VOOR ONZE Militairen
Krijgsman (3.)
Ik ben nog niet klaar met „Krijgsman". Je hebt zo van de jongens die je nooit vergeet. En het is eigenaardig in het leven, degene van wie je nooit last hebt gehad, die ben je direct vergeten, maar die anderen, die lastige moeilijke karakters die vergeet je nooit. Zo'n type was „Kr". Lastig was en bleef hij. Ik kreeg alles van hem gedaan, en ik hield van die jongen. Zou daar misschien mijn kracht in hebben gelegen? Liefde. Een wonderlijk iets. Dat heeft de mens niet uit zich zelf. Dat is geen plantje dat we zelf op onze eigen akker hebben geplant. Geen mens kan er buiten. Wat wordt het tegenwoordig nog weinig gevonden hè?
Dat is de oorzaak van zoveel twist en gekrakeel. De liefde, de echte ware liefde tot de waarheid, tot de school, tot de kerk en tot onze naaste wordt zo gemist. Ben ik m'n broeders hoeder? Dat gaat er tegenwoordig beter in. Dat leven we wel uit. Ten volle. O, wat een droeve tijd.
Wanneer de jongens van mijn sectie hun wapens en uitrusting moesten poetsen dan moest dit aan de tafels met de omgekeerde tafelbladen gebeuren. Deze bepaling gold natuurlijk ook voor „Kr". Maar ja, hij zat liever op z'n bed te poetsen dan op een houten bank aan tafel. Wanneer ik dat constateerde en ik zou hem een beetje bits toevoegen dat hij aan tafel moest poetsen en niet op z'n bed, dan liep ik de kans een brutaal antwoord te ontvangen. Ik wist dat vooruit, dus volgde ik bij hem een andere methode. Ik ging dan naar hem toe, trok hem aan zijn krulhaar bij de tafel en voegde hem toe: Lelijke kerel, je moet toch aan tafel poetsen, dat weet je toch wel? " Dan lachte hij, en zat ijverig aan tafel te poetsen. Het was een jongen, die je met veel tact en op een bijzondere wijze moest leiden. Voor de andere commandanten bij de compagnie was en bleef „Kr." een boef. Dikwijls heb ik voor hem in de bres moeten springen. Hij behoorde tot het oefendetachement van de compagnie. Met dit oefendetachement gingen de leerlingen die in opleiding waren voor Reserve-Officier onder ons toezicht oefenen. Dat waren leerlingen met 5-jarige H.B.S. Jongens van 19 a 20 jaar. Zonder de minste levenservaring en mensenkennis. Overigens twee eigenschappen, onmisbaar voor een leider der rijpere jeugd. Deze leerlingen moesten ook oefenen met „Kr." Dat hierbij veel moeilijkheden zich voordeden behoeft geen nader betoog. Een van die moeilijkheden herinner ik me nog als de dag van gister. De troepen werden per spoor vervoerd van de standplaats naar het oefenterrein. Dit geschiedde in die tramwagens met een schuifdeur in 't midden van de wagen. Een sergeant-leerling was tijdens de reis belast met het toezicht in de wagen.
Het was in de zomer en het was zeer warm op de heide geweest. De jongens waren nat van 't zweet want de oefening was zwaar geweest.
De terugreis werd aanvaard en tot zover was alles normaal verlopen.
Bij aankomst ter plaatse werd de compagnie vóór het station verzameld en gezamenlijk werd dan afgemarcheerd naar de kazerne. Alle sectieën waren present doch de mijne mankeerde. Ik ging terug naar de trein en ontmoette onderweg de sergeant-leerling belast met het toezicht in de wagen. Aan zijn gezicht en zijn zenuwachtige houding begreep ik onmiddellijk dat er iets niet klopte. Zonder mij de gelegenheid te geven iets te vragen, kreeg ik het navolgende verhaal.
