JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jacobus Trigland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jacobus Trigland

4 minuten leestijd

do

Onze vaderen uit de eerste helft der 17de eeuw worden door Dr Rogge op de volgende wijze getekend: „Welk een fierheid en kloekheid, w? elk een zekerheid en overtuiging in houding en gebaren, in de uitdrukking van het gelaat, in de opslag der ogen! Staatslieden en predikanten, burgers en geleerden, ze wisten wat ze wilden; zij transigeerden (schipperden) niet, maar gingen met vaste tred op hun doel af." Aan deze schildering beantwoordt ook het karakter van Jacobus Trigland, wiens leven we nu wensen te behandelen. Ook hij was een man, die niet schipperde en wist, wat hij wilde.

22 Juli 1583 werd hij te Vianen geboren. Zijn vader, Cornelis Trigland, behoorde tot een aanzienlijk geslacht en gaf onderwijs aan de Latijnse school te Gouda. De oorspronkelijke geslachtsnaam was „Drie eikels". Zeer waarschijnlijk heeft Cornelis Trigland aan zijn naam de Latijnse vorm van Trigland gegeven. De oorzaak van de verhuizing van het gezin Trigland naar Vianen is niet bekend.

Dr Ter Haar vermoedt, dat de troebelen te Gouda hiervan de oorzaak zijn. In Vianen werd Cornelis Trigland bierbrouwer; een bedrijf, dat zowel in zijn eigen familie als in de familie van zijn vrouw (Anna Gerards) veel werd uitgeoefend. (In de tweede helft der 17de eeuw telde Gouda 126 bierbrouwerijen.)

Trigland's ouders waren zeer gehecht aan de Rooms-Katholieke kerk. Hoewel in Vianen geboren, heeft Jacobus Trigland niet lang daar gewoond, want met het oog op zijn latere vorming, ging hij naar Gouda en woonde daar in bij zijn tantes en zijn grootmoeder van vaderszijde.

Deze dames waren nog zeer aan het roomse geloof gehecht en hoopten vurig, dat een der mannelijke leden van de familie zich zou wijden aan de dienst der Rooms-Katholieke kerk.

Daartoe was hun hoop gevestigd op de bij hun inwonende Jacobus, omdat hij levendiger was en een beter geheugen had dan zijn oudere broer Wouter. Jacobus bezocht de Latijnse school te Gouda, waar toen Fraudenius rector was, die er ook al hoofd was, toen zijn vader daar nog les gaf.

Toen Jacobus 14 jaar oud was, werd hij naar Amsterdam gezonden en daar aan de zorg van enige priesters toevertrouwd en tevens onderwezen in de dogmatiek der roomse kerk. In Amsterdam bleef hij tot het einde van 1598, en vertrok toen naar Leuven.

In 1581 was cr echter een Staatsverbod uitgevaardigd, dat geen Nederlander aan een hogeschool, binnen het gebied van de koning van Spanje gelegen, mocht studeren. Om nu dit verbod te ontduiken nam hij een andere naam aan en werd hij als Jacobus Triballenius ingeschreven aan de academie te Leuven. Toen hij in Leuven kwam, was hij nog een trouw zoon der kerk. Een van zijn tijdgenoten, die de roomse kerk altijd trouw is gebleven, schrijft: „Terwijl ik daar (te Leuven) was, studeerde daar ook Jacobus Triballenius, met welke ik zeer familiaar was, eensdeels mitsdien hij naarstig was in studie, en ten andere ik niet anders kon bemerken, of hij was zeer godvruchtig.

Als wij met elkander gingen wandelen buiten de stad op de dorpen, onderzochten wij dan, wie de Patronen daarvan geweest hadden en haar deugden verhaalden wij dan, vermoeid zijnde van gaan, vielen wij op onze knieën en zongen de litanie van alle Gods heiligen."

Uit het hier aangehaalde blijkt wel, dat Jacobus een zeer godsdienstige jongen was, maar ook was hii een ijverige knaap, want onder 127 studenten wist hij de veertiende plaats te verwerven. De eerste jaren studeerde hij te Leuven filosofie en deze studie heeft een onuitwisbare stempel op zijn gehele persoon gedrukt. In die dagen werden de werken van Augustinus aan de Leuvense hogeschool nog bestudeerd. Eerst in 1602 (toen Trigland dus al 4 jaar student was te Leuven) werd de bestudering van Augustinus' geschriften verboden, op aandrang van de Jezuïeten. Ook Trigland is met Augustinus' werken bekend geworden en deze hebben een diepe indruk op hem gemaakt. Toen Trigland dan ook aan de studie der theologie begon en de werken van Thomas van Aquino ging bestuderen, schrok hij. Vooral de wijze waarop de ketterse gevoelens weerlegd werden, bevredigde hem niet. Hij vond, dat men daarbij te veel steunde op menselijke getuigenissen, in plaats van op het Woord van God, waarop de ketters zich altijd beriepen. Nu ging hij de werken van Bellarminus, die al de ketters van zijn tijd had bestreden, bestuderen. Doch ook nu vond hij niet, wat hij zocht. Integendeel, hij gevoelde zich steeds meer onbevredigd en verontrust dan ooit te voren.

Enige tijd later bracht de verdediging van enige stellingen over de verdiensten zijn ziel nog meer in opstand. Deze leer achtte hij niet in overeenstemming met de christelijke nederigheid en met Gods Woord. De leer van de verdienste der goede werken deed hem tenslotte de roomse kerk verlaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1950

Daniel | 12 Pagina's

Jacobus Trigland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1950

Daniel | 12 Pagina's