Verenigingsnieuws
LEERDAM
VERSLAG van de 4e jaarvergadering der J.V. „Sealthiël", gehouden op 25 April 1950.
De voorz. A. Mourik opent de vergadering met te laten zingen Ps. 42 : 1 en leest vervolgens Joh. 3 : 1— 16. Dan verkrijgt de eerw. heer B. Roest, onder wiens leiding deze vergadering staat, het woord en gaat voor in gebed. Na een kort welkomstwoord spreekt hij een ernstig openingswoord n.a.v. het voorgelezen Schriftgedeelte. Spreker wijst er op hoe Nicodemus des nachts tot Jezus kwam en van Hem werd onderwezen omtrent de wedergeboorte. Nicodemus, die een leraar Israëls was, had niet de minste kennis van het werk der wedergeboorte, evenals wij en alle mensen. De Heere brengt hem tot de middelen der genade en het onderwijs dat Jezus hem geeft wordt aan zijn ziel geheiligd. Ook wijst spreker op de noodzakelijkheid der wedergeboorte voor ons allen.
Hierna leveren secr.-penningm. en bibliothecaris hun jaarverslagen, waarna vr. J. G. Verweij een onderwerp levert over: , , De gelijkenis van de verloren zoon." Daarop volgt een gedicht: „De beloofde Dominee" door vr. A. Benschap.
Na een korte pauze spreken de afgevaardigden van de J.V. van Giessendam, de voorz. v. d. Zondagsschoolvereniging alhier en de kerkeraad dezer gemeente hun felicitaties uit.
Vr. T. Benschop leest dan een gedicht: „Ontwaakt gij die slaapt", waarna vr. G. de Stigter een onderwerp levert: „Mohammed en de gevolgen voor de Christenkerk."
Dan wordt nog even gepauzeerd. Ter voortzetting leest vr. J. M. Verhulst een gedicht: „De kleine ketter" voor en ten slotte wordt door vr. A. v. Dijk een onderwerp getiteld: „Gideon als richter en verlosser van Israël" geleverd.
De Eerwaarde Heer B. Roest dankt daarna allen die er aan medewerkten deze vergadering te doen slagen, en verzocht ouderling J. J. de Jong de vergadering te sluiten. Deze laat zingen Ps. 119 : 5 en sluit deze goedgeslaagde vergadering met dankgebed.
GIESSENDAM
. Voor de Jongel. Vereniging der Geref. Gem. te Giessendam hoopt de Weleerw. Heer Ds A. Vergunst D.V. Woensdag 21 Juni een rede te houden. Aanvang 7 uur.
De secretaris, PH. LEENMAN.
RING ROTTERDAM
Alle vrienden en voorts degenen die belang stellen in een leerzaam referaat, nodigt het Ringbestuur langs deze weg hartelijk uit om de Ringvergadering van de Ring Rotterdam van Jongel. Ver. der Geref. Gem. bij te wonen, te houden D.V. Zaterdag 17 Juni n.m. 4 uur in het vergaderlokaal Mijnsherenplein 10 Rotterdam-Zuid. Alsdan hoopt de Weleerwaarde Heer Ds A. de Blois een inleiding te houden over: „De zonde tegen de heilige Geest."
De ringsecretaris, H. BROUW.
(Het behoeft niet te worden onderstreept, dat op een enkele uitzondering na, alle leden der bij deze Ring aangesloten verenigingen morgen present zijn. secr. L.V.)
ZEIST
Voor de Jongel. Vereen, der Geref. Gem. te Zeist hoopt D.V. Donderdag 29 Juni des avonds 7.30 uur in het kerkgebouw Torenlaan 38, op te treden de Weleerw. Heer Ds M. Blok van Rotterdam-C.
RINGVERGADERING Noordelijke Ring van J.V.'s, gehouden 29 April 1950 te Kampen.
Deze vergadering die onder leiding stond van Ds Verhagen, werd geopend met het zingen van Ps. 68 : 13. Gelezen werd Joh. 9 van vers 1 tot 25, waarop de voorz. voorging in gebed.
