Zijner handen werk
(6.)
Hebben we ons tot nog toe bezig gehouden met de dag en de nacht in het Oosten en de verdere verdelingen daarvan, thans wordt het tijd, om de verdere Oosterse
Tijdsindeling
te gaan behandelen.
Voordat wij daarmede beginnen, stellen wij uitdrukkelijk vast, dat de tijdsindeling van Goddelijke oorsprong is. Bij Hem is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag. Hij heeft de mens doen leven in de tijd en de regeling van die tijd vastgesteld; bij de schepping reeds wordt het licht dag en de duisternis nacht genoemd. Hierbij bleef het niet, maar de eerste aanduiding voor de kalender wordt gegeven: En God zeide: at er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag-en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren" (Gen. 1 : 14). Hier worden dus dagen en jaren aangewezen, maar ook de jaargetijden, zaaitijd, oogsttijd enz.
Als middelen, zichtbaar voor de mensheid, worden de hemellichamen gesteld. „Die met verstand den hemel schiep, die de grote lichten maakte, de zon tot heerschappij bij dag, de maan en de sterren tot heerschappij over de nacht." (Zie Ps. 136)
Hoe dikwijls nu worden de hemellichamen niet in de Bijbel gebruikt, als symbolen van Gods eigenschappen enz. De dichter van Ps. 89 schouwt de vastigheid van Gods trouw, elke dag weer, iedere avond opnieuw in de loop der hemellichten „De hemel, die wereld der verre en hoge dingen, heeft de ervaring, dat God degene is, die stand houdt in zichzelf, die de wil en het vermogen heeft zichzelf te blijven." (Noordtzij.)
Zon en maan zijn in hun duurzaamheid een beeld van Gods eeuwig bestaan, van Zijn onveranderlijkheid en sterkte. Geen macht ter wereld kan Hem uit Zijn positie rukken; de mens kan op Hem aan. „Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden gelijk de maan (Ps. 89 : 58.) Ja, bevestigd gelijk de maan. Zo is de heerschappij van de Vredevorst. Sedert duizenden van jaren hebben soldaten, boeren, vissers en zeelieden om goede redenen de maan langer en oplettender gadegeslagen dan de kamergeleerden en allen kennen haar invloeden en krachten toe" (Bettex.)
De wereldzee, die vijf zevende van de aarde bedekt, gehoorzaamt dagelijks aan de vloedverwekkende kracht van dit bleke gesternte: eb en vloed worden in hoofdzaak door de maan veroorzaakt met zo grote nauwkeurigheid, dat ze op de minuut precies berekend kunnen worden. „Bevestigd als de maan." Zo vast is het rijk van Christus.
Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden (Ps. 104 : 19.) Met altoos gelijkblijvende wetmatigheid volgen elkaar op: ieuwe maan, eerste kwartier, volle maan, laatste kwartier. „Zo doorliep deze wachter der aarde alle eeuwen door haar baan met vaste, onveranderlijke trouw. Alle geslachten der aarde hebben haar regelmaat ervaren. De volken hebben de tijden naar de maan ingedeeld. Eeuw na eeuw hebben de mensen naaide maan gestaard. Geslachten bloeiden en vergingen. De maan, die vandaag bleek schijnt boven de wieg, straalt morgen koel boven het graf. Machtige rijken op de wereld zijn gekomen en vergaan. Menselijke bouwwerken zijn tot puin en gruis geworden. Spinnen weven webben in vervallen paleizen, uilen zijn schildwachten geworden in de bouwvallen der burchten. De pracht van Ninevé is vergruizeld, de heerlijkheid van Babel is vergaan, de grootsheid van Tyrus is tot niets geworden — maar de maan schittert nog steeds; zij werpt haar glanzen op de ruïnes, zoals zij het voor eeuwen deed op de grootse bouwwerken. In al de eeuwen is de maan nooit in haar loop gestuit, nooit in haar schijnsel verzwakt, nooit in haar loop verstoord." (Dr v. Deursen), want God staat er achter. Zijn Rijk is duurzaam als de zon, zo glansrijk als haar stralen, maar bevestigd gelijk de maan.
De zon bepaalt door haar opgang en ondergang dag en nacht, zomer en winter.
De maan is „koningin der nacht."
Morgen-en avondster regelen begin en einde van dag en nacht, terwijl de sterrebeelden dienstig zijn voor plaatsbepaling te land en ter zee.
Hoe duidelijk komt „Zijner handen werk" uit bij deze majestueuze grootheden. Mogen wij met ontzag in tegenstelling daarmee maar steeds onze eigen kleinheid en nietigheid beseffen.
Nogmaals stellen wij uitdrukkelijk vast, dat de tijdsindeling, hoe dan ook, van Goddelijke oorsprong is. Het bovenstaande heeft dat duidelijk aangetoond.
Dt-kalender.
Van oude tijden af heeft de mens behoefte gevoeld aan een kalender. In China schijnt 2000 j. v. Chr. reeds een kalender in gebruik te zijn geweest. Chaldeeën, Assyriërs en Egyptenaren hadden ze ook. De meeste van die oude kalenders waren gebaseerd op de dag, de maan-maand en het zonnejaar als eenheden. Alleen de Egyptenaren rekenden met sterrejaren.
De oude Griekse kalender was gebaseerd op zon en maan. Iedere maand begon met volle maan.
De Romeinse kalender had twaalf maan-maanden. Daarna kwam de Juliaanse kalender en vervolgens de Gregoriaanse (uitvinding van paus Gregorius XIII in 1582), die we nu nog hebben. Deze heeft echter bezwaren en daarom wil men komen tot een „World Calendar", in te voeren door de United Nations. Daar dit valt buiten het bestek van deze artikelen, zullen we er verder over zwijgen.
