Van het Zendingsveld
(37.)
J. T. v. d. Kemp. Zyn eertijds.
Hoe vaak is in de vele herderloze gemeenten de uitnemende Catechismusverklaring gelezen van de Dirkslandse leraar Johannes van der Kemp. Die naam is bij ons volk niet onbekend. Een zoon van Johannes was Cornelis, die in 1702 in de pastorie te Dirksland werd geboren, predikant te Rotterdam werd, en in 1743 hoogleraar. Deze Cornelis van der Kemp had een zoon Didericus (Dirk), die 14 jaren hoogleraar was in de kerkgeschiedenis en nog een jaar in de godgeleerdheid aan de universiteit te Leiden. Wat zal vader Cornelis dat tot blijdschap zijn geweest, dat zijn zoon aan die vermaarde hogeschool professor werd! Echter, de blijdschap over Dirk werd zeer getemperd door de droefheid die Cornelis had over het gedrag van zijn andere zoon: Johannes Theodorus.
't Was zo mooi begonnen. Al spoedig was gebleken dat Johannes een even helder verstand had als zijn broer Dirk. Op 15-jarige leeftijd werd hij dan ook al toegelaten als student in de medicijnen aan de Leidse universiteit. De lessen daar vólgen ging wel, maar hoe indroevig: de nauwgezette, ernstige opvoeding van zijn vader bracht geen vrucht voort. Al de welmenende raad vertrad de jonge Johannes in brute goddeloosheid.
't Was in de tijd, dat ons land met rasse schreden van de hoogte waarop het was geklommen, afliep. De kerk werd door velen de rug toegekeerd. Verderfelijke leringen uit Frankrijk kwamen ons land binnen. En op de gevaarlijke leeftijd van 15 tot 20 kregen de ongeloofstheorieën zo'n vat op Johannes, dat hij aan alles ging twijfelen, totdat hij tenslotte aan niets meer geloofde.
O, hoe erg is de twijfel in de jongelingsjaren! Er is heel wat voor nodig om terug te keren tot het geloof uit de kinderjaren. Wanneer het historisch geloof verdwijnen gaat, dan volgt in de regel een leven in de zonde. Laat ons eten en drinken, want morgen sterven we, wordt dan de leus. Dan moet er van het leven gemaakt worden, wat er van te maken is.
Zo verging het ook Johannes Theodorus van der Kemp. „Iedere denkbare zonde heb ik bedreven", zei hij later. Maar om volop in de ongerechtigheid op te gaan, moet men niet geregeld de lessen volgen van de Leidse hogeschool. Er waren wel studenten die zich erg misdroegen. Bekend is dat Smytegelt op de Utrechtse hogeschool een kamergenoot had, waarover hij zich beklaagde bij professor Witsius. Het antwoord van Witsius luidde: „Ja, zijn gedrag is laakbaar, maar juist hierom wil ik, dat hij samen met u woont, op hoop, dat er van u invloed ten goede op hem moge uitgaan. Dus moet hij bij u blijven."
Een studiemakker, zoals Smytegelt er een was, had Van der Kemp niet. Neen, het werd hem te benauwend op school. Hij kon zijn gang niet gaan naar wens.
Tegen de zin zijner ouders verlaat hij de school en voegt zich bij het Hollandse leger. Daar klimt hij al spoedig op tot kapitein. Schrander was hij genoeg. Maar helaas ook in het kwaad-doen. In het ruwe soldatenleven klommen de zonden ten top. Vermaningen en smekingen van thuis mochten niet baten. Er wordt beweerd, dat zijn ouders van verdriet zijn gestorven. Vader Cornelis was 70 jaar toen hij stierf. Met recht kunnen we wel zeggen, dat zijn grijze haren met droefenis ten grave zijn nedergedaald.
Toch zou Johannes niet in de krijgsdienst blijven. De Heere werkt wonderlijk. Van der Kemp leert een meisje kennen in Leiden. Door zingen van dat meisje was zijn hart in liefde ontvonkt en weldra treden die beiden in het huwelijk. Nu wordt de krijgsdienst verlaten en de studie in de medicijnen weer opgevat. Hiertoe vertrekken ze naar Schotland, waaruit Johannes in 1782 als doctor in de medicijnen terugkeert.
In de Zeeuwse hoofdstad vestigde hij zich als geneesheer. Om zijn kundigheid en vriendelijkheid wordt hij algemeen geprezen, en zo zouden we zeggen, is Van der Kemp nu op de goede plaats. Zijn goddeloos leven is nu veranderd in een deugdzaam leven te Middelburg.
En toch zo zou het niet blijven. Het moest bij Johannes niet blijven een bekering van de kroeg naar de kerk, maar de Heere zou doortrekken, door diepgaande wegen. De geneesheer zou eenmaal nog zendeling worden.
M. NIJSSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1950
Daniel | 8 Pagina's