Van het Zendingsveld
40.
J. T. v. d. KEMP, zendeling
Niet lang na Van der Kemps bekering, zien wc de rusteloze man in een ziekenhuis te Gent gewonde soldaten verzorgen. Ziekenhuis is een veel te mooi woord, want door dit woord hebben we een voorstelling van een ziekenhuis uit onze tijd, en helaas, hier zien we de zieke en gewonde strijders in vochtige kelders van een groot gebouw.
Er is geen electrisch licht; Van der Kemp loopt met een lantaarn in de hand tussen de bedden. Ziet, het schijnsel van de lantaarn valt op de grauwe muren, en op die muren staat met houtskool geschreven:
„Mijn Jezus regeert als Souvercin Koning' op deze verlaten plaats; hier heeft Hij mijn lippen aangeraakt tot zingen en mijn hart met dankbaarheid vervuld".
Van der Kemp beschouwde dit geschrevene als een stem van God, die hem riep voor Zijn dienst.
Later zien we de man weer in Dordrecht. In zijn studeerkamer horen we hem duidelijk zeggen, terwijl hij geknield ligt: „Heere Jezus, hier ben ik, om mijn leven te besteden in Uw dienst, naar Uw welbehagen".
Wat is er gebeurd? Wel, Van der Kemp had een oproep gelezen van het Londense Zendingsgenootschap, dat te Londen in 1795 was opgericht. Er werden zendelingen opgeroepen om, zoals in de oproep stond, „het heerlijke Evangelie van de gezegende God" te gaan prediken.
Er kwam bij Van der Kemp terstond een volkomen overgave. Hij schreef: „Het was voor mij een wenk van de Heere." Bericht werd naar Londen gezonden en als antwoord daarop ontving Van der Kemp een uitnodiging om over te komen en kennis te maken.
We kunnen het ons voorstellen, hoe Van der Kemp in Londen verslag zal gedaan hebben van de wonderlijke leidingen, die de Heere met hem had gehouden; hoe hij met vuur zal gesproken hebben over de volledige overgave tot het werk der zending.
Zo'n man kon het Genootschap wel uitzenden. Zo iemand zocht zichzelf niet. Had hij zelf niet getuigd: „Ik wil salaris noch loon."
Van der Kemp werd aangenomen. Vóór dat hij een zendingsreis zou aanvangen, reisde hij eerst naar Holland, om daar ook een Zendingsgenootschap op te richten.
In het huis van Ds L. J. Verster werd de 19e December 1797 het Nederlands Zendelinggenootschap opgericht. De grote stoot hieraan gaf ongetwijfeld weer Joh. T. v. d. Kemp. Als motto werd genomen: „Vrede door het bloed des kruises." Het genootschap wenste een Christendom boven geloofsverdeeldheid in de harten der inlanders te planten. Protestanten van alle naam waren er in verenigd. Het gevaar dreigde, dat het genootschap in ongelovige richting zou afvloeien. Dan zou zending worden: beschaving en verlichting brengen aan blinde heidenen. Het is jammer, dat de Kerk het werk der zending niet geleid heeft in goede banen. Zendingswerk moet niet uitgaan van een genootschap, maar van de Kerk des Heeren.
De bekende Groen van Prinsterer schreef in 1858 een vlugschrift, getiteld: „Het Nederlandsch Zendeling Genootschap." Hierin staat o.a.: „Het zendingswerk in ons midden en ook onder.de Heidenen is de taak der gemeente. Zo was het te Jeruzalem en te Antiochië in de eerste Christenkerk, zo moet het worden onder ons. Laat ook ons genootschap zich oplossen in de gemeente des Heeren, die zelve onze taak moet overnemen. Die gemeente staat onwrikbaar als de rots der eeuwen.
Laten we nu, na dit uitstapje, terug gaan tot onze zendeling.
De 24e Dcccmber 1798 voer de Hillsborough uit de Engelse haven Portsmouth. Op dit schip bevond zich Van der Kemp. Dc reis was naar Zuid-Afrika. Dat was het zendingsveld.
Deze reis zou wel veertien weken duren. Voorwaar een hele tijd. Hoe de zendeling zijn dagen op zee doorbracht, hopen wc in 't vervolg te zien.
M. NIJSSE.
P.S. In art. 38 „Van het Zendingsveld" werd voorgesteld, alsof in de tijd, toen V. d. Kemp arts was in Middelburg, de vaccinatie, zoals wij die kennen, al bekend was.
Pas in 1798 heeft Edward Jenner voor het eerst gepubliceerd, dat hij in 1796 enige inentingen met goed gevolg had verricht. Eerst in 1801 heeft de medische wereld deze publicatie erkend en het heeft toen nog vele jaren geduurd voordat men op de nu bekende manier ging inenten.
De geachte heer T. wordt hartelijk dank gezegd voor dc gedane moeite om op 't bovenstaande te wijzen.
» N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1950
Daniel | 10 Pagina's