VOOR ONZE Militairen
„CONTACT"
Wanneer je onderwijzer bent of leider van een klas of een groep mensen; weet je wat dan zeer belangrijk is voor die onderwijzer en voor die klas? Dit, dat er „contact" bestaat tussen die leider en die groep mensen. Contact! wat is dat? In „van Dale" lees ik dat dit woord betekent „aanraking". Dat is heel aardig gezegd. Iets wat ik aanraak daarmede sta ik in nauwe verbinding. Ik ben eigenlijk met dat voorwerp één geheel geworden. De scheiding die er eerst was, is verbroken. Daar is een verbinding tot stand gekomen. Kijk, en dat vind ik nu zo belangrijk hè, dat er tussen de Commandant en zijn troep „contact" bestaat. Een verbinding dus. Commandant en troep, onderwijzer en klas, vader en moeder en de kinderen moeten één geheel vormen. Niet gescheiden naast elkaar optrekken maar met elkaar samen door het leven. Je niet te hooggevoelen om af te'dalen naar je mindere. Zijn we niet allen mensen van gelijke bewegingen? Zijn we niet allen hoofd voor hoofd van een lap gescheurd? Zeker, daar zijn meerderen en daar zijn minderen. En dat is niet door de mens ingesteld hoor! Dat is een instelling-Gods; laten we dit nooit vergeten.
De Commandant aanvaardt deze theorie niet, maar daar schrijf ik ook niet voor. Meerdere zijn wil echter niet zeggen, je ver verheven gevoelen boven je minderen. Integendeel, het is de plicht van iedere Commandant „contact" te zoeken met z'n minderen.
Ik schrijf nu wel van commandant maar dit kun jë overbrengen op een ieder die gezag uitoefent, of dat nu een kolonel, een onderwijzer, een dominee of een patroon is.
We moeten contact hebben met onze minderen, en als we dat niet hebben, dan zijn we fout. Dan is er geen onderlinge waardering. We leven dan naast elkaar. Dan dienen we strafvrij en meer niet. Dan doen we misschien nog wel onze plicht, maar meer niet. Wanneer we niet meer doen dan onze plicht, dan doen we te weinig. Het zou er in de wereld heel anders uitzien, als een ieder z'n plicht maar deed en vooral niet meer. Hoe heel anders wordt het als ik contact heb met m'n klas. Dan is er een meieven met eikaars noden en behoeften. Dan zeg ik niet: „Ben ik mijns broeders hoeder." Neen als dan één lid lijdt, clan lijden alle leden. Dan helpen we elkaar als er moeilijkheden zijn, het zij door ziekte, rouw of financiële zorgen. Dan springen we in de bres voor elkaar.
Contact, och wat is dat een geluk voor een commandant en zijn troep. Denk dit nu eens door en kijk dan eens om je heen. Wat is er in de tegenwoordige tijd toch weinig „contact". Jullie weet, als ik een motor van de auto wil starten dan heb ik daarvoor nodig een sleutel die eerst „contact" maakt en als ik dan „contact" heb gemaakt door middel van die „contactsleutel" dan pas kan ik de motor laten draaien. Nu gaat dat bij zo'n auto vrij gemakkelijk hoor; het is bij de mensen veel moeilijker en toch onmisbaar. Weet je waar ik nu zo'n last mee heb, jongens? Ik kan soms de contactsleutel niet vinden.
Je kunt mensen ontmoeten, daar heb je zó contact mee. Daar ben je direct eigen mee en het is mij wel eens gebeurd, dat ik iemand ontmoette die 'ik nog nooit had gezien of gesproken en dat ik na een uur praten al dikke vrienden met hem was. Hoe kwam dat dan? Daar ontstond tussen hem en mij „contact" en dan gaat de motor draaien. Dat die motor zo weinig draait in deze tijd, zou dat z'n oorzaak hierin kunnen vinden, omdat we zo weinig liefde meer bezitten?
