VOOR ONZE Militairen
"Krijgsman" (II.)
Wanneer een burgerjongen voor de eerste maal in een grote, voor hem totaal vreemde kazerne komt, is hij zo mak als een lammetje. In dienstterm uitgedrukt: „Je hebt er de eerste dagen geen kind aan." Niet alzo met onze „Krijgsman". Met een bezwaard hart mijnerzijds nam ik hem mee naar zijn slaapkamer, zwaar piekerende hoe ik deze knaap zou moeten aanpakken. Op weg naar de slaapkamer werd dit er niet beter op. Ondeiweg vroeg hij mij met een dronkemansstem of ik ook een nest voor hem had. Die taal beviel me niet erg. Zo spreekt een jonge recruut niet. Wijselijk gaf ik hierop dan ook geen antwoord. Op de kamer aangekomen gaf ik hem een plaatsje vlak bij de deur. Zo kort bij de hand is voor veel dingen nog wel eens bevorderlijk. Ik wil jullie nu eerst „Krijgsman" verder beschrijven.
Hij droeg een grote pet met daaronder zeer lang, rossig krulhaar, had een rode zakdoek om z'n hals en was als jongen van 18 & 19 jaar reeds in 't bezit van een vieze rode snor. Kunt U zich indenken wat voor een indruk hij op mij maakte ? Nu is het zó gesteld in een sectie of een klas, als men als commandant of onderwijzer van een klas de belhamels — die er altijd zijn —onder de tucht heeft, dan volgt de rest van zelf. Het zijn de belhamels die de dienst trachten uit te maken en dit op een zodanige wijze, dat de onderwijzer buiten spel komt te staan. Zij zullen de taak van de commandant wel even overnemen en de orders uitvoeren. Op een wijze, zo het nu juist niet moet.
Een Hollander is daar zeer sterk in. Wij zijn van afkomst vrijbuiters, jagers en vissers. Dat vrije, liefst zonder direct gezag boven ons, dat zit ons in 't bloed. Zijn we dan een ordeloos, tuchteloos volk ? Dat zou ik niet gaarne willen of durven beweren, maar dat we heel dikwijls de grens naderen dat is wel op te merken. Ik zou dat met zeer vele voorbeelden kunnen bewijzen maar ik dwaal dan te ver af dus dat komt misschien later nog wel eens aan de beurt. Mijn overweging was dus: „Hoe krijg ik de belhamels met name Krijgsman onder mijn commando? " Ten koste van alles moest ik toch de baas blijven, kon er ooit iets van mijn sectie te verwachten zijn. Ik nam na veel gepieker het navolgende besluit. Een vreselijk hard besluit. Ik zou „Kr." als de hoofdman van de sectie, totaal negeren. Ik zou net doen of „Kr." er niet was. Of hij helemaal niet bestond. Ik heb gezegd een vreselijk besluit. De mens is aangewezen op de samenleving en daar is voor de mens geen harder zaak, dan uit de samenleving uitgesloten te worden. Ik heb dit gedaan met een schreiend hart maar ik voelde dat het moest. Hij zou ook voor „Kr." uiteindelijk het beste zijn. De maatregelen die wij ten opzichte van onze jeugd nemen, moeten niet in de eerste plaats gericht zijn op ons gemak, dus op welke manier heb ik de minste last, neen, onze maatregelen moeten als doel hebben, de jeugd te gewennen aan tucht, orde en regelmaat. „Kr." had geen vader meer en was opgevoed in het wilde, ruwe leven. Was reeds 2 x met de rechter in aanraking geweest voor diefstal en dronkenschap. Het was dus werkelijk nodig dat hij eens met straffe hand werd aangepakt. Ik was besloten hem 14 dagen totaal buiten de gemeenschap te plaatsen. Hebt ge dit al eens meegemaakt mijn lezer of lezeres? Ik hoop van niet. Wanneer ik met de andere jongens op de kamer een praatje maakte over hun particulier leven — iets wat je nooit moet verzuimen — stond „Kr." er eerst brutaal midden in, maar ik gaf hem geen enkel antwoord en sloeg geen acht op hem. Na 2 a 3 dagen was hij uit de kring verdwenen en enkele dagen later zag ik dat hij somber werd. Alle gevoel was dus bij hem nog niet weg. De laatste
week zag ik, dat hij mij zocht. Hij voelde blijkbaar dat hij zijn houding zou moeten wijzigen, wilden wij samen goede vrindjes worden. Gelukkig, de 14 dagen waren om, de 3e week brak aan en ik zou de proef eens op de som nemen. Zou mijn methode voor „Kr." de juiste zijn geweest? Ik zeg voor „Kr.", want wat bij de een wel succes heeft kan bij de andere juist het tegendeel bereiken. Met een bevend hart kwam ik 's morgens op de kamer.
