DE KERK en de verlichting
(I.)
Toegevend aan de door de Redactie van „Daniël" meermalen op mij uitgeoefende aandrang, wil ik thans trachten, het door mij op de laatste jaarvergadering van het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen der Geref. Gemeenten te Utrecht uitgesproken referaat over „De Kerk en de Verlichting" artikelsgewijs in „Daniël" te doen opnemen.
In Hand. 16 vinden wij Paulus en Silas op de tweede zendingsreis. Hun poging om naar Bithynië te reizen, werd door de Heilige Geest verhinderd. Zo kwamen zij te Troas. Daar zag Paulus in de nacht een gezicht. Een Macedonisch man bad hem en zei: , , Kom over naar Macedonië en help ons". Daaruit terecht besluitend, dat de Heere hen geroepen had om aldaar het Evangelie te verkondigen, zochten zij zonder uitstel scheepgelegenheid, staken de Egeïsehe zee over en zetten spoedig voet aan wal in ons werelddeel.
Te Filippi spraken zij tot de vrouwen, die saamgekomen waren aan de rivier. God opende Lydia's hart en deed straks de stokbewaarder aan hun voeten vallen met de uitroep: „Lieve heren, wat moet ik doen om zalig te worden? "
Dit waren de eerste schemeringen van het Evangelielicht in de donkere nacht van het heidendom in Europa.
En gelijk in de morgenstond het licht van de opgaande zon als het ware worstelt tot verdrijving van het nachtelijk duister, zo zien we ook hier een worsteling van het doorbrekend evangelielicht met de duisternis van het heidendom.
Ongeveer 300 jaar zou deze worsteling duren.
Een tiental vervolgingen worden in deze periode onderscheiden.
Namen als Nero en Diocletianus, bekend uit dit tijdperk, wekken de wreedste herinneringen op. Maar namen als Policarpus, Blandina, Pontius e.a. brengen ons in herinnering, hoe sterk de kracht is van het door God Geest gewerkte zaligmakende geloof.
Na een lange bange worsteling kwam eindelijk Christendom tot heerschappij. het
Sinds keizer Theodocius had het publiek heidendom ln beschaafd Europa geen bestaansrecht meer.
Maar daarmee was het heidendom niet verdwenen. Vermomd in veelal Christelijke gedaanten bleef het als „onbewust heidendom" voortleven in de Kerk. Want als Goddelijke genade het hart des mensen niet vernieuwt, leeft dit heidendom van nature in ieders hart. Het is de aandrift van het natuurlijk hart, dat zich aan Christus niet onderwerpen wil, omdat de wil des mensen boos is, omdat het verstand verduisterd is. Daarom komt de menselijke rede in verzet tegen de Christelijke religie, die de mens vernedert en verbiedt naar het goeddunken van zijn hart te leven.
De Kerk moge, haar roeping volgend, met de van God verordineerde middelen daartegen strijden, zij is op zichzelf niet in staat de harten te veranderen, zelfs niet bij machte allen bij de verstandelijke toestemming van de waarheid te houden.
Dus bleef het „onbewnist heidendom" in de Kerk voortleven.
Het was de oorzaak van het verval in de loop der Middeleeuwen. Vele dwalingen maakten, dat de Kerk van haar zuivere grondslagen begon af te wijken, terwijl onder degenen die geacht zouden moeten worden pilaren der Kerk te zijn een leven tot openbaring kwam, dat vloekte met het dogma der Christelijke leer. Inplaats van het vlees te kruisigen met zijn begeerlijkheden, leefden zij naar het goeddunken van hun hart.
In de 14e eeuw ontwaakte dit „onbewust heidendom" tot zelfbewustzijn. Deze ontwaking draagt de naam van „Renaissance" d.i. Wedergeboorte. Onnodig te zeggen,
dat dit een schone Bijbelse naam is voor een goddeloze zaak en dat deze wedergeboorte wel de tegenstelling mag heten van die waarvan de Heere Jezus spreekt tot Nicodemus als noodzakelijk, om in het Koninkrijk Gods in te gaan.
In deze Renaissance ligt de wortel van de zgn. „Verlichting".
Er stonden mannen op, die het openlijk uitspraken, dat zij zich in de Christelijke levensbeschouwing, die de mens vernedert en God verheerlijkt, niet meer thuis voelden.
Ook zij zagen de tegenstelling tussen leer en leverdie bij velen in de Kerk duidelijk tot openbaring kwam. Zij wilden terug naar de Autonomie d.i. de zelfregering van de mens. Hun bekoorde het heidense Grieks-Romeinse denken, de kunst der ouden.
