Rondkijk
Wij leven thans wel in hoogst ernstige tijden. Over de gehele wereld is grote spanning, nu een formele oorlog tussen Noord-Korea en Zuid-Korea is uitgebroken. Want al liggen deze landen ver weg, al weten de meesten onder ons nauwelijks het bestaan er van, ieder voelt dat het hier niet enkel een strijd tussen de Noorden Zuid-Koreanen betreft, maar dat hier een botsing plaats heeft tussen twee wereldbeschouwingen, tussen de Westelijke democratiën en de communistische landen, belichaamd in de tegenstrijdige machten van Rusland en Amerika.
Daarom is het, dat er zoveel spanning heerst — hier zou de grondslag kunnen liggen voor een derde wereldoorlog. Immers de beide oorlogvoerende landen vertegenwoordigen de wereldmachten. Noord-Korea is een vooruitgeschoven post van het communistisch Rusland en Zuid-Korea een der laatste bastions van de vrije volken op het vasteland van Azië.
Bij de ontstane strijd, heeft Amerika besloten daadwerkelijk hulp te bieden. Het blijkt, dat de Zuid-Koreanen slecht bewapend zijn, dat in feite alle oorlogsmateriaal ontbreekt, terwijl de Noord-Koreanen prima zijn uitgerust. Een bewijs te meer, dat men hier met een duidelijk geval van agressie te doen heeft. Rusland heeft hier te voren zijn maatregelen genomen, wat
Amerika nu terdege ondervindt. Op het ogenblik (Zaterdag) dat wij dit schrijven, moeten de Amerikanen terrein prijs geven en het komt ons voor, dat deze oorlog niet goedkoop zal worden gewonnen. Zou Rusland zich geheel achter Noord-Korea plaatsen, dan zou de derde wereldoorlog een feit zijn. Gelukkig durft — voor zover te zien is — Rusland deze consequenties nog niet aan. De commentator van radio Moskou verklaarde: Wij willen vrede, al vrezen we geen bedreigingen." De Russische propaganda-leuzen voor de vrede zullen we laten voor wat ze zijn, maar uit alles blijkt toch wel, dat de russische oorlogsmachine nog niet klaar is, om tegen Amerika en de Westerse landen op te trekken. Menselijkerwijze gesproken kan daardoor de vrede mogelijk nog bewaard blijven.
Oorlog en vrede liggen echter in de hand des Allerhoogsten. De Heere regeert en voert Zijn raad uit. Wijlen de Volkenbond had daar niets in te beslissen en ook de Verenigde Naties van thans niet.
Wij hebben de Koreaanse oorlog kortelijk in ons blad aangestipt, omdat wij op de tekenen der tijden hebben te letten. Als wij zien hoe de goddeloosheid hand over hand toeneemt, hoe met God en Zijn Woord generlei rekening meer wordt gehouden maar integendeel hoe het algemeen wordt miskent en geloochend, dan kunnen wij wel uitroepen: de verdraagzaamheid en lankmoedigheid Gods is groot. De vijf bange oorlogsjaren die achter ons liggen met al zijn verschrikkingen hebben geen verootmoediging gebracht over de volken der aarde, noch over ons eigen volk. Integendeel: het is of de volken aan de algehele verharding zijn overgegeven. Al leven wij nu in zulke dagen van spanning, waarin ieder ogenblik een derde wereldoorlog kan uitbreken, toch leeft men zich maar uit in genot en plezier, in sport en in spel: laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij! Totdat de maat vol is. Kort geleden hoorde ik een oud geoefend man zeggen: , , 'a Heeren goedheid kent geen palen — maar aan zijn lankmoedigheid komt een eind. God heeft haast!"
Daarom mochten wij ons ook haasten, om met die God, die met vlammend vuur wrake zal kunnen doen, in een verzoende betrekking te geraken. Niets is noodzakelijker. Want hoe zullen wij bestaan als Hij verschijnt, zonder de dekkende Borggerechtigheid van Hem, die door Zijn zoen-en kruisverdienste de losprijs voor de Zijnen heeft betaald, 't Is onverdiend en alles verbeui'd als de Heere ons nog bij de vrede bewaart, wij mochten de tijd echter leren uitkopen om te zoeken, wat tot onze eeuwige vrede dient.
Men behoeft geen profeet te zijn om te zien, dat een bange tijd aanstaande is. Het is ook naar het Woord der H. Schrift, dat in het laatst der dagen er oorlogen en geruchten van oorlogen zullen zijn en bange weeën over de volkerenwereld zullen gaan. Daar staat Gods kerk nu tussen in, als een arme, verachte ellendige hoop, als schapen temidden der wolven. Als ze op de omstandigheden zien, met wat nog aanstaande is, roepen ze uit, hoe kom ik er door en vrezen ze voor de verloochening van 's Heeren Naam en zaak. Maar als ze er op mogen zien, dat ze met een overwonnen vijand te doen hebben, wiens kop is vermorzeld en die alleen nog maar wat bewegingen maakt met zijn staart — dan steken ze het hoofd uit de gebreken op en zijn ze wel eens verblijd dat in de wereldgerichten het geiuis van Zijn voetstappen woi'dt gehoord.
Gelukkig volk die het alzo gaat! Zij zullen niet vrezen al veranderde de aarde hare plaats. Wij mochten er eens recht jaloers op worden en geen rust hebben voor het hol onzes voets, om van dat grote goed, dat de tijd en de eeuwigheid verduurt, deelgenoten te zijn of te worden.
RONBKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1950
Daniel | 12 Pagina's