Het eerste woord tot „Kr." zou een bevel zijn. Ik had de gehele kamer geinspecteerd en nam als laatst% „Kr." Toen ik bij hem kwam, keek ik hem recht in de ogen en zei: „Kr" vanavond moet je die snor er af laten halen en je haar laten knippen." Meer niet. Dit was m'n eerste stap van toenadering.
Wat zou de dag van morgen brengen? De volgende dag was ik vroeger op de kamer dan anders. Kunt ge dat verstaan, onderwijzers en onderwijzeressen ? U zult dergelijke gevallen ook wel eens op moeten knappen. Wat een zorgen heb je dan hé? Was mijn bevel uitgevoerd? Prachtig, ik kon wel opspringen van blijdschap. Bij het inspecteren kwam ik bij hem en z'n gehele gezicht klaarde op, toen ik hem een pluimpje gaf. Wat is toch de mens hé ? Het was nu verder nog een kwestie van tijd en van voorzichtig beleid. Langzaam, zeer langzaam liet ik de strakke teugel vieren, en de jongen liet zich schoorvoetend leiden. Het was en bleef een zeer moeilijke jongen. Men moest hem goed kennen en op een hem passende wijze aanpakken. Ik heb veel van hem geleerd. Ik leerde voorzichtig te zijn en overdacht mijn bevelen en handelingen meer dan voor die tijd. Als we willen kunnen we veel van onze leerlingen leren hoor. We denken soms dat ze alles van ons moeten leren maar dan zijn we op een verkeerd spoor.
Burgeronderwijzer of militaironderwijzer dat is in wezen precies hetzelfde. .De ene moet de kinderen en de andere de rijpere jeugd wijzen, want onderwijzen wil toch niets anders zeggen dan wijzen. En wijzen is een dienende taak. De jeugd is er niet voor ons maar wij zijn er voor de jeugd.
Dat is een schone taak maar een zware en een verantwoordelijke. We zoeken dikwijls de fouten bij de leerlingen, maar mijn ervaring heeft me geleerd dat het heel dikwijls bij mij zit.
Wanneer we dit standpunt mogen innemen dan leren we nog dagelijks, staan niet. met de borst vooruit voorde klas maar we blijven een behoeftig onderwijzer, vol gebrek en tekortkomingen. D.V. hoop ik de volgende maal met Kr. door te gaan.
Hartelijke groeten van
„KRIJGSMAN".
GEREPATRIEERDE MILITAIREN
Door de leger-veldpostdienst zijn als gerepatrieerd opgegeven: '
Korp. L. Adriaanse, nr 25-03-03-006 Sold. Schrijver W. Blok, nr 27-09-14-155 Sold. J. v. Broehoven, nr 28-06-17-607 Sold. E. Duitman, nr 26-02-19-207 Sold. Anth. Jeroense, nr 28-03-04-637 Marn. III Otto v. Leeuwen, Stb. nr 36979 Sold. J. Plender, Stb. nr 55905 Sold. A. C. Stam, nr 29-03-18-098 Sold. D. Stam, nr 28-02-16-248 Sold. J. Visser, nr 27-04-27-185 Sold. Huzaar J. B. Zippro, nr 29-08-18-207
Daar van de ouders of militaire correspondenten en ook van de militairen zelf geen bericht werd ontvangen van repatriëring, verzoekt de Syn^Comm. voor de militairen vriendelijk er kennis van te geven aan het Administratieadres Ridder van Catsweg 224a te GOUDA, indien deze opgave van de veldpostdienst onjuist is.
GIFT VAN ƒ 100.—.
In de collecte, gehouden op de samenkomst van dé gerepatrieerde militairen te Utrecht, bevond zich een gift van ƒ 100.—, bestemd voor de Kweekschool te Krabbendijke. Deze gift is intussen al afgedragen aan de Penningmeester dier Vereniging.
Namens de vereniging tot het verstrekken van Kweekschoolonderwijs op Geref. Grondslag zegt de Syn. Comm. voor de militairen de gever, geefster, of gevers van deze mooie gift hartelijk dank.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1950
Daniel | 12 Pagina's