Zou de liefde tot onze naaste niet de beste en de juiste contactsleutel voor ons zijn. Daar moet je toch eens eventjes bij stilstaan. Ik hoor een jongen zeggen, ja Krijgsman maar de liefde groeit niet op onze akker. Ho, ho, voorzichtig hoor. Die zin is niet af. Je moet er dan bijzeggen dat het onze eigen schuld is dat die vrucht op onze akker niet groeit anders ga je de schuld op God werpen of je gaat in de hoek van de lijdelijkheid zitten en ik geloof dat dit beiden fout is. De eis Gods wordt ons iedere Zondag voorgehouden nl. onze naasten lief te hebben als ons zelf. Je kunt dat duidelijk lezen in Math. 22 : 37—40. Neen jongens, op ons ligt de verantwoordelijkheid, want God heeft ons goed geschapen, maar wij zijn geheel vrijwillig van Hem afgevallen. Het missen van de liefde tot onze naasten doet ons missen het „contact".
Nu is het waar dat je mensen ontmoet waar je nooit of slechts na zeer geruime tijd contact mee krijgt. Een ieder heeft z'n eigen karakter en hoedanigheden.
Toch zijn dit gelukkig uitzonderingen. Ik heb in mijn diensttijd eens een klas gehad waarmee ik geen contact kon krijgen. Ik heb die klas 9 maanden gehad. Wat ik ook probeerde het lukte mij niet. Als ik dacht dat ik het had, scheen het mij even later toe dat ik er ngg nooit zo ver had afgestaan. Zij die leiding moeten geven en dit lezen, zullen beseffen wat dit is. Iedere dag ging ik met loden schoenen naar m'n klas en iedere dag was het mis. Het ging niet. Negen maanden lang had ik er naast gestaan. Tenminste dat dacht ik. Ik voelde niet de minste band. Het tijdstip van vertrek naderde. Ik besloot geen afscheid, te gaan nemen omdat ik dacht, dat de klas daar toch geen prijs op zou stellen. Wat zou ik een les krijgen. Toen ze weg waren ging ik naar de kazerne. Ik had nog maar een paar passen in de kazerne gedaan of een collega van mij stond me al op te wachten met de vraag waarom ik
géén afscheid had genomen van m'n klas. Üe jongens hadden me overal gezocht en waren zeer teleurgesteld vertrokken. Ik wist me van spijt en schaamte niet te bergen. Het ergste kwam nog. Uit dankbaarheid en waardering voor m'n gegeven onderwijs hadden ze een cadeau voor me achtergelaten. Het brandde in m'n handen. Kunt U zich dat voorstellen mijn lezer? Dat was een harde les voor mij. Ik trok hier de conclusie uit dat de schuld bij mij lag en niet bij die jongens. Op geen enkel afscheid heb ik meer ontbroken.
Daar was geen liefde jongens. Als dat er niet is dan ontbreekt ons de contactsleutel. Dan gaan we modderen. Dan staan we aan de verkeerde kant. We lezen in Gods Woord dat de liefde alle dingen vermag.
De liefde kan echter niet van één kant komen maaide liefde vraagt wederliefde en ik had verzuimd deze te geven. Het spreekwoord zegt: „Door scha en schande wordt men wijs." De jongens hebben mij een harde les gegeven die ik ruimschoots had verdiend. Onderwijzers en leiders, trek hier lering uit. Met de theorie komen we er niet. De practijk is de beste leermeester, al kan die wel eens harde rake klappen uitdelen. Ik heb het al eens meer gezegd: „Van je minderen kun je veel leren."
Ouders! leef met Uw kinderen mee. Ga er niet naast staan. We willen onze kinderen nog o zo lang kind laten, maar daar komt een tijd dat ze kind af'zijn hoor. Behandel ze dan als zodanig. Kinderen denk niet dat je gauw kind af bent hoor. Je vader blijft steeds vader en je moeder blijft moeder. Leeft niet naast maar mèt je vader en moeder. Het grootste voorrecht voor U en voor mij is gelegen in het feit dat we contact mogen hebben of krijgen met Hem die gezegd heeft: „Want die mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van de Heere."
„KRIJGSMAN”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1950
Daniel | 12 Pagina's