In zijn openingswoord stond spreker stil bij het voorgelezen hoofdstuk, aantonende de noodzakelijkheid dat ook onze ogen geopend moeten worden gelijk de blinde, die ook blind geweest was, maar nu zag, hierin tevens wijzend op de vergankelijkheid des levens, en op Gods goedheid. Ook ten opzichte van de jongens die vanuit Indië op de thuisreis zijn, mag er wel grote dankbaarheid zijn. Wel is het te betreuren, dat de opkomst in deze vergaderingen niet in stijgende lijn is, dat kon veel beter.
Vriend D. Th. Frankema uit de Lemmer hield nu zijn goed gefundeerde inleiding over: „Het eerste Apostel Convent te Jeruzalem, " welk onderwerp door hem duidelijk werd weergegeven. Er volgde een flinke bespreking en uit de bespreking bleek, dat de inleider zijn onderwerp goed meester was.
Als slot kregen we een inleiding van L. v. Dijk over het „Zingen" in het verband der Psalmen, waaruit moge worden opgemerkt, de bijzondere taal die hieruit spreekt, wat niet op een Zangvereen., maar door Gods Geest geleerd moet worden.
Aan het einde van deze leerzame vergadering gekomen zijnde, zong men nog Ps. 49 : 1 en sloot ouderling Biezebos deze vergadering met dankgebed.
AMSTERDAM-C.
VERSLAG 6e jaarvergadering der J.V. „Timotheus" gehouden op Vrijdag 2 Juni 1950.
De voorz. J. Stam opende de vergadering met het laten zingen van Ps. 105 : 3, het lezen van Psalm 105 vers 1—11 en ging voor in gebed.
De voorz. sprak daarna een gloedvol openingswoord, daarbij zijn blijdschap uitsprekend, na lange tijd de militairen onzer vereniging weer in ons midden te zien, gedragen en gespaard door Gods lankmoedigheid.
Jongelingen, ook de wereld komt bijeen. Te meer mochten wij behoefte hebben dit nog biddend wekelijks te doen.
Achtereenvolgens werden de jaarverslagen voorgelezen.
le inleider voor deze avond was vr. D. Jansen Jr. met een Bijbels onderwerp: „Kanaan toch het beloofde land? " De inleider tekent Abraham buiten en in het beloofde land, hoewel gans onvolmaakt, toch een man van een groot geloof, wat bijzonder uitkomt in de offerande van Izaak, hoewel dit werd belet.
Na de pauze verkrijgt vr. J. de Rooij het woord voorzijn onderwerp Kerkgeschiedenis: „Aurelius Augusti—
rius.'* Op beide onderwerpen werden door de aanwezigen geen vragen gesteld.
Ouderling J. Swagerman sloot deze avond met gebed, nadat vooraf gezongen was Ps. 25 : 10.
RING FLAKKEE
Op jl. Hemelvaartsdag kwam de Ring van J.V.'s en M.V.'s van Flakkee in het kerkgebouw der Geref. Gem. te Middelharnis bijeen.
De voorzitter, dhr Th. de Waal, opende de middagvergadering met het laten zingen van twee verzen uit Psalm 24, las Hebr. 2 en ging voor in gebed. Daarna sprak hij een openingswoord en leidde de referent voor deze middag, vr. J. C. Hogchem van Dirksland die spreken zou over de „Confessiones van Augustinus", met een kort woord in.
Augustinus — aldus spr. — mag ver van ons afstaan wat de tijd betreft, (16 eeuwen geleden) ver wat landsaard betreft, hij was Afrikaan.) ver ook wat zijn wetenschappelijk denken betreft, maar wie zijn belijdenissen leest, bemerkt dat hij van de hoge toppen van zijn geniaal denken afdaalt en naast ons komt te staan, omdat Augustinus een arme zondaar wordt en oprechte belijdenis doet van zijn overtredingen voor God en de mensen. De belijdenissen, die wereldvermaard zijn geworden, zijn één aaneengeschakeld gebed, waarin A. zich kenmerkt als een ontblote bidder, die klein is voor de hoge God, maar ook als een lovende en prijzende voor het heil in Christus, hem geschonken.
Vr. Hogchem gaf van deze belijdenissen een bloemlezing, waarmee hij tevens zijn gehoor een blik liet slaan in het ziele-leven van deze grote kerkvader. Met grote aandacht werd geluisterd en er volgde een zeer interessante en leerzame bespreking op. Augustinus werd op andere wijze behandeld, dan men het gewoonlijk doet, niet dus de blote geschiedenis van de kerkvader alleen, maar de vragen zijner jeugd, zijn strijd en moeite, en hoe hij later, door ontdekking van Gods Geest, werd gefundeerd in de Waarheid en gesteld als een pilaar in Gods kerk.
