Van het Zendingsveld
(45.)
J. T. v. d. Kemp. Einde.
Hoe vaak was Van der Kemp terneer geslagen, wanneer hij merkte, dat zijn ideeën zo weinig ingang vonden: de Hottentotten hebben evenveel rechten als de Boeren; zwarten en blanken staan gelijk. Zou de zendeling mis zijn? Was het geen idee fixe, dat hij nastreefde? Maar neen, dat kon niet. Zie, daar slaat hij Zijn Grieks Nieuw-Testament open. Altijd draagt hij dit bij zich. Het is goed te zien, dat het veel wordt gebruikt: het is gescheurd en gerafeld; het zit vol vouwen. Zie je wel? En een glinstering komt in zijn ogen, terwijl hij leest: „Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid; barbaar en Seyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen."
Van der Kemp zal volhouden. Steeds zal hij op hetzelfde blijven hameren. Maar
Schier elke dag kwamen berichten binnen over mishandelingen en wreedheden. Van der Kemp nam de pen en schreef aan de plaatselijke ambtenaar:
„Zulke beledigingen schreeuwen luid naar de hemel om recht. Ik twijfel er niet aan, of de noodzakelijkheid om deze en soortgelijke mishandelingen te doen ophouden, zal tot u doordringen, die, wanneer zij ongestraft blijven, dagelijks in aantal en wreedheid toenemen en dit land tot een vloek stellen voor iedere vreemdeling in wie nog een laatste spoor van menselijkheid niet volkomen is uitgeblust."
Het antwoord hierop was bitter teleurstellend. Elke Hottentot, die van Bethelsdorp zou weglopen, zou gestraft worden. Dit was het resultaat van Van der Kemps werk. De Hottentotten zaten dus feitelijk gevangen in de kolonie.
De zendeling zou echter hogerop gaan. Persoonlijk reed hij naar Kaapstad om de gouverneur te spreken. Deze hoge functionaris ontving zwart op wit de bewtj-
zen van wel honderd moorden, door de Boeren op de Hottentotten gepleegd.
De gouverneur zou de zaak onderzoeken. Maar ach arme, hoe lang, ontzettend lang duurden de beraadslagingen. Hoe traag werkte de rechtspraak! Geen wonder dat er gesproken werd over „de zwarte omweg."
Het scheen wel, dat Van der Kemp met opzet werd tegengewerkt. Hoe ontmoedigend was dat. Zuchtend sprak hij: „Ik heb gefaald. De Hottentotten zijn niet vrij. De blanken haten hen en ze haten mij ook."
Toen Van der Kemp in Kaapstad vertoefde, deed een aardbeving de hele stad schudden. Dit gebeurde de 7de Juni 1811. De mensen vlogen de straat op, hevig ontsteld en radeloos. Na de aardschokken gierde een stormwind door de straten. De huizen bewogen als bomen in de wind. Schoorstenen ratelden naar beneden en gebouwen stortten in. De vrienden van de zendeling keken uit waar hun „meester" toch bleef. Op straat was hij nergens te zien. Zou hij toch niet onder het puin... ? Angstig liepen ze het huis binnen waar hij zijn intrek had genomen. Ze vreesden het ergste, want de schoorsteen was door het dak gevallen. Zouden ze hem verminkt aantreffen? Hoe verwonderd stonden ze te kijken. De zendeling' zat aan tafel met de Bijbel voor zich. En wat lazen ze? „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen... Gij zult niet vrezen voor de schrik des nachts voor de pijl die des daags vliegt." De Bijbel lag geopend bij psalm 91.
In December van datzelfde jaar werd de zendelingziek. De omstanders zagen wel in, dat het een ziekte was, waarvan de man niet meer zou opstaan. Van alle Jïanten kwamen bezoekers. Op 't laatst van zijn leven bemerkte Van der Kemp wel, dat zijn arbeid ten hoogste werd gewaardeerd. De Hottentotten uit Bethelsdorp schreiden, toen zij hoorden dat hun „vader" zo ernstig ziek was.
„Hij is een man van God, " zei er een. „Hij kwam tot ons van God. Hij gaat naar God en wordt door God beschermd."
Een ander zei: „Meester, ik ben gestuurd door velen, die u nooit hebben gezien, maar die veel van u weten. Gij zijt onze vriend geweest, want gij hebt voor ons gestreden. Wij, arme Hottentotten, zijn u zeer dankbaar."
Hoor, wat een derde verklaarde. „Vroeger", zei hij, „was ik elke dag dronken. Maar sinds ik deze leraar hoorde, kreeg ik twee harten. Het ene hart wou niets anders zingen dan Hottentottenliederen, maar het andere hart slechts lofzangen ter ere van Christus." Hoe eenvoudig sprak deze Hottentot de woorden van Paulus na: „Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde."
„Hoe staat het met u? " vroeg een vriend van de zendeling.
„Alles is goed, " antwoordde Van der Kemp. „Is het licht of donker, " ging de vriend voort. „Het is licht, " was het zwakke antwoord. Dat waren de laatste woorden. De zendeling was van zijn post afgelost.
M. NIJSSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1950
Daniel | 12 Pagina's