Van het Zendingsveld
(41.)
J. T. v. d. Kemp. De reis naar Afrika.
De reis van de Engelse haven Portsmouth naar de zuidpunt van Afrika, die wel drie maanden duurde, werd voor zendeling Van der Kemp geen plezierreis. Er was niet zo ? n accommodatie aan boord, zoals we die nu kennen. Heel erg was de wetenschap, dat zich onder in het schip driehonderd mensen bevonden, die naar Australië vervoerd werden om daar in de strafkoloniën opgenomen te worden. Vreselijk was het lot van deze geboeide mannen. Slecht gekleed, moesten ze weken aaneen in het onderste ruim van het dobberende schip vertoeven. Het voedsel, dat ze kregen, was slecht en schaars. Geen wonder, dat die arme mensen alles in 't werk stelden om het stinkende hok te verlaten en zich tc ontdoen van de ijzeren boeien.
In de Golf van Biscaje, waar het meestal erg kan spoken, was de gevangenschap haast ondragelijk geworden. Het schip dobberde geweldig vanwege de hoge zeeën. Denkt u eens in wat het zijn moet, om onder deze omstandigheden geboeid in een stinkende, duistere
ruimte te moeten zitten! De mensen zullen doen wat ze kunnen. Zie, daar is er één van zijn boeien ontdaan. Hij heeft kans gezien de ijzers door te vijlen, en is nu bezig om zijn makkers te verlossen. Weldra lopen een stuk of zes mannen vrij rond. Ze ballen de vuisten en vervloeken de kapitein van het schip. Ze schreeuwen moord aan heel de bemanning.
De officier van de wacht brengt rapport uit, en vraagt wat hij in deze situatie moet doen.
„Schiet ze maar neer!" zegt de kapitein. „Ze zijn nog slechter dan honden! Schiet ze maar neer, als ze kwaad willen!"
Nog meer gevangenen werden ontdaan van de boeien en het was wel te verwachten, dat ze straks door het luik naar boven zouden komen.
„De eerste de beste, die z'n hoofd door het luik steekt, schiet je morsdood!" is het bevel van de kopitein.
„Doodschieten, kapitein? "
„Doodschieten, kapitein? " „Ja zeker, meneer Van der Kemp.
„Wacht daar nog wat mee. Ik zal naar beneden gaan en pogen ze tot kalmte te brengen."
De kapitein lacht Van der Kemp uit en zegt spottend: „Dan moet je een andere man zijn dan zendeling."
Van der Kemp stoort zich niet aan de opmerking van de kapitein. Hij daalt de ladder af en komt in het stinkende verblijf van de arme mensen.
't Is een benauwend ogenblik voor de zendeling. In het halfduister is er niet veel te onderscheiden. Dc mannen, die tot alles in staat zijn, kunnen zich wel op hem werpen en hem worgen. Maar daar horen ze de bezoeker spreken:
„Ik kom als vriend om de zieken onder jullie bij te staan."
't Is stil geworden en met holle ogen staren ze de zendeling aan. Ze luisteren aandachtig naar de woorden van die vreemde man, die zich ontfermt over hun deerniswaardig lot.
Vanaf dat ogenblik behoefde Van der Kemp niet meer over de reling van het schip tc hangen om te zien naar het spel der golven. Hij had nu wel meer te doen. Elke dag daalde hij in het gevangenruim. Op alle mogelijke manieren trachtte hij ze bij te staan. Hij wees hen ook (daar was hij zendeling voor) op de lijdensweg van de Heere Jezus; over het rantsoen dat Christus heeft aangebracht voor de Zijnen, en dat voor de diepstgezonkenen in de maatschappij nog verzoening te vinden is in Zijn bloed. Zo werd het Evangelie gebracht in de onderste ruimte van een schommelend schip onder het minste rapalje van het mensdom.
Over opstand en doodslag werd niet meer gerept. Er behoefde niet eens meer wacht gehouden te worden. De soldaat-dokter-zendeling Van der Kemp had ze allemaal in zijn macht. Door vriendelijke woorden was er meer bereikt dan door woestheid en geweld.
Zieken genazen, maar helaas niet allen. Eer het schip de Tafelbaai binnen voer, hadden zesendertig mannen een zeemansgraf ontvangen. Bij die vreemde „begrafenissen" berustte de leiding bij zendeling Van der Kemp.
De reis naar Afrika was voor de zendeling een voorproef van wat hem te wachten stond onder de kaffers en Hottentotten, de bewoners van Zuid-Afrika.
Goed toegerust kon Van der Kemp aan land gaan om zijn werk te volbrengen. Aan wederwaardigheden in het leven had het hem tot hiertoe niet ontbroken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1950
Daniel | 12 Pagina's