JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde

5 minuten leestijd

(25.)

P. C. Hooft. Nederlandse Historiën. III.

Nog eenmaal gaan we in gedachten het Muiderslot binnen. Als we nü de slotpoort uitkomen, kijken we op de fortificaties, die voor een groot deel in 1672 werden aangelegd. In de tijd toen Hooft er woonde, strekte zich hier de tuin van het kasteel uit. Links stond een zeshoekig tuinhuis, het „Torentje" genoemd. Meestal bevond Hooft zich daar als hij schreef. Bijgevolg zullen daar de voornaamste historiewerken zijn ontstaan. Vondel tenminste dichtte:

„Somtijds kiest ge 't zeskant huiske Voor uw afgescheiden kluiske, En zijt in deze eenzaamheên Nimmer min dan dus alleen."

Vondel bedoelde: ge zijt daar met uw boeken, die u gezelschap houden.

Laten we even binnen stappen. Daar zit de Drost van Muiden, gebogen over papieren en boeken. Als hij even opkijkt, valt het ons op, dat zijn gezicht niet zo vol is, maar dat op zijn wangen een gezonde kleur ligt. Zijn bruine ogen getuigen van schranderheid. Op de brede, platliggende halskraag rust het donkerblonde puntbaardje. Als hij ons aanspreekt, klinkt zijn stem vol en krachtig.

We zijn echter niet gekomen om met hem te spreken: we kijken naar de geschreven bladen op de schrijftafel.

„Wat een geknoei, " zeggen we op het eerste gezicht. „Daar kunnen we nooit wijs uit."

Ja, we moeten eerst wat wennen aan de letters. Zie je wel de wonderlijke h's, en de grote uithalen aan de d? Dikke doorhalingen maken het blad tot een klodderboel. Ook aan de spelling moeten we gewoon raken. En dan... ja, dan lezen we de afgrijselijke geschiedenis van de onthoofding van Egmond en Hoorne. 't Is of de Drost er heeft bij gestaan.

Hoor maar:

„Hij (d.i. Egmond) was gekleed in een tabbaard van rood damast, een zwart manteltje daar over, en dat met goud geboord. Op 't hoofd had hij een hoed van zwart armozijn 1 ), met zwarte en witte pluimen; een neusdoek in de hand; de bisschop aan zijn zijde: werd gevolgd van Juliaan Romero en Jeronimo de Salinas, rouwdragende over 't stuk, waaraan zij zelf handdadig waren. Onderwege las hij de 51ste Psalm en klom alzo de trappen van 't schavot op. De Geweldige2) van 't hof, bijgenaamd Spelle, zat daar voor, te paard, met zijn rode roede in de hand; luttel denkende, dat hem smadelijker dood beschoren was^). De beul stond er onder verholen. De Graaf, boven gekomen, deed een keer of twee over en weder, slakende een wens, om in de dienst zijns vaderlands en Landsheren te mogen sterven. Daarna nog (zo vlaait de hoop van 't leven) vraagde hij Juliaan Romero, of er geen genade was. Die frok 't hoofd in de schouders, met een neen, als waar het hem leed geweest. Alstoen, der toorne nader, dan de versaagdheid, beet Egmond op zijn tanden; en mantel en tabbaard uitschuddende, viel met de knieën, op een van de twee zwartfluwelen kussens, die daar geleid waren. De Bisschop holp zijn gebed: en reikende een zilveren kruis van een tafeltje, gaf 't hem te kussen; en zijn zegen daarnevens. Toen rees de Graaf overeind, smeet de hoed en snuitdoek ter zijde, knielde anderwerf, op het kussen, trok een mutsken over zijn ogen, wenkte de Bisschop dat hij week, en roepende, met gevouwen handen „Heere, in Uwe handen beveel ik mijn geest, " vlijde zich tot de slag; die van de scherprechter, fluks opgetreden, gegeven werd, en hem niet bet door de hals, dan de omstanders in 't hart sneed.

De Franse gezant, aanschouwende uit een heimelijke plaats, dus deerlijk een vertoning, liet (zo men zei) zich horen, dat hij daar 't hoofd zag vallen, 't welk tot twee malen toe, heel Frankrijk had doen beven. De droefheid, het misbaar bij de burgerij bedreven, was onuitsprekelijk: en 't jammerd' er al, tot zelfs de Spaanse soldaten toe, die de tranen uit de ogen sprongen.

Over lijk en bloed werd zwart laken gespreid. Terstond hierna kwam de Graaf van Hoorne, gaande even vrij als Egmond, maar met zwarte mantel en bloten hoofde, door 't volk. Zich op 't schavot vindende, beleed hij Gode de menigvuldigheid zijner zonde; en, wensende de omstanders alle voorspoed, verzocht, dat zij hem hielpen bidden. Bekentenis van schuld tegen de koning weigerde hij te doen, in dier wijze, als 't hem gevergd werd. De kragen van zijn wambas en hemd waren al mede afgesneden. Zulks hij, hebbende niet dan zijn mantel afgeleid, met de knieën op het kussen Zitten ging, en, zich blindende met een wollen bonet^) met dezelve woorden als Egmond, doch in 't Latijn, vt zwaard verwachtte; en de dood ontving. De rompen, gekist, bleven op 't schavot de hoofden verbeiden, die, twee uren, op staken en ijzeren pennen aldaar geplant, ten toon stonden. Daarna hielden de geestelijken en grote gilden de uitvaart; statelijker over Egmond, als die Roomser gestorven scheen. Zijn lijk werd naar Zotteghem, in Vlaanderen: des Admiraals naar de Kempen gevoerd, en daar begraven. Het wapen, geslagen, met de standaard, en andere praal der adellijke rouw, aan 't huis van Egmond, werden, door bevel van Alva, dadelijk afgenomen. En dusdanig was 't eind van Crave Lammoraal van Egmond, Prins van Gavere, de rijkste der Hollandse Ridderschap.

INDEX.


1) dure zijden stof.

2) opziener der gevangenis.

3) werd later op Alva's bevel opgehangen.

4 ) muts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1950

Daniel | 12 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1950

Daniel | 12 Pagina's