JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondom 31 October

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondom 31 October

5 minuten leestijd

Het aanslaan van de veelgenoemde 95 stellingen van Maarten Luther was niet bedoeld om propaganda te maken voor een nieuwe kerk, voor een hervormingskerk, maar was enkel bedoeld om de kwestie van de aflaathandel in de kringen der theologen in behandeling te krijgen. Luther schreef zijn stellingen ook niet in de landstaal, maar in het Latijn. De leken moesten er buiten gehouden worden.

Ongezocht en onverwacht leidde de aflaathandel tot een strijd van grote omvang en van ingrijpende betekenis. Het werd een strijd, waarin heel Duitsland werd betrokken en die ver buiten de grenzen ging ontbranden. Het werd een vuur, dat zo snel om zich heen greep, dat aan blussen niet meer viel te denken.

Dat Luther zo verontwaardigd was over het misleidend werk van de aflaatkramers, vindt hierin zijn grond, omdat de hervormer het zo gans anders had ondervonden in het diepst zijner ziel. Lang vóór de 31e October van het jaar 1517 werd er in Luthers ziel een strijd gestreden als gevolg van de wondere werking des Heiligen Geestes. Luther was de rust opgezegd. Het waren zijn zonden, die hem drukten; en heus, geen grove, uitwendige uitspattingen in het kwade beroerden hem. De eis van een rechtvaardig God stond hem voor ogen. En die eis is, dat God Zijn beeld terugeist van elk mensenkind.

Luther vond geen rust in zijn zelfkastgding, in zijn gebeden en biechten en het doen van goede werken. Hij zei: „Is ooit een monnik in de hemel gekomen door zijn streng monnikenleven, dan zou ik er ook in gekomen zijn."

Door Von Staupitz wordt hij gewezen op Christus: „Christus verschrikt niet, maar vertroost." Dertig jaren later noemt Luther de vicaris van de Augustijnerorde „zijn vader in de leer des Evangelies, die mij in Christus gebaard heeft."

Diep zonken in zijn ziel de Schriftwoorden: „Ik heb geen lust in de dood des goddelozen, maar daarin heb ik lust, dat hij zich bekere en leve, " en „De rechtvaardige zal uit het geloof leven."

Dit verborgen leven was de oorzaak, dat Luther het niet kon laten, openlijk te getuigen tegen de gewetenloosheid der aflaatprediking.

Wat hield de aflaathandeling eigenlijk in?

Na de biecht werd de biechteling door de priester een kerkelijke straf opgelegd, niet met de bedoelingdat daardoor het bedreven kwaad werd vereffend, maar het ondergaan van de straf had oorspronkelijk de bedoeling, dat nu te zien was dat het berouw over de zonde oprecht was. En die oprechtheid bij het belijden der zonden, was voor de priester een voorwaarde waarop de vergiffenis werd geschonken. De vergiffenis was dus verbonden aan het oprecht berouw en de genade Gods. De pijn (poena) door de biechteling gedragen was dus een bewijs voor de oprechtheid der bekering en was een waarborg voor de ontvangen vergiffenis. Deze opgelegde en gedragen straf (poena) noemt Luther in zijn stellingen de sacramentele boete.

Stelling 1. Onze Heer en Meester Jezus Christus, als Hij zegt: „Doet boete enz." heeft gewild dat het gehele leven der gelovigen boete zij.

Stelling 2. Dit woord kan niet verstaan worden van de sacramentele boete, d.i. van de biecht en genoegdoening, die door het ambt der priesters wordt volbracht.

Die oorspronkelijke gedachte werd spoedig vergeten en er kwam een andere opvatting, nl. dat de sleutelmacht door Christus aan Petrus en de latere priesters verleend, de bevoegdheid gaf de eeuwige straf kwijt te schelden, na biechten en onderwerping aan de poena. De straf in het tijdelijke leven of in 't vagevuur blijft en die straf kan geboet worden door bidden, vasten, aalmoezen, kortom: door goede werken. Dit bidden, vasten, enz. kan worden vervangen door giften in geld aan de kerk. En hierin zien we nu het beginsel van de verschrikkelijke aflaathandel. De aflaat werd een koophandel, waardoor de vergeving van zonden voor geld kon gekocht.

Er kwam nog iets bij. Christus' verdiensten en de verdiensten der heiligen vormden een schat van goede werken, een reservoir, waaruit geput kon worden door de paus (stedehouder van Christus) ten behoeve van de zwakke broeders. Die zwakke gelovigen kregen nu door de aflaat een deel uit die opgehoopte schat en de vergeving der zonden werd een feit. Bovendien konden voor de doden, die in het vagevuur nog boete deden, ook eën gedeelte van de grote schat gebruikt worden om de pijn te verminderen of te verlossen uit het vagevuur.

Bij het verhandelen van de aflaten werd voor de vorm wel biecht en berouw geëist, maar in de practijk ging het wel anders. Dan werd gehoord: „Zoveel genade kan men nu voor een koopje krijgen."

Het onkundige volk leefde in de veronderstelling, mede door het roekeloos aanbieden van de aflaten, dat door het kopen van zulk een papiertje de vergiffenis van schuld en straf volkomen was.

Als we dit overwegen, dan kan het ons niet verwonderen, dat Luther zo hevig tegen de aflaathandel optrad.

De vrucht van Luthers optreden was, de gezegende Hervorming, waarvoor we niet dankbaar genoeg kunnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1950

Daniel | 12 Pagina's

Rondom 31 October

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1950

Daniel | 12 Pagina's