Te 5 uur werd de bijeenkomst geschorst en een gezamenlijke koffiemaaltijd gebruikt in de Chr. School te Sommelsdijk.
De heropening was te 7 uur 's avonds, waarbij ouderling Beversluis voorging in gebed. Gelezen werd Job 12.
De voorzitter sprak een welkomstwoord tot de talrijke aanwezigen, inzonderheid tot dhr P. KUYT, dir. der Chr. U.L.O. en kweekschool te Krabbendijke, welke •de gehele dag voor de Flakk. verenigingen had opgeofferd en deze avond zou spreken over „De Voorzienigheid Gods."
Alvorens de voorzitter het woord gaf aan dhr Kuyt, bracht hij verband tussen de beide onderwerpen. De kerkvader Augustinus was niet alleen door God verkoren om het leerstuk der praedestinatie tot ontwikkeling te brengen, maar ontving ook wijsheid om tegenover de heidense dwaling van het toeval en het noodlot te prediken, dat alles bestuurd wordt door Gods wijze en almachtige wil. Ook de verhouding van de voorzienigheid en de zonde heeft Augustinus, inzonderheid in zijn strijd tegen Pelagius, in het rechte licht bezien.
De heer Kuyt het woord verkrijgende, bezag zijn onderwerp van drie zijden:
I. De Heere schiep door Zijn Goddelijke kracht de wereld; Hij onderhoudt en beschermt en regeert door , Zijn Voorzienigheid alles, wat er op en in is.
II. Het nut dat de leer van de Voorzienigheid Gods afwerpt.
III. De leer van de Voorzienigheid Gods, strijdt tegen het menselijk verstand, dat zich der wil Gods niet wil onderwerpen, hoewel in het oordeel Gods niet zal worden gevraagd wat de mens heeft kunnen doen, maar wat hij heeft willen doen.
Bij het eerste punt wees spr. o.m. hoe het „geloof" aan de natuurwetten duizenden heeft verstrikt en los gerukt van het voorvaderlijk geloof. Ook in vele leerboeken op scholen komt het voor, dat alle dingen hun loop hebben door de eeuwige wetten der natuur waardoor God van Zijn eer wordt beroofd. Spr. wees op het gevaar daarvan.
Bij het tweede punt werd bezien, hoe Gods voorzienigheid betreft verleden, heden en toekomst. Hoe de Heere werkt door middelen, maar daaraan niet is gebonden en hoe Gods voorzienigheid gaat over het ganse menselijke geslacht, maar inzonderheid over Zijn gemeente.
Schone zaken werden in het derde punt voorgesteld, o.m. dat vaak gesproken wordt over de „toelating Gods", waarvan spr. het tegendeel uit de H. Schrift aantoont. De Heere zit niet in een soort wachttoren als afwachtende. Zijn oordelen hangen niet af van het goeddunken van de mens. Ook bezag spr. het probleem van de vrije of gebonden wil en het belangrijkste punt, hoe de Heere tegelijk rechtvaardigheid oefent en barmhartigheid bewijst.
De oorzaak van veel misvatting ligt in verwarring tussen Gods besluit en Gods bevel. Vgl. 2 Sam. 16 : 20, 2 Sam. 16 : 10 enz. Al volbrengt de Heere Zijn raad door goddelozen, daarom zijn zij niet onschuldig als vertreders van Zijn Wet! Dat deed Augustinus uitroepen: ie zou in de oordelen Gods niet verschrikken, als God ook in de harten der bozen doet al wat Hij wil, hen nochtans vergeldende naar haar verdiensten!
Uit de veelheid van vragen bleek, dat het betoog met grote aandacht was gevolgd. De heer Kuyt wist de vragen op zeer duidelijke wijze te beantwoorden. Het was bijzonder leerzaam en het speet velen dat de tijd verstreken was.
Ds G. Zwerus sprak, wegens het late uur een kort slotwoord en eindigde met dankzegging.
Er was vooral in de avondbijeenkomst grote belangstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1950
Daniel | 12 Pagina's