Toekomst
De vorige keer schreef ik over „tijd." Tijd is toch eigenlijk een wonderlijk ding. Grote geleerden en vele wijsgeren uit oude tijden — denk maar aan Augustinus — hebben hun verstand bijna stuk gedacht om dit probleem te doorgronden. Wat er over het wezen van de tijd zoal gezegd en geschreven is, is voor onze kleine verstanden dan ook haast niet te vatten.
Tijd houdt in zich: verleden, heden en toekomst. Als we „heden" zeggen is het eigenlijk al geen heden meer, dan is het reeds verleden geworden! Wij realiseren ons dat vaak niet, maar toch is het zo. „Wij vliegen daarhenen" zo luidt het in de negentigste Psalm. Niet de tijd, maar „wij" vliegen staat er.
De tijd is niet van ons — er wordt ons tijd gegeven. David had daar wat van geleerd. In Psalm 31 belijdt hij: „Mijn tijden zijn in Uwe hand." Daarmee schakelt hij de Tijdgever in voor al zijn lotgevallen, voor zijn gehele levensloop en dus ook voor de toekomst.
Toekomst is een woord, dat aanduidt, dat er iets toekomstigs is, dat er iets naar-ons-toe-komt. En dat naar-ons-toe-komende ligt in het duister gehuld, er hangt een sluier voor. Wij trachten wel die sluier op te lichten, die duisternis te doorboren, maar het gaat niet. Dat is gelukkig. De Heere heeft dat in Zijn wijze raad voor ons verborgen. Als wij allen te voren wisten, bv. welke rampen ons zouden treffen, zouden wij niet kunnen leven en moedeloos worden. En als we wisten veel voorspoed te hebben, zouden we ons maar verheffen.
Men zegt — en terecht — dat de toekomst donker is. De horizon van ons gezichtsvermogen tekent zich af in oorlogsdreiging en in allerlei gevaar, vanwege de beroering der volken. En al wordt het geen oorlog — God verhoedde het genadiglijk — we leven in een onvaste, onberekenbare tijd, waarbij geen „zicht" in de toekomst is. Nietwaar, we zouden zo gaarne goed zicht willen hebben, om maar zéker te zijn van ons maatschappelijk bestaan!
Wat is er zeker, in deze decadente tijd ? Niets. Eigenlijk is nooit iets zeker, (dan alleen de dood) maar vroeger ging het leven toch meer in geordende banen. Moesten onze jonge mannen in miltaire dienst, dan was het hoogstens voor een jaar, maar nu moeten ze voor lange tijd de wapenrok aantrekken. Daarbij is dan weer dat onvaste en onzekere: wat zal cr zich in die tussentijd voordoen? Wat komt er van de studie terecht en waar blijft mijn mooie betrekking? Zo zouden er tientallen voorbeelden zijn te noemen. Ik denk bijvoorbeeld ook aan de jongelui die al jaren verkering hebben en gaarne een gezin zouden willen vormen, maar met de beste wil van de wereld geen woning kunnen krijgen. Onder op de lijst van gegadigden en alle pogingen vruchteloos. En dan de nijpende duurte, die het leven steeds beklemmender maakt.
Toekomst? Het lijkt voor jonge mensen soms of alles in het negatieve ligt. En toch, de toekomstverwachting behoeft niet hopeloos te zijn. Wie los leeft van het Woord Gods en van Zijn dienst is een pure fatalist, het noodlot beschikt over hem, er gebeure wat er gebeurt ik zal maar zien hoe het loopt! Zo spreken zij. Dat is hopeloos! Maar wie waarlijk leven wil naar dat Woord, zal zich in de benauwdheid der tijden, daaraan te meer vastklemmen en zich in onderworpenheid schikken naar Gods Voorzienig bestel. Hij toch voert de wereld volgens een vastomlijnd plan naar een zeker doel en einde. In dat besef, diende er bij ons voortdurend een haasten en spoeden te zijn, om in het tijdsbestek tussen verleden en toekomst waarin wij leven, geborgen te worden in Hem, die komende is, om de wereld te louteren. Geen rust mocht gevonden worden onder het hol onzes voets, eer het zover met ons is.
Een heilstaat op aarde wordt het nooit. Dat is de dwaze toekomstverwachting der communisten, die met deze zwijmelwijn de volkeren der aarde verleiden. „Het" paradijs komt eerst bij de wederkomst Christi. Door Zijn parousie, wordt de geschiedenis beheerst. Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Wie daarop verwachting mag hebben, door vrijmachtige genade, zal bij tijden hoop hebben en het hoofd uit de gebreken omhoog heffen.
Béter wordt het niet op de wereld. Laten we dat nooit denken. Die verwachting faalt. We zijn op reis, We gaan ergens naar toe en er komt iets naar ons toe. Dat wc bij onze toekomstplannen en toekomstverwachtingen daar altijd rekening mee houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1950
Daniel | 12 Pagina's