Van het Zendingsveld
(46.)
Judson. Zijn jeugd.
Over Willem Carey, de vader der nieuwste zending, zijn in deze rubriek een zestal artikeltjes geplaatst. Een zoon van Willem, Felix Carey, werd in 1808 dooide Engelse Baptisten uitgezonden naar Birma. Felix was dokter en als geneesheerzendeling zou hij nuttig werk kunnen verrichten. Genade is echter geen erfgoed. In de hoofdstad van Birma (Rangoon) ging Felix zich vestigen, maar van zending onder de Boeddhisten daar kwam bitter weinig terecht. Vader Willem had grote dingen in Brits-Indië tot stand gebracht, en wellicht werd gedacht, dat Willems zoon het werk zou voortzetten, maar die som kwam niet uit. Zendelingen maken gaat nu eenmaal niet. De Heere roept wonderlijk mensen, die aangevuurd worden door een ontembare drift om het Evangelie te brengen op plaatsen waar het nimmer werd gehoord. God bekwaamt zulke mensen, en verleent ze grote gaven voor het uiterst moeilijk werk. Neen, met Felix ging het niet. En toch zou in Birma Gods Woord worden gehoord. Daar zou de Heere voor zorgen. Hij zou iemand er heen zenden uit Amerika. Deze man zou zijn Adoniram Judson.
De 9e Augustus 1788 werd Judson geboren te Malden in de staat Massachusetts. Van zijn prille jeugd kwam Adoniram onder de beademing van Gods Woord. Wat een weldaad, om van kindsbeen onderwezen te
mogen worden in de Leer, die naar de godzaligheid leidt!
Vader Judson was leraar bij de Congregationalisten, één van de vele groepen vrije kerken, die zich van de Staatskerk hadden afgescheiden.
Adoniram was heel vlug in 't leren. Er wordt verteld, dat hij al in de Bijbel kon lezen, toen hij pas drie jaren oud was. Op vierjarige leeftijd speelde hij „kerkje." Hij stond dan op een stoel en „preekte" voor zijn kameraadjes. Er wordt dan wel gezegd: „Dat jongetje zal nog dominee moeten worden." Dit komt niet steeds uit. Hoeveel kinderen bootsen de ouderen niet na! Wat spelen kinderen vaak schooltje. En toch, er is niet zo'n overvloed van onderwijzend personeel. Bij één leraar uit onze gemeenten is het wèl uitgekomen. Misschien nog wel bij anderen ook, maar dat is mij niet bekend.
Bij Judson zou het spel later werkelijkheid worden.
Als jongeling zat hij geregeld met zijn neus in de boeken. Wat zou men hem anders laten doen dan studeren? Verschillende scholen werden bezocht en het ging met de studie heel best. Op zeventienjarige leeftijd was hij voorlopig uitgestudeerd en kwam hij weer thuis in de pastorie. Prachtige rapporten en uitstekende getuigschriften kon hij zijn ouders tonen. Maar hij toonde ook iets anders, dat minder mooi was. Adoniram was veel veranderd. Hij was trots en zag zich in de toekomst staan als beroemd redenaar, waar iedereen over zou spreken. Deze luchtkastelen bouwen vele jongelingen en in de regel gaat bij het in duigen vallen van die gedroomde gebouwen de trotsheid wel weg. Dat zou bij Judson ook wel vanzelf terecht komen, maar... en dat was het ergste: de jongeman was ongelovig geworden. En dat werd niet onder stoelen en banken gestoken, maar hij kwam er openlijk voor uit.
Een grote teleurstelling voor de ouders. Eensdeels blij met de mooie resultaten van hun zoon, maar anderdeels bedroefd over de afval. Wat deed vader Judson zijn best om Adoniram tot andere gedachten te brengen! Helaas, al praat je in zulke omstandigheden als Brugman, het lukt zo zelden om het diepingewortelde ongeloof te ontzenuwen. Ook moeder Judson deed er het hare bij. Zij kon niet zo spreken als haar man met wóórden, maar haar tranen spraken duidelijk, hoe erg ze het vond. En die tranen zouden eerder het hart breken dan al de argumenten van vader.
Toch, als de Heere er niet in meekomt, dan helpen de middelen niet. Nochtans moeten de middelen aangewend.
Adoniram zag wel in, dat het zó met hem niet kon blijven, maar hij ging met zijn presenten door. Onder vrienden lachte hij de indrukken weg en op reis zou hij de taal van thuis wel vergeten.
Als de Heere echter werkt, wie zal het dan keren? Zulke wijze wegen gebruikt Hij!
Op zekere avond kon de jeugdige Judson niet meer thuis komen. Hij zou in een dorpsherberg moeten overnachten. Er was gelukkig nog één kamer over, maar naast die kamer lag een man op sterven. Er zou dus van slapen niet veel komen. Dat zou echter wel gaan, dacht Judson; wat gaf hij om een onbekende stervende man? Iedereen moet sterven en dood is immers dood, zo poogde hij zich wijs te maken.
Wat werd het een benauwde nacht! Verschillende geluiden uit het aangrenzend vertrek drongen duidelijk door tot de kamer van Judson. Geloop en gepraat, maar ook kermen en zuchten werden gehoord. Hoe vreselijk, het aanhoudend angstige gejammer te horen van iemand, die aan de oever des doods verkeert! Wat drong alles diep in het hart van Adoniram! Van slapen kwam niets.
De volgende morgen vernam Judson, dat de man 's nachts was overleden. „Wie was het? " vroeg Adoniram. De herbergier zei de naam van de gestorvene en noemde de plaats waar hij vandaan kwam. En o, wat een schrik! 't Was of Judson door de grond ging. De overledene was een studiegenoot van Judson. Ze hadden lange tijd met elkander omgegaan. Samen waren ze het geloof uit hun kinderjaren kwijt geraakt. Beiden stonden ze bekend wegens hun ongelovigheid.
Nu begon er iets te roeren in het hart van Judson. Nu kwamen al de jammerklachten van deze nacht weer terug in zijn oren. Was dat zijn vriend, die zo had gekermd en zo angstig had geroepen? En nu was hij dood! Nu was zijn tijd voorbij. In ongeloof was hij gestorven. Verloren was hij, voor eeuwig verloren.
Vanaf dat ogenblik hadden vader en moeder Judson geen werk meer om Adoniram van de verkeerde weg af te brengen. God had het gedaan. De jongeling begon te zoeken naar de waarheid, en het duurde niet lang, of hij werd ingeschreven als student in de theologie.
M. NIJSSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1950
Daniel | 12 Pagina's