Eendrachtig
De Heiland was bij hen geweest, Nu waren zij alleen. Toch waren z op het Pinksterfeest Eendrachtiglijk hijeen.
— Eén Vader, Die hen allen mint; Eén Heer van Zijn Gemeend; Eén Geest, Die allen samen bindt; Zó waren zij vereend.
Waar is de eendracht in Gods Kerk? De stammen zijn gescheurd! Wie bidt er om des Geestes werk? Wie, die de breuk betreurt?
„Heer, breng dan op het Pinksterfeest Saam, wat er samen hoort; Doorwaai Uw hof met Uwen Geest, Die wind van Zuid en Noord!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1950
Daniel | 8 Pagina's