Kunst.
Het Israëlitische volk was niet. wat men noemt, kunstzinnig. God heeft aan ieder volk zijn eigen geaardheid gegeven, zodat ook in dezen geldt: er is verscheidenheid van gaven.
Men lette ter vergelijking op de egyptische en griekse kunst, kortom van de buurlanden rondom. Meestal stond deze echter in dienst van de religie en Israël heeft helaas in zijn tijden van afwijking er heel wat aan ontleend. Oorspronkelijkheid werd gemist.
Maar, zoals we beneden zullen zien, er was een uitzondering" en deze stond in verband met de plaats en taak, die Israël had: aan dit volk waren toch de woorden Gods toebetrouwd.
De beeldhouwkunst werd er niet of weinig beoefend. Wel waren de tabernakel en de tempel met enkele beeldhouwwerken versierd (cherubs), maar het tweede gebod remde de ontwikkeling van deze kunst. Voor Israël was dat wel nodig, omdat het een zinnelijk volk was.
De stierkalveren te Sinaï, Bethel en Dan, de Baal-en Astartebeelden bewijzen dit maar al te zeer.
Men heeft verder in Palestina zegelstenen gevonden, deels alleen met namen, deels ook met heidense motieven; ook scherven van versierd vaatwerk.
De schilderkunst werd nagenoeg niet beoefend; alleen in de late koningstijd komt zij als muurschilderkunst, naar buitenlandse motieven, voor. Ez. 8 : 10; 23 : 14.
Beter stond het met de bouwkunst. Toch hielpen ook hierbij weer buitenlanders. De cederen paleizen van David en Salomo waren gebouwd door Phoeniciërs. Het huis des wouds van Libanon heette zo naar de rijen cederen pilaren. In de troonzaal stond de bekende elpenbenen troon, belegd met ivoren platen en aan weerszijden leeuwen.
Nog heden bestaat de onderbouw van de tempel van Salomo. Voorts zijn er uit die tijd kunstloze graven, vijvers, regenbakken, bronnen en de bekende Siloahtunnel (een waterleiding:2 Kon. 20 : 20.)
In twee kunstuitingen openbaarde zich echter bij Israël een hoge begaafdheid, nl. in literatuur en muziek. In de dagen van David en Salomo bereikten deze haar hoogste bloei. De Heilige Schrift is dan ook niet alleen de Openbaringsoorkonde, maar tegelijk ook „Boek van Schoonheid."
Wielemaker zegt het zeer juist: De Heilige Schriften des Ouden Verbonds mogen als Godsopenbaring een geheel enig karakter dragen — naar hun menselijke zijde bezien, vormen zij een letterkundige schat, zoals geen aziatisch volk nagelaten heeft en waartoe stukken behoren, die alles wat ooit uit de veder eens dichters gevloeid is, achter zich laten.
Het zou te veel plaatsruimte vergen, hier dieper op in te gaan.
Men leze het boek van Dr Wielinga: De Bijbel al3 boek van Schoonheid en verwaarloze bij het Bijbelon-
clerzoek ook deze zijde, de aesthetische, niet, in proza en poëzie.
Slechts geven wij enkele specimina van heerlijke lyriek in lof en klacht: de prachtige doden klacht van David over Saul en zijn zonen; de natuurlyriek in Ps. 19, Ps. 104 en veel andere. In Ps. 29 het telkens herhaalde „De stem des Heeren" (in het Hebreeuws een klanknabootsing.)
Verder de strijdzang van Debora. Hanna en Maria worden dichteressen en bezingen in hooggestemde taal de weldaden des Heeren, bewezen aan nederigen van hart, aan de ganse uitverkoren kerk.
Didactisch (onderwijzend) zijn de Spreuken; het boek Job en het Hooglied hebben weer een andere stijlvorm. Vooral het boek Jesaja is zeer poëtisch; maar ook bij andere profeten ontbreekt het dichterlijk element niet. Het verwondert ons altijd weer, dat onze Statenvertaling dit alles zo schoon getransponeerd heeft. — De israelitische poëzie is niet, zoals gewoonlijk onze poëzie, gebonden aan maat en rijm.
Zij onderscheidt zich van het proza door parallellisme.
Dr Wielinga, aan wiens zoeven genoemd bock wij het volgende ontlenen, onderscheidt 3 klassen van parallellisme.
le. Het synoniem parallellisme.
Het volgende zindeel bevat in andere (soms sterkere, tederder) bewoordingen dezelfde gedachte.
Voorb. Heere, maak mij Uwe wegen bekend; leer mij Uwe paden. Ps. 25 : 4.
Geeft het heilige de honden niet. Noch werpt Uw paarlen voor de zwijnen. Mt. 7 : 8.
Mt. 7 : 8 is een voorbeeld van een driedeling; .
2e. Het synthetisch (samengesteld) parallellisme. *
Voorb. De zaligsprekingen in Mts., redengevend verbonden.
De beurtzang tussen Bruidegom en bruid in Hoogl. 1.
3e. Het antithetisch (tegenstellend) parallellisme. Voorb. Gerechtigheid verhoogt een volk;
maar de zonde is een schandvlek der natiën. Spr. 14 : 34.
Men zoeke deze soorten eens op in Ps. 144.
Men vermoedt, dat dit parallellisme is ontstaan bij cle reidansen, vooral door vrouwen en meisjes gaarne beoefend. Zij dansten al zingend, met begeleiding van tamboerijn en cimbaal elkaar tegemoet.
De ene rei zong bijv.: Saul heeft zijn duizenden verslagen, de andere antwoordde: David zijn tienduizenden.
Zang en muziek waren zeer geliefd. Zij mochten bij geen huiselijk feest ontbreken.
Maar ook bij de dienst van het Heiligdom ontbraken ze niet. David had een koor van 4000 zangers aangesteld. Waarschijnlijk werd er eenstemmig gezongen en gespeeld.
aange-De muziek begeleiding diende vooral voor 't ven van de maat.
Men onderscheidde blaas-, slag. en snaar-instrumenten. Blaasinstrumenten waren de trompet (Num. 10 : 2 v.v.), de hoorn of bazuin in de vorm van een ramshoorn (Joz. 6 : 4 v.v.) de fluit, het orgel (een samenstel van fluiten van verschillende lengte en dikte, misschien in de vorm van een doedelzak).
Slaginstrumenten waren de trommel of tamboerijn, de cimbaal of het bekken, de triangel en de schel.
Snaarinstrumenten waren de harp of citer met tot tien snaren en de luit of psalter. vier
In Ps. 150 worden vele dezer instrumenten genoemd. So moesten en moeten ook deze heerlijke gaven dienstbaar zijn, om de veelvuldige lof des Heeren in natuur en genade te vermelden. Niet de kunst om de kunst; maar uit God en door God en tot God zijn alle dingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1950
Daniel | 12 Pagina's