Van meet af vond deze beweging grote aanhang, vooral onder de hogere standen, zelfs onder de pausen. Alles bleek binnen de grenzen der Kerk mogelijk. Daarom braken deze mensen formeel niet met het instituut der Kerk.
In de 16e en 17e eeuw is de Renaissance een zeer belangrijke, aan invloed toenemende nevenstroom van de Reformatie geweest, die op meer dan een levensterrein zijn stempel drukte en de band tussen kerk en cultuur steeds losser maakte.
Vooral over de wetenschap heeft de Renaissance getriumfeerd.
En toen Copernicus ontdekte, dat de aarde niet het middelpunt van het heelal was; Kepler wetten vond in betrekking de loop der planeten; Newton de zwaartekracht ontdekte — toen maakten deze ontdekkingen zulk een indruk, dat zij aan velen een haast onbegrensd vertrouwen gaven in de rede, in het menselijk verstand!
Nog veel meer moet dat verstand kunnen!!
Deze gedachte voerde steeds verder af van kerk schriftgezag. en
De losmaking van de mens uit dit verband, een proces, dat plm. 1700 tot openbaring kwam, was eigenlijk in stilte al minstens 4 eeuwen aan de gang.
Te gemakkelijker won het veld, doordat de kerk door godsdienstoorlogen en twisten aan innerlijke kracht verloor.
Renaissance, Humanisme, Rationalisme, ziedaar de uit elkaar voortvloeiende geestesbewegingen, die alle tot doel hebben: Aanbidding en verheerlijking van ds mens, als vrucht van de in het Paradijs begonnen vijandschap tegen God, met het doel: God van de troon te stoten en die zelf te beklimmen en eindelijk het: „Ni Dieu ni maitre" uit te galmen.
Wij willen onszelf zijn, terwijl nochtans Zondag 1 van onze Cat. ons leert, dat de enige troost in leven en in sterven daarin bestaat, dat ik niet mijns, maar mijns getrouwe Zaligmaker Jezus Christus eigen ben."
Reeds in de 14e eeuw verhief Savonerola zijn machtige stem tegen de bandeloosheid van het leven en de minachting van het Christendom, die vooral ook aan het hof van de Medicis te Forence tot openbaring kwam.
Maar er was geen kracht om te wederstaan. In de 16e eeuw heeft de kerk dit proces nog weten te onderdrukken door de kracht van de Reformatie.
In de 17e eeuw trad tengevolge van de weelde algemene verslapping in. een
In de 18e eeuw ontglipte aan de kerk de heerschappij over het publieke leven.
Van toen af ging de Kerk een leven leiden naast dat van de grote politieke beslissingen. Van heersend werd ze nu geduld, hoogstens nog bevoorrecht.
HET WEZEN DER VERLICHTING, is een geest
van onbegrensd vertrouwen in de menselijke rede. Het verstand zal de weg wijzen naar een gelukkige toekomst. „Verlichting" is de gangbare vertaling van het .Duitse woord „Aufkl& rung."
Men kreeg het gevoel nu pas op eigen benen te staan. Daarom zou alles beter en gelukkiger worden.
Wel wilden de meesten de Goddelijke openbaring niet geheel verwerpen, maar haar betekenis zonk toch in het niet bij het verstand, dat nu de geheimenissen der wereld beloofde te ontsluieren.
De mannen van de Verlichting bedachten nu ook een godsdienst naar hun dwaasheid, d.w.z. zij pasten de denkbeelden der Verlichting op de godsdienst toe.
aan-Als NATUURLIJKE GODSDIENST werd deze gediend.
God, deugd en onsterfelijkheid zijn daarvan de grondbegrippen.
Hun dorre zedenleer draaide om de denkbeelden: geluk, nut, deugd en loon.
Voor Jezus had men grote eerbied, maar voor Hem was geen andere plaats in hun stelsel, dan als Leraar en Voorbeeld van ware deugd. En de meesten meenden in ernst, dat deze „van zijn wortel afgesneden plant" aan het Christendom de zuiverste vorm gaf.
Aan de Reformatie is het middellijk te danken, dat dit soort heidendom geen twee eeuwen eerder zijn onwederstandelijke bekoring op de leiders van het publieke leven ging uitoefenen.
Maar in de 18e eeuw was het helaas zover!
Reeds in de 17e eeuw werden de beginselen der Reformatie door humanistische gedachten vertroebeld. En tot op vandaag is dit Humanistisch-Rationalisme de levensbeschouwing van elk onwedergeboren mens, die naar uiterlijke beschaving vraagt, zonder inwendige wedergeboorte. Die het niet nodig oordeelt, dat eerst de boom zal worden goed gemaakt, willen de vruchten goed zrjn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1950
Daniel | 12 Pagina's