Dit kleine uitstapje was nodig, om aan te tonen, dat er de eeuwen door kalenders in gebruik geweest zijn en zo komen we tot de
Joodse kalender
Deze was van veel belang, omdat daar de data der feesten van afhingen.
Het kardinale verschil tussen onze Gregoriaanse kalender en de Joodse, zit hem hierin, dat de onze gebaseerd is op de zon en met de maan niets te maken heeft en de Joodse gebaseerd is op de maan. Dit verschil moeten we nu goed in het oog houden om verschillende Bijbelse uitspraken goed te kunnen begrijpen bv. 1 Sam. 20 : 18: aarna zeide Jonathan tot David: orgen is het de nieuwe maan enz. Dat heeft dus betrekking op een bepaalde Joodse kalenderdag. Zie ook Num. 28 : 14.
Het Israëlietische jaar was en is dus een maan-jaar en het onze een zonne-jaar. Wat is het verschil? Het zonnejaar is de tijd, die de zon nodig heeft, om van een bepaald punt uit om de aarde te gaan tot ze datzelfde punt weer heeft bereikt. Dat duurt ongeveer 365% dag. Dit tijdperk wordt dan verdeeld in 12 volkomen willekeurige stukken, die maanden genoemd worden, maar die mej; de maan niets uitstaande hebben. Waarom heeft bv. Januari 31 en Juni 30 dagen? Evengoed zou het andersom kunnen zijn. Het totaal der dagen moet echter 365 % zijn.
Het maan-jaar daarentegen is gebaseerd op echte maanden, d.w.z. dat de maanden van de Joodse kalender werkelijk met de maan te maken hebben. Een maan-maand is nl. de tijd, die de maan nodig heeft om zich eenmaal om de aarde te bewegen tot een bepaald punt van uitgang. Dit duurt ruim 29 dagen, om precies te zijn 29 dagen, 12 uren en ruim 44 minuten. We zullen hopen, dat het zo duidelijk is. Nu zullen we dit toepassen op de praktijk van de Bijbel. Dat het Israëlietische jaar een maan-jaar is, blijkt uit Ps. 104 : 19: ij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden.
Verder wijst God de eerste maand aan in Ex. 12 : 26: Zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. De Joden vertalen deze tekst als volgt: Deze vernieuwing is voor u het begin der maanden, de eerste zij ze voor u van de maanden van het jaar." Nu willen zij wel, dat hierin opgesloten ligt, hoe God zelf aan Mozes getoond zou hebben, hoe hij uit de sikkel van de nieuwe maan het begin van de maand moest bepalen.
Op de 15e dag van deze eerste maand moest het Paasfeest gehouden worden, op de 10e van de zevende maand de Grote Verzoendag (Lev. 23 : 27) en op de 15e van de zevende maand moet het Loofhuttenfeest beginnen.
In Ex. 23 lezen we, dat de eerste maand arenmaand moet zijn, het feest der eerstelingen moet vallen in de maaitijd en het Loofhuttenfeest komt aan het einde van de oogsttijd (Deut. 16 : 13.) Nu komen de moeilijkheden weer. Immers de dagen van zaaien en oogsten vallen ieder jaar op ongeveer hetzelfde tijdstip (afhankelijk van de zon en niet van de maan). Een maanmaand is echter maar 29% dag lang, dus een maanjaar (12 maanden) is korter dan 365 dagen. Wanneer we ons dus enige jaren achtereen aan maanjaren houden, dan zou de 15e dag van de zevende maand (Loofhuttenfeest) niet meer vallen aan het eind van de oogst, maar midden in de groeitijd. Zo doorgeredeneerd zou er ook in de eerste maand onmogelijk gezaaid kunnen worden, omdat het weer er dan niet geschikt voor is. De eerste maand zou dus steeds vroeger in het jaar vallen. Om deze moeilijkheid uit de weg te ruimen, moet er dus voor gezorgd worden, dat er zoveel maanmaanden tot een jaar worden samengevoegd, dat elk dezer maanden telkens weer op dezelfde tijd valt. Anders gezegd: r moet zoveel mogelijk overeenstemming komen tussen maanjaar en zonnejaar. Om dit te krijgen, heeft men jaren van 12 maanden, maar zo nu en dan een jaar van 13 maanden. Deze dertiende maand wordt dan schrikkelmaand genoemd. In een periode van 19 jaar komen 12 jaar van 12 maanden en 7 jaar van 13 maanden. Het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en 19e jaar hebben dan een extra schrikkelmaand. Moeilijk? 't Valt nog wel mee, als men maar met verstand leest en zich goed realiseert wat men leest. Met deze kalender heeft de Heere steeds gewerkt met het oude bondsvolk.
De Joodse jaartelling verschilt momenteel heel wat van de onze. In 1949 wees de Joodse kalender het jaar 5709 aan.
Doorgaans worden in de Bijbel de namen van de maanden niet genoemd. Veelal is er sprake van le, 2e, 3e maand enz. Toch hadden ze wel een naam, die ook in de Heilige Schrift wel voorkomen. Hieronder zullen we ze noemen met het aantal dagen en met de overeenkomstige tijd van onze kalender.
Opm.:1. Dat de 8e en 9e maand 29 of 30 dagen hebben, komt, omdat de maanomloop niet precies 29 dagen is (zie hierboven.)
2. Adar sjeni is de maand van het schrikkeljaar.
3. De vergelijking met onze maanden is bij benadering aangegeven.
4. Van de 4e en 5e maand zijn de oude namen niet bekend. De moderne namen zijn resp. Tammoez en Ab.
5. Nu begint de Joodse kalender met de maand Ethanim.
W. VAN DIJK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1950
Daniel | 12 Pagina's