DENKERS in de ,,donkere" Middeleeuwen
Na het tijdperk waarin de Apostelen geleefd en gearbeid hebben en waarin de Christelijke Kerk in de wereld tot openbaring gekomen is, kwam het Christendom steeds meer in aanraking met de heidense filosofie.
Tussen het Christendom en die heidense filosofie bestonden grote verschillen. Dit verschil betrof niet alleen de inhoud van wat als hoogste waarheid beleden werd. Maar ook de vraag: Hoe kunnen we deze waarheid in bezit krijgen? werd niet gelijk beantwoord.
Gods Woord leert ons in Hebr. 11 vers 3: „Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet. Door het geloof verstaan wij dat de wereld door het Woord Gods is „toebereid." Letten we daar wel op: het geloof heeft die „vaste grond", dat „bewijs", dat „verstaan" in zich.
Het geloof vraagt niet meer: Waarbij zal ik dat weten ?
Deze vraag is de taal van het ongeloof, de taal van de menselijke rede, van de heidense filosofie. Geloven? Ja, mits U het voor mij beredeneert, zó, dat er voor mijn critisch denkvermogen geen speld meer tussen te krijgen is.
In de Middeleeuwse denkerswereld vinden we steeds die strijd tussen „geloven" (pistis) en „weten" (gnosis.) Kunnen die beide samengaan of staan ze vijandig tegenover elkaar? En zo geloven en weten kunnen samengaan, welke van die beide is dan de eerste? Moet het geloof de wetenschap of moet de wetenschap het geloof corrigeren? Ziedaar enkele vragen die de Middeleeuwse denkers bezig gehouden hebben.
We moeten bij dat „weten" (dat zal ons reeds duidelijk zijn uit het bovenstaande), niet denken aan de wetenschap des geloofs, maar aan de puur menselijke wetenschap, met name aan de filosofie der oude Grieken.
We zullen'nu achtereenvolgens aan enkele grote denkers uit de Middeleeuwen aandacht schenken en wel aan: Tertullianus, Origenes, Augustinus en de Scholastieken.
Een enkele opmerking nog vooraf.
In de eerste plaats is het hier niet de bedoeling om deze figuren te behandelen in hun betekenis voor de Kerk. Dat is (wordt) gedaan in de rubriek voor Kerkgeschiedenis. Het gaat er nu alleen maar om, dat we de strijd tussen geloven en weten gedurende de Middeleeuwen nader belichten. Een strijd die trouwens voort -
duurt tot op heden, zij het onder steeds wisselende vormen.
En voorts: we schreven boven dit artikel: „donkere" Middeleeuwen. Het zijn de mannen van de Verlichting (de Aufklarung) die de Middeleeuwen zo genoemd hebben. Waarom? Wel, we kunnen kortweg zeggen: zij achtten de Middeleeuwen donker, omdat volgens hen de Middeleeuwse denkers zich niet hebben kunnen losmaken van wat zij noemden „kerkelijke vooroordelen". Zij zagen in de paring van wetenschap aan geloof een verdonkering van de zogenaamde „vrije wetenschap."
Als wij spreken over „donkere" Middeleeuwen, dan is het natuurlijk niet om deze reden. We stellen de zaak juist andersom. Al weten we, dat we verkeerd doen door te generaliseren, toch moeten we opmerken: Door de paring van het geloof aan de wetenschap is zo vaak in de Middeleeuwen het „fijne goud verdonkerd."
TERTULLIANUS (150—220) was een apologeet (= verdediger van het Christendom.) Deze Kerkvader behoorde tot de zogenaamde Noordafrikaanse School. Zijn opvatting was: geloven en weten staan antithetisch tegenover elkaar. De waarheid is alleen door het geloof te bevatten. Er mag dus geen sprake van zijn dat Christendom en Wijsbegeerte samengaan. Plato noemt hij de „patriarch der ketters". De goddelijke openbaring gaat volgens hem niet alleen boven de rede uit, maar ze is ook tegen de rede.
Eén zijner uitspraken is: „Gods Zoon is gekruisigd: Wij schamen ons daarover niet, wijl het smadelijk is;
Hij is uit het graf verrezen: het is zeker, wijl het onmogelijk is."
Het in-strijd-zijn met de rede acht hij dus kenmerkend voor de Goddelijke openbaring.
„Credo, quia absurdum = Ik geloof omdat het dwaas is." Volgens sommigen is ook dit een uitspraak van Tertullianus. Dit schijnt echter onjuist te zijn, hoewel het duidelijk weergeeft hoe hij denkt over de verhouding tussen geloof en wetenschap.
Maar — er waren in de Middeleeuwen ook andere gedachten over! Daarover een volgende maal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1950
Daniel | 12 Pagina's