DE KERK en de verlichting
dn.)
Wat nu de Nederlandse kerk en de Verlichting betreft: Reeds lang hadden in Nederland libertijnse invloeden gewerkt. Denk aan de strijd tussen de Remonstranten en de Contra-Remonstranten, aan de geest der Hollandse regenten in de gouden eeuw, de eeuw van weelde en verslapping, van een dwepen met alles wat Frans was.
Tengevolge daarvan ontkiemde het hier snel. verlichtingszaad
Wel telde de Kerk nog enkele voortreffelijke leiders als bijv. prof. Driessen en de predikanten Holtius en Comrie, welke laatsten hun serie „Examen van het ontwerp van tolerantie" schreven. Zij beseften de gevaren van het nieuwe wel en bestreden het heftig.
Wel bleef de geest van Dordrecht nog lang onder het gewone volk leven, maar er trad toch een onafwendbare en algemene verslapping in.
In de tweede helft van de 18e eeuw drongen de verlichtingsideeën snel volk en kerk binnen.
De doopsgezinde predikant Nieuwenhuizen stichtte
in 1784 de „Maatschappij tot nut van het algemeen", die de verlichtingsideeën hier populair maakte en onder het gewone volk bracht.
Vooral op het gebied van het onderwijs heeft Maatschappij grote invloed uitgeoefend. deze
De Kerk plukte de bittere vruchten.
Reeds in 1773 ontving de kerk uit de handen van de Gewestelijke Staten de Nieuwe psalmberijming. En hoewel deze als dichtwerk beter is dan de oude, nochtans kan niet ontkent worden, dat de sfeer van „Opperwezen en deugd" er niet vreemd aan is en de invloed dei-Verlichting verraadt.
In 1795 werden de Fransen met gejuich ingehaald.
Men danste om de wortelloze vrijheidsboom.
Meer en meer werkte de verlichting door.
De belijdenis kwam geheel in verachting.
De Heilige Schrift werd meer en meer van haar gezag beroofd.
Op Kerstmis werd gepreekt over het nut van de stalvoedering, op Pasen over het nut van vroeg opstaan.
Men had nu een godsdienst zonder Christus.
Door de kille omhelzing van het Rationalisme de kerk de dood der verstijving tegemoet. ging
Alle bijzondere openbaring en genade werd verworpen.
Niet de wedergeboorte, maar de ontwikkeling, de zedelijke verbetering, verlichting en beschaving werden de wachtwoorden van deze droeve tijd.
Leugens werden verkondigd als: „Kennis is deugd" of „Bouw scholen en U kunt de gevangenissen straks sluiten."
Vage begrippen van God, deugd en onsterfelijkheid deden ook hier aller wege opgeld. De Revolutie had gezegevierd. De oude school werd omvergeworpen. Een „Neutrale? ? " er voor in de plaats gesteld.
Staat en kerk, gelijk we reeds zeiden gescheiden de absolute godsdienstvrijheid uitgeroepen. en
De doorwerking van dat droeve beginsel van „gelijk recht voor allen", doet ons vandaag daarvan nog de droeve vruchten inoogsten.
Van nu af aan was de kerk haar officiele gezaghebbende positie in het openbare leven kwijt.
Een eeuw Verlichting had haar reformatorische kracht gebroken. Innerlijk en uiterlijk zwak geworden, bleek ze niet op eigen benen te kunnen staan. Een minister van eredienst kwam te hulp en deze zou toezien, dat de predikatiën zouden dienen tot bevordering van de braafheid en het welzijn der maatschappij.
Een genootschap was ze geworden en genoot de bescherming van koning Lodewijk Napoleon, die bestond in beroving van haar goederen.
In 1805 ontving zij, nu door de zorg der provinciale synodes een gehele Gezangbundell, over de samenstellers waarvan de geest der verlichting vaardig was geweest. Het werk der mensen in deugd en zelfverbetering wordt er veel meer in geprezen, dan Gods genade in Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1950
Daniel | 12 Pagina's