmannen prezen zeer de liberale verlichte Vorst.
Elk protest werd gesmoord.
Niet langer behoefden de predikanten de 3 form. van Enigheid te tekenen maar wel een verklaring, dat zij alles zouden leren wat in de 3 form. overeenkomstig Gods Woord was. Zij vonden daarin, naar hun mening, niets overeenkomstig Gods Woord. Zo was dus de Leervrijheid een feit geworden.
Nog waren er die getuigden tegen de „Geest der eeuw."
Dat waren o.a. de mannen van „Het Reveil." Willem Bilderdijk was er de ziel van, de sombere, de miskende, die geen genade kon vinden in de ogen van de verlichtingsmannen.
Deze verzamelde een groep geestdriftige leerlingen om zich heen.
Da Costa was er één van.
Deze schreef in 1827 zijn „Bezwaren tegen de Geest der eeuw."
Met dit geschrift had hij wel de knuppel in het hoenderhok dpr verlichtingsmannen geworpen. Aan het gekakel en geschreeuw scheen geen einde te komen. Men schold hem voor ellendeling en staatsgevaarlijk sujet.
Stonden de mannen van „Het Reveil" buiten het kerkelijk leven, ook in de Kerk gingen er stemmen op.
Nicolaas Schotsman, predikant te Leiden schreef in 1819 reeds zijn „Eerzuil ter nagedachtenis van de voor 200 jaren gehouden Nationale Synode te Dordrecht." Met een in de kerkhistorie bijna voorbeeldeloze smaad en hoon, werd hij hierom van alle kanten aangevallen, door de „verdraagzame" verlichtingsmannen.
Toen verscheen, (ook in 1827), „Adres aan al mijn hervormde geloofsgenoten" van de hand van een anonieme schrijver. Hierin werd de vinger precies op het „zeer" gelegd. De wantoestanden die in de Kerk heersten werden duidelijk in het licht gesteld. Toen Koning Willem I het geschrift gelezen had was hij zeer ontstemd. De minister van Justitie kreeg opdracht te onderzoeken wie de schrijver was. Het bleek Ds Molenaar van Den Haag te zijn. Toen deze door de Koning ter verantwoording werd geroepen, zonk hem helaas, 's konings boosheid ziende, de moed in de schoenen en beloofde hij plechtig nimmer meer iets te zullen ondernemen, wat de schijn zou hebben, de vrede in de kerk te zullen verstoren. Hieraan heeft hij zich trouw gehouden. Volgens de koning was het „Adres" een oorzaak, waardoor de diepe vrede waar in de Christenen elkaar alom naderden, was verstoord. Zouden we in deze niet mogen spreken van een vrede des doods, zoals die op een kerkhof heerst?
Intussen had het „Adres" zijn werk gedaan. Bilderdijk bleek gelijk gehad te hebben, toen hij sprak van de 7000, die de knieën voor de Baal der Verlichting nog niet hadden gebogen. Het waren o.a. de potscMp-•pers van de Veluwe en de zgn. „Bijltjes", de scheepstimmerlieden van het eiland Kattenburg. Lieden van de nachtschuit volgens de verlichtingsmannen. Zij lazen het „Adres" gaarne. Er kwam ontwaking.
Zullen we nu nog spreken van Ds De Cock, die zijn „schaapskooi' schreef of van de „gezangenkwes f ie" e-de handelingen van Ds Ledeboer?
De Afscheiding kwam. Een onderwerp op zichzelf om over te handelen.
Wij zien haar als de droeve vrucht van de Verlichting.
Daar ligt nu de Kerk als de beenderen verstrooid aan de mond des grafs.
Versplinterd en verdeeld. Neen, dat kan ons geen oorzaak van blijdschap zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1950
Daniel | 12 Pagina's