Zijner handen werk
Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis leert ons, dat er twee middelen zijn, waardoor God gekend wordt. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld: overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, namelijk Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid enz.
Deze Godskennis is nimmer genoegzaam tot zaligheid, want zij leert ons niets van de verborgenheid der Heilige Drieënheid, noch iets van Christus, Die de enige Weg is om met God verzoend te worden. Toch heeft de natuurlijke kennis Gods wel doel en nut, nl. om de mensen te overtuigen en vervolgens hun alle onschuld of verontschuldiging te benemen: Want Zijn onzienlijke dingen worden van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.
Daarom had het ons goed gedacht, eens een studie te maken van de Natuur in de ruimste zin, maar dan alleen die van het land Kanaan. Het is toch zo, dat men haast geen Bijbelblad op kan slaan, of we komen natuurbeschrijvingen tegen. Men ziet de veebezitter zaaien in het Zuiderland, en een rijke oogst verwerven. Men ziet de stadsbewoners vooral des avonds samenkomen in de brede poortwegen; men ziet de eenzame reiziger gaan langs de holle weg, die door de wijngaarden loopt met een muur aan deze en een muur aan gene zijde. Men leest van de zomer met zijn hete dagen, als het sap verandert in zomerdroogten en van de winter met zijn regens. Zomer en winter hebt Gij geformeerd enz. enz.
Men leert door het lezen van de Bijbel Palestina kennen. Maar ook omgekeerd werkt de kennis van Palestina wat de natuur betreft, verhelderend voor het begrijpen van het land der Openbaringen en „als over het heilige blad het licht van de Oosterse zon valt, wint het aan kleur en levendigheid."
Het zal geen uitvoerig betoog behoeven, dat één der belangrijkste hulpwetenschappen voor vertaling en exegese der H. Schrift de natuurwetenschap is. Het is de bestudering van bodem, klimaat, planten-en dierenwereld van Palestina, die vaak verrassend licht kan werpen op bepaalde Bijbelgedeelten. Men houde echter in het oog, dat de resultaten van deze wetenschap geen invloed hebben op de grote waarheden van het Christendom en voor de weg der zaligheid.
Bij onze beschouwingen zullen we nooit uit het oog mogen verliezen, dat de Bijbel, wat de menselijke zijde betreft, een Oosters Boek is, geschreven in het Oosten, door Oosterse mannen in de talen van het Oosten en gedurende vele eeuwen bestemd voor de inwoners der landen in het Oosten. Om de Bijbel beter te kunnen verstaan, dienen we ons in te leven in de Oosterse wereld, ook wat de natuur betreft.
Als uitgangspunt dienen we het tegenwoordige Palestina te nemen. Natuurlijk kan men alles, wat zich nu aan ons oog vertoont, maar niet zonder meer overbrengen naar de tijd, waarvan ons de Bijbel spreekt. Vergeleken met andere landen is in Kanaan de situatie in de loop der eeuwen echter weinig veranderd, zodat in vele gevallen de oorspronkelijke toestanden en verhoudingen wel zijn te reconstrueren.
De laatste tijd zijn door de moderne techniek de veranderingen er groter geworden. Maar ook juist door die techniek is de laatste 50 jaar veel met grote nauwkeurigheid vastgelegd. De gegevens hierover zijn in de Bijbel zo verrassend nauwkeurig, dat het ons met eerbiedige verwondering vervult en ons te meer bevestigt in het geloof in de Goddelijke inspiratie der H. Schrift.
Na deze algemene inleiding hopen we D.V. de volgende maal te beginnen met de Oosterse tijdsindeling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1950
Daniel | 12 Pagina's