„Sergeant, Uw sectie heeft sabotage gepleegd." „Zo!" zei ik, „dat is niet mis." Wat is er dan gebeurd? En toen kwam het. Hij zei: „Ik heb gezegd, dat de tussendeur open moest blijven, en tot 2 x toe werd hij dicht gegooid. Toen ik vroeg wie dat had gedaan, kreeg ik geen antwoord. „En toen? " Ja, zei hij toen heb ik gezegd: „Als de dader niet te voorschijn komt, blijven jullie allemaal in de wagen; net zolang totdat ik de dader weet." „Nou", zei ik, „dat is niet handig."
Natuurlijk werd hij zeer boos op mij, want je moet niet denken dat we onze fouten zonder slag of stoot zo maar gaan bekennen. Dus dat deed die jonge sergeant-leerling ook niet.
Ik trachtte dat die jongen toen duidelijk te maken. „Jongen", zei ik, je moet eens niet boos zijn, maar je moet eens even luisteren." Die jongens zullen tegen jou nooit zeggen wie de dader is. Daarvoor bezit je door je jonkheid te weinig overwicht op hen. Wanneer dit zo is, dan zal er toch een tijd aanbreken, hetzij vanavond, hetzij morgenochtend, dat je tegen die jongens zal moeten zeggen: „uitstappen." Denk je dat ook niet? Ja, die zienswijze kon hij overnemen. „Welnu", zei ik, als je dat bevel zal moeten geven van „uitstappen", zonder dat je de naam van de dader weet, wie heeft die strijd dan gewonnen? Hij zei: „de sectiesergeant".
„Welnu, " zo'n bedreiging moet je dan nooit weer zo ondoordacht uiten. Je moet dan voor je zelf de vaste overtuiging hebben, dat je veel overwicht bezit op je sectie. Dat was de eerste les. En nu gaan we samen naar de wagen. We stapten de wagen in en ik bleef even staan kijken.
Alles werd rustig. Ik had de gehele situatie al spoedig overzien, en de dader zag ik zenuwachtig zitten draaien. Opeens vroeg ik: „Wie heeft tot 2 x toe die deur dichtgegooid?
De dader sprong recht overeind. Wie hij was? Och lezer, ge zult het al geraden hebben. Natuurlijk m'n vrind Krijgsman. Ik zei: „Uitstappen."
Maar hiermee was de kous niet af. Daar was een bevel gegeven, dat die deur open moest blijven en Kr. had dit bevel gewoon genegeerd. Gelukkig kreeg ik nog even de tijd om over de oplossing na te denken.
En nu wat anders mijn lezers en lezeressen. Ook U geef ik de tijd om na te denken.
Wie wil mij nu eens schrijven, hoe hij of zij dit varkentje zou wassen? De 3 beste oplossers(sters) krijgen een prijsje. Dat wordt geen grote prijs, maar dat behoeft ook niet. Ik heb U nu in 3 artikelen de soldaat Krijgsman beschreven. U weet dus zo ongeveer hoe hij was. Ook weet ge het bestaan van de jonge sergeant leerling. Volledigheidshalve zal ik dit er nog aan toevoegen.
Bij thuiskomst in de kazerne riep ik eerst de jonge sergeant-leerling. Deze zei: „Ik maak er rapport van."
Krijgsman zei: Ik heb 2 x gevraagd de deur te mogen sluiten en het is mij 2 x geweigerd. Het tochtte en toen gooide ik de deur dicht.
Het rapport maken werd uitgesteld tot de volgende dag. Toen heb ik mijn beslissing genomen. En nu vrienden en vriendinnen wat is Uw beslissing?
Schrijft U mij dit eens. In het 2e nummer na dit, hoop ik hier op terug te komen. Dus s.v.p. spoedig schrijven. Ik kijk uit.
Met hartelijke groeten van.
„KRIJGSMAN"
p/a Ds A. VERHAGEN,
Vloeddijk 30, Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1950
Daniel | 